Columns

Klik op de titel om naar de betreffende column te gaan.

Geluk, omarm het, ook in een gewelddadige wereld
De Weg
Lente, de eerste vleermuis
Twee ooms, een met en een zonder het syndroom van Down
Goede Vrijdag, Pasen en verdraagzaamheid
De verwende asociaal
Ik zit in de zon op mijn balkon en droom over mijn tuinstoel
De vingerfoon
Daar gaat ze...
De wereld volgens Gnrampfs
Anmenooitniet
Tel uw zegeningen en geniet
Tante To
De waarzegger over 2016
Het is weer kerst
Ik geef je een zoen
De hunkering
Lieve God, waarom?
Pomperidomperidombombom....
Sportschool of terreuropleiding
Voordringen
Waarom reageert iemand zo?!
De enige ware kerk?
Over de liefde, oer en duurzaamheid
De bruiloft of het dansavondje
De nacht van de maan
Een visionaire kijk op de vluchtelingenstroom
Tatoeages....
De Snoepjestante
Vakantieliefde....
Vaarwel, Helden uit mijn jeugd
Klasbakkeninterview
Onder de daken van de huizen vind je vele geloven
Gods grote grap
Waar zijn jullie christenen?
Er zit een koekoek in De Schammer
Van oorlog en daarna....
Eigenlijk vond ik dat wel lekker rustig
Heerlijke lentedag met of zonder vlinders?
Zelfverrijking en macht
Afromen
Ergens langs de hemelranden
De geest werkt grensoverschrijdend
Wie groot wil zijn, moet de dienstknecht worden van allen
Tussen de twijfel en de robot
Bent u mens, een Barmhartige Samaritaan?
Heeft u dat nou ook?
Jezus heeft bestaan, dat is een feit
Vrede met jou?
Heb jij ze al gehad?
Miljoenen de straat op voor verdraagzaamheid
De vrolijke Frans
De kracht van Kerstmis
De MultiCulti winkelstraat
Zwarte Piet ingeruild voor suikerfee
Zo de wind waait staat mijn petje
De kennismaking
De verslaafde ex-zwerver
Dè dag, deze dag, die ene speciale dag...
Van liefde en leugen...
Soms loop ik zomaar wat verloren...
The healing goes on with the dreaming...
De Islamitische Staat

Geluk, omarm het, ook in een gewelddadige wereld

Het was nacht, eigenlijk tegen het ochtendgloren aan. Een vroege merel begon de zon te begroeten.
Ik schoof de gordijnen open en keek naar de hemel. Door het diffuse schijnsel zag ik nog maar enkele sterren. Er was een zacht ruisen, de stem van God.
Het dekbed, opzij geschoven, zorgde voor verkoeling van door het open venster. Ik werd gestreeld. Er was een koele, doch warme adem die mij streelde. En ik wist hoezeer God mij omarmde. Zo te sterven. Zo te sterven op een late nanacht of een vroege ochtend terwijl een vroege merel zingt.
De dag moest nog beginnen, zelfs waren er nog vele minuten, zelfs uren, dat ik mocht rusten in volle aandacht voor dat wat was, is en altijd zal zijn. God, de levensadem.
Er gleed een weldadige rust door mij heen. Ik wist het is goed. De buitenwereld vol geweld waar onschuldige mannen, vrouwen, bejaarden, kinderen zijn ontheemd door geweld van anderen kan niet op tegen de uiteindelijke overwinning van dat wat goed is. Ook al is de realiteit hard en gemeen, meedogenloos en verschrikkelijk, uiteindelijk komt er een einde aan.
En ik? Ik realiseerde mij dat strijd in alle hevigheid en eerlijkheid gevoerd zelfs jaren kan duren. Zelfs dan echter zijn er momenten van rust en geluk die je grijpen kunt.

Maar de schoonheid van het bestaan is moeilijk te begrijpen als je met blote pootjes in de modder staat en niet of nauwelijks te eten hebt.
Als er mensen uit ontbering om je heen sterven. Als mannen in wanhoop met gebalde vuisten willen strijden om hun vrouw, hun kind, hun oude moeder of oude vader. Simpelweg omdat ze hen onderdak willen bezorgen, een bed, een warme maaltijd, vrede.
Weg uit oorlogsgebied of weg uit vreselijke armoede. Gelukszoekers zeggen sommigen. Wat is er op tegen om je geluk elders te zoeken als jouw eigen wereld kapot gaat aan oorlog of corruptie en onderdrukking, als je ontheemd bent.
De meer gefortuneerden kunnen eerder aan deze wens gevolg geven. Oneerlijk tegenover de armoedzaaiers dat is zeker. Daarom zijn organisaties als Artsen zonder Grenzen en andere hulporganisaties zo belangrijk voor deze mensen, omdat zij ter plaatse letterlijk broodnodige hulp bieden. Want de politici en generaals die die ellende veroorzaken geven zeker voor die gewone burgers zonder mogelijkheden om weg te komen en hun “geluk” elders te zoeken, niet thuis. Integendeel. Zij dienen andere belangen.
In 1983 hadden generaals onder president Ronald Reagan becijferd, dat een kernoorlog met de Sovjets de Verenigde Staten van Amerika 150 miljoen doden zou kosten. Maar…..Amerika zou de overwinning binnenhalen. …Dit was zo ziek gedacht dat het voor mij bijna niet te geloven is.
Gelukkig stopte Reagan dit zieke plannen maken.

Zo kroop en kruipt de mensheid vele malen door het oog van de naald. Het is het leven zelf, dat soms overgeleverd is aan de willekeur of de boosaardigheid van anderen. De geschiedenis staat er vol mee. Net als de media dagelijks de ellende door geweld dat gewone mensen treft laten zien.
Ik wil hiermee zeggen, dat geluk zich plotseling tegen je kan keren door het geweld van anderen.
Door het zieke denken van anderen. Door gedachtegoed dat voort komt uit een ziek brein dat soms volgers kent of soms zelfs vele volgers. Ik hoef u de vele voorbeelden uit heden en verleden niet voor te schotelen.
Op wereldschaal en in het klein bij gewone mensen slaat geweld soms plotseling toe. De kranten staan er bijna dagelijks bol van. Het overspoelt je, je wilt je afkeren van dit onrecht, je wilt het eigenlijk niet meer weten, het is teveel en te erg, dagelijks.
Toch zijn er enkelingen, soms alleen, soms georganiseerd, die zich keren tegen geweld.
Zij verdienen meer dan respect.
Pater Frans van der Lugt was er zo een, die op zijn fietsje dagelijks door de puinhopen van de verwoeste stad erop uit trok om brood te halen en te brengen daar waar de nood het hoogst was.
Een witte merel, een uitzonderlijk mens die postuum de Nobelprijs voor de Vrede dient te krijgen.
Hij is vermoord door zieke geesten. Fanatici zonder ook maar enig geweten. Psychopaten die zich verschuilen achter een ideologie. Zo zijn er op wereldschaal en in het leven van gewone mensen dagelijks dit soort feiten die afgrijselijk zijn.
Want goedheid overwint niet altijd en zeker niet direct. Toch richten de meeste mensen zich op het goede. Tenminste als zij hun geweten laten spreken. Dat is de hoop die wij allen hebben. De hoop die wij dienen te koesteren. De hoop die leven doet.

En ja, daar is ook het geluk dat zich soms plotseling aandient in een gewelddadige wereld vol onrecht. Omarm het...
Ik wil hiermee zeggen, dat als geluk zich aandient in je leven het goed is om je dat bewust te zijn en dat gelukzalige geluk met volle ademteugen binnen te laten komen. Dat is niet egoïstisch, dat mag, daar heb je op dat moment recht op net als ieder ander. Omarm dat geluk, want dat is zeker levenswijsheid. Geluk dat niet ten koste gaat van anderen is eerlijk geluk. Ook al staat de wereld in brand, ook al staat jouw wereld in brand, er zijn momenten van geluk. Omarm ze.

Rik Bronkhorst.

P.S. Dit is mijn laatste column voor RadioKik, soms met een opgeheven vingertje, soms met een traan, soms met een glimlach, maar altijd met een warm hart geschreven.
En u weet het: mijn levensmotto is: Alle goeds begint met vriendelijkheid.
Ik wens u en iedereen die u nabij is het geluk dat bij u past.

Terug naar boven, geplaatst op 16 juni 2016

De Weg

Soms is de weg die wij moeten gaan als zoekend mens een weg die plotseling ophoudt omdat Jezus van Nazareth in je leven op die weg aan je verschenen is. Je wordt door die ontmoeting gedwongen om rechtsomkeer te maken. Ga je dan terug naar jouw begin op je zoektocht? Nee.
Moet je weer opnieuw beginnen? Nee. Je neemt op je vernieuwde zoektocht je oude bagage mee.
Kijk naar die Farizeeër uit Handelingen 9 Saul of Saulus is zijn naam. Hij is een Jood, niet uit Israël maar uit Tarsus in Klein-Azië. Hij is een soort nazi, een dodelijke, geobsedeerde vervolger van Christenen in die dagen. Een collaborator met het Romeinse repressieve gezag. Een nare, gevaarlijke man.
Hij vraagt aan de hogepriesters toestemming om in Damascus, toch niet naast de deur, in de synagogen te kunnen optreden tegen hen die de orthodoxe leer van de Joden anders gingen interpreteren. Hij krijgt een vrijbrief van hen om naar eigen goeddunken op te treden. En dat betekende bij Saul geweld.
Saul gaat op weg, verbeten, vast van plan om dit nieuwe denken met wortel en tak uit te roeien.
Als hij Damascus nadert wordt hij omstraald met licht. Hij valt op de grond en hoort plotseling een stem: “Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?”
Saul is met stomheid geslagen. Die sterke gewelddadige man is met stomheid geslagen en beeft van angst. Want gelovig is hij, die Saul, en vanuit zijn onwankelbare geloof handelt hij zoals hij doet.
En dan verschijnt op een of andere wijze Jezus aan Saul. En heel symbolisch Saul blijkt plotseling blind te zijn. Hij staat op en blijkt in het duister te tasten.
Zijn metgezellen brengen hem naar Damascus.
Dan verschijnt Jezus aan een volgeling van Hem, een man genaamd Ananias. Een christen, juist een christenmens van de groep christenen die door Saulus zo genadeloos vervolgt worden. Jezus geeft Ananias de opdracht om op weg te gaan, op zoek naar Saulus om hem de hand op te leggen, Saul te genezen van zijn blindheid.
Ananias aarzelt, want hij weet wie Saulus is, hoe gevaarlijk hij voor christenen is en Ananias is een bekende christen. Toch gaat hij naar Saul toe en legt hem de hand op. Hij geneest deze nazi Saul van zijn blindheid.
Saul laat zich door dit wonder direct dopen tot christenmens. Hij wordt van vervolger een pleitbezorger voor het christendom. Saul of Saulus verandert zijn naam in Paulus. Hij wil niet meer dat mensen zich hem herinneren als inquisiteur. Hij wil getuigen van het wonder van Jezus Christus. Hij wil zich inzetten voor deze liefdevolle leer. Dit in tegenstelling tot zijn gewelddadig optreden uit het verleden. Een wonderbaarlijke ommekeer, letterlijk, op de weg die hij eerder ingeslagen was.
Dit verhaal is kenmerkend voor wat er met je gebeurt als Jezus in je leven verschijnt: “Er volgt een ommekeer, een niet meer te stuiten verlangen om goed te doen, de juiste weg van de vrede te bewandelen. Daar is geen ontkomen aan. Oh ja, je hebt nog steeds de eigen vrije wil om er niet naar te luisteren, je niets aan te trekken van dit wonder. Het gevolg zal zijn dat jij je verdere leven zult doorbrengen op een duistere weg. De weg van grenzeloos egoïsme, van geestelijk of lichamelijk geweld, van hebzucht op alle terreinen van het leven. Je loopt op een doodlopende weg waarin je nooit het geluk zult ervaren van diepe ontroering om de schoonheid van de mensen, de wereld, natuur, muziek, kunst en cultuur, de innerlijke wereld van de schoonheid blijft voor jou afgesloten.
Je loopt op de weg van ongelukkig zijn.
Luister je echter, laat je jezelf aanraken door die wonderbaarlijke ontmoeting met Christus, dan verlaat je het pad der eenzaamheid en kun je niet anders meer dan op weg te gaan op de route die leidt naar warmte, liefde, verdraagzaamheid, op komen voor recht en tegen onrecht. Je kunt niet meer zwijgen. Je wordt een Strijder van het Licht.
Denk nou niet dat als je eenmaal op pad gaat op die weg, dat je verdere leven over rozen gaat, dat er een gouden glans over jou en je leven neergedaald is. Nee. Bikkelhard zul je geconfronteerd worden met de negativiteit van andere mensen. Andere mensen die op een geheel ander pad lopen, die echt de weg kwijt zijn van liefdevolle onbaatzuchtige omgang met anderen. Zij zullen jouw pad kruisen. Hun negatieve inbreng hebben in jouw leven om je aan het wankelen te brengen. Om je van jouw verlichte pad af te brengen. Je zult obstakels opgeworpen door medemensen tegenkomen op je weg die schier onoverkoombaar zijn. De wanhoop nabij zul je ervaren. En dan? Ja, dan zal blijken, dat er engelen op je weg verschijnen. Engelen in mensengedaante die je bijstaan, bij je blijven, niet meer weggaan, je niet en nooit in de steek laten.
Langzaam zul je de beproevingen doorstaan en heel langzaam achter je laten. Je zult veerkracht tonen en verder gaan op die weg die goedheid betekent.
En eindelijk, na vele beproevingen die bijna niet op te brengen zijn, zul je weten: “Ik ben op de proef gesteld, het moest zo zijn om daar te komen waar God mij wilde hebben.” Jezus van Nazareth is daar steeds geweest om je bij te staan, je te beschermen waar nodig was, je op te beuren wanneer je in zak en as zat en dacht: “Dit is het. Hier kom ik nooit meer uit. Ik ben te gronde gericht. In het stof geworpen, vertrapt, weggegooid als oud vuil.”
Het was de weg die jij moest gaan, omdat Jezus je heeft aangeraakt, je op weg heeft geholpen de juiste weg in te slaan.
Uiteindelijk mag je oogsten wat je zelf in verzet en aan goedheid hebt gezaaid. Er volgt loutering en een rotsvast geloof dat goedheid de basis is en blijft voor een beter mens, jij, in een betere wereld.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 18 april 2016

Lente, de eerste vleermuis

Zondagavond om 20.35 uur zag ik de eerste vleermuis in de straat.
De muggen dansten voor het raam en plotseling, ja, daar was hij of zij.
Al enkele dagen eerder hommels en zelfs honingbijen in de tuin.
Zelfs een eenzame atalanta en drie citroenvlinders.
De ekster kwam nog even kijken of hij de eieren van het merelpaar kon roven net zoals vorig jaar met veel geweld gebeurde. Maar verstandig zijn zij op een andere locatie met veel doornen hun nest gaan opbouwen. De appelboom geeft blad en de wilde kersenboom ook.
Voor in de tuin staan de tulpen in bloei, net als de blauwe druifjes.
Donderdag jongsleden kwam er een eenzame boerenzwaluw over het grote grasveld bij Emiclaer.
Dat is een bijzondere wijk, Kattenbroek geheten, met een vijver en oeverzwaluwenwand.
Ook ijsvogeltjes broeden middenin die wijk bij de vijver.
In Woudenberg is de recreatieplas het Henschotermeer en ieder jaar in het najaar en voorjaar komen daar plotseling grote zwermen zwaluwen op doorreis. Honderden, een machtig gezicht.
Zij zwermen in grote groepen laag over de plas op zoek naar proviand voor onderweg.
Het verglijden van de seizoenen vind ik een van de mooiste momenten in de natuur, zelfs in de stadsnatuur.
Vandaag is het echt lente met temperaturen tegen of op de twintig graden en zon!
De wereld, de natuur, maar ook de mensenwereld klaart dan op. De kille grauwe eerste maanden van het jaar zijn voorbij, de zomer lonkt.
Maakt u al plannen voor de zomervakantie? Of duikt u met Hemelvaart een tentje in?
Hoe dan ook, ik wens u allen veel plezier en ontspanning deze zomer. Ook in hectische tijden, misschien juist dan, is ontspannen een noodzaak.
Veel plezier vooraf bij de planning.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 11 april 2016

Twee ooms, een met en een zonder het syndroom van Down

Vandaag was de crematie van een oom van mij en een volledig naamgenoot.
Tevens ging mijn lief naar een andere kant van Nederland om een oom van haar naar de crematie te begeleiden.
Indrukwekkend dagje.
Deze oom van mij leerde mij met mes en vork eten. Ook kwam hij regelmatig naar mijn voetbalcapaciteiten kijken. Als emotioneel verwaarloosd jongetje vond ik dat geweldig. Zelf voetbalde hij ook tot diep in zijn middelbare leeftijd bij BAS in Biddinghuizen. Zelf had ik al jaren niet meer gevoetbald, maar deze enthousiaste oom kreeg mij zover om op geleende voetbalschoenen een vriendschappelijk balletje mee te trappen met het eerste elftal. Ik scoorde twee keer en kreeg direct de uitnodiging te blijven als eerste elftalspeler. Niet gedaan, want eerlijk gezegd zag mijn leven er toen niet rooskleurig uit. Vroeg , te vroeg op eigen benen. Maar gelukkig is dat allemaal goed gekomen. Ook paste ik in mijn vroege pubertijd op de twee kleine kinderen die hij inmiddels had.
Ik dronk daar mijn eerste koffie met kannen tegelijk, want het was koffie uit een zogenaamde perculator. Een aluminium kan met glazen dop waarin heet water en koffie rondgepompt werd. Heerlijk vond ik dat. Ondertussen las ik de dikke boeken van mijn oom. Dikke boeken die ik thuis nooit gezien heb. Het waren licht erotische boeken, beetje ondeugende boeken die door mijn ook wat ondeugende oom bij de heer Lamme gehaald werden. De heer Lamme had een privé bibliotheekje achterin zijn kantoorboekhandel in de winkelstraat van de arbeiderswijk. Hij verhuurde die boeken alleen voorzien van een bruin pakpapieren kaft. Er ging een wereld voor mij open.
Mijn lief echter, telg uit een braaf rooms-katholiek gezin uit Twente, was vandaag bij haar oom met het syndroom van Down. Hij was de oudst levende man met het syndroom van Down in Nederland, ging er rond in de familie. 73 jaar is hij geworden. Levenslustig, goedlachs en geïnteresseerd in muziek en dieren. Hij staat dan ook op de foto met een biggetje in een ouderwetse kinderwagen met van die kleine wieltjes. Vrolijk lachend duwt hij die voort. Of hij staat op de foto met zijn neusje haaks op die van een kip achter gaas. Ook speelde hij accordeon. Eigenlijk meer op de manier zoals Anton Heyboer gitaar speelde. Maar zeker met evenveel plezier.
Mijn oom bezat naast levenslust ook humor. Daar ging hij wel eens te ver mee. Dat koste hem weleens een blauw oog, maar eigenlijk vond hij ook dat wel interessant. Net als vijf dagen voor zijn dood toen hij in het verpleeghuis uit zijn rolstoel tuimelde. Blauw oog. Hij genoot er zichtbaar van.
Het was een mooie dag vandaag om een dierbaar persoon de laatste eer te bewijzen. Zonovergoten dag. Hoe vaak druilt er een regentje of zingt er verstild een merel als er door grijs wolkendek een zonnestraaltje valt op een begraafplaats.
Ik heb mijn rechterhand bij zijn hoofd op de gesloten kist gelegd en enkele zinnen gesproken. Heel persoonlijke zinnen voor een oom die altijd blij was als hij mij ontmoette. Toen, in mijn jeugd en later toen ikzelf al voorbij de middelbare leeftijd geraakte, Wij hadden een band Rik en ik. Die band gaat nooit over. Ook na het overschrijden van de grens tussen aards leven en de lichamelijke dood.
En mijn lief en haar oom? Mijn lief is musicus, heeft een conservatorium opleiding gedaan. Zij komt vanavond naar huis met een kostbaar geschenk: de rode accordeon van oom Jos, een fantastische vent met het syndroom van Down. Jos een mens om van te houden stond er op zijn rouwkaart. En zo was het. De huidige discussies over zwangerschap afbreken onthouden deze vriendelijke oprechte mensen het recht op leven en het recht op respect. En dat vind ik nou treurig.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 4 april 2016

Goede Vrijdag, Pasen en verdraagzaamheid

Pasen nadert en voorafgaande daaraan Goede Vrijdag.
Goede Vrijdag, we gedenken dan een van de meest gruwelijke moorden van overheidswege ooit gepleegd.
Als je goed tot je door laat dringen wat Jezus van Nazareth heeft moeten doorstaan, dan gruwel je.
Goede Vrijdag, het goede daaraan is voor mij, dat door die gruwelijke moord er een wereldwijde beweging is ontstaan die in devotie uitgaat van Het Goede.
Wij, die onszelf christenen noemen, zijn ten diepste allemaal geroepen om als christenen onze nek uit te steken tegen Het Kwaad, tegen onrechtvaardigheid, tegen onrecht, tegen armoede, tegen geweld.
En voor Het Goede, zoals daar zijn verdraagzaamheid, vriendelijkheid, solidariteit, barmhartigheid, liefde en delen, onbaatzuchtigheid.
Komen wij daaraan toe? Komt u daaraan toe? Denk daar eens diep over na in alle oprechtheid en eerlijkheid. Kijk uzelf in de ogen en handel daar dan ook naar.
En ja, falen mag, daar bent u mens voor. Maar probeer daarna, waar het ook maar kan, weer recht te trekken wat u fout heeft gedaan.

Pasen, een oud gebruik bij veel mensen was het verstoppen van gekleurde eieren in huis, in de tuin, de paashaas met een mandje op zijn rug verstopte die met waterverf gekleurde eieren, zodat de kinderen opgewonden konden zoeken.
De gelukkigen onder ons hadden ’s morgens al een chocolade paashaas in kleurrijk zilverpapier gekregen. De heel gelukkigen kregen een groot gevuld chocolade ei of nog mooier een kipje dat op zijn nest van paaseitjes zat in een rieten mandje met hengseltje.
Op school maakten de kinderen een palmpasenstok met een broodhaantje er bovenop geprikt, ogen van krentjes en omhangen met kleurige slingers van papier. En soms hingen er snoeperijen aan.
Ook op openbare lagere scholen en kleuterscholen was dat een mooie traditie waar de kinderen trots en blij mee over straat gingen. Een kinderhart is snel blij. Geen ouderlijke haarkloverij die daar tegenin ging. Alles van waarde is weerloos, oreerde Lucebert en zo is het, want waar zijn die oude gebruiken gebleven?
Halbe Zijlstra, waar ik het vaker mee oneens ben dan eens, wees kort geleden op het feit dat wij onze culturele waarden dienen te bewaken. Ik ben het daarmee eens. Als wij gastvrij zijn en anders gelovigen hun geloof faciliteren door gebedshuizen op te laten richten, niet te onderdrukken en de vrijheid van cultuur en geloof van andersdenkenden garanderen, dan mogen wij vragen, zelfs eisen, dat ook wij in onze eigen cultuur, in ons eigen land, de eeuwenoude gebruiken vanuit religie en cultuur mogen vieren. Zonder tegengeluid. Dat heet verdraagzaamheid in een open democratie.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 15 maart 2016

De verwende asociaal

Zaterdagmiddag liep ik tegen mijn gewoonte in door de winkelstraat in de oude binnenstad.
Het was er niet zo druk als anders op zaterdagmiddag.
Maar toch, mensen genoeg aanwezig.
Voor een dure zaak met gadgets en trendy horloges van bekende merken stond een veertiger te roken.
Gladde kaalgeschoren kop, dure bruine schoenen en chique in de kleren.
Voor hem lag dwars over het trottoir een moderne damesfiets met voorop een mand, waarvan de inhoud gedeeltelijk over straat lag en achterop een modieus kinderzitje.
De gladde jongen keek er niet naar terwijl hij op twintig centimeter verwijderd was van dit voor winkelende voetgangers vervelende obstakel. Niemand kon er door, mensen moesten de weg op om te kunnen passeren. Voor een oudere mevrouw met rollator was dit erg vervelend.
De zichzelf een moment van pauze gunnende roker stapte met sigaret en al de nutteloze artikelen zaak in. Groette het aanwezige, strak in de dameskleding zittende, winkelpersoneel en verliet haastig het pand.
Hij moest zich vlak langs de pui wurmen om voorbij het moederlijke vervoermiddel te kunnen komen. Zonder op of om te kijken ging hij er vandoor op weg naar iets dat voor hem veel belangrijker zal zijn dan even een hand toe te steken en het bewuste obstakel overeind en aan de kant te zetten.
“LUL”, riep ik boos en zeer verontwaardigd tegen zijn voortgedreven achter(lijke) hoofd. “Egoïst”, gooide ik er nog maar eens uit.
Hij reageerde niet, voelde zich totaal niet aangesproken en had geen idee waarover het ging, de armzalige.
Ik was zo boos, zo diep verontwaardigd door dit, in mijn ogen, asociale gedrag van een exponent uit de verwende generatie. Een generatie opgegroeid in welvaart, zonder armoede, goed onderwijs, goede gezondheid , the sky is the limit. Met deze egoïstische klootzak viel al mijn frustratie samen. Frustratie over verval van solidariteit en mededogen, over verval van medemenselijkheid en zorg voor elkaar en dus voor de onderlinge verbondenheid in onze samenleving.
Een grijze krullenkop van dik in de zestig begreep mij en kwam op me af.
“Meneer, zal ik u helpen?”vroeg zij vriendelijk, “u heeft uw handen al vol.”
Ik keek haar dankbaar aan, zoveel vriendelijkheid, juist daar op dat moment had ik oprecht nodig om mijn vertrouwen in de mensheid niet te verliezen. Ik foeterde nog wat verder over die asociale idioot en zijn verwende Dallasgeneratie. Zij keek mij aan terwijl we de moederfiets overeind zetten. “U heeft gelijk, er zijn zoveel egoïsten tegenwoordig. Ze kijken niet meer naar elkaar om, een helpende hand is van vroeger.”
We hadden ondertussen de fiets tegen het winkelpand aangezet en ik bukte mij om wat muntgeld en kleine snuisterijtjes van een kind op te rapen en in de witte mand voorop het rijwiel te stoppen.
Mijn woede was gezakt. Maar wat ik mij nu afvraag: “Ben ik nou de enige of een van de weinigen die zich zo druk kan maken over hufterig gedrag?” Want ondertussen liep iedereen om het trottoirbreed obstakel heen en stak niemand een hand uit. Behalve deze aardige mevrouw die ik dankbaar de hand schudde.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 8 maart 2016

Ik zit in de zon op mijn balkon en droom over mijn tuinstoel

Ik zit in de zon op mijn balkon en droom over mijn tuinstoel, die ik op oude kranten zet bovenop de tuintafel van Van Doorn en ik olie ieder jaar deze stoel zonder op te geven.
“Het leven is om te vieren”, mailde Mirjam Wolthuis, voorganger van de Dominicusgemeente in Amsterdam mij. “Wees als de vogelen des velds” staat er in de Bijbel. Met andere woorden “genieten mag”.
Waarom lukt dat genieten dan maar zo sporadisch? Ik zie mensen, mannen en vrouwen in de bloei van hun leven in grote haast achter het stuur van hun leaseauto, krampachtige gelaatsuitdrukking.
Zij zijn in grote haast op weg. Waarheen? Om geld te verdienen voor de te grote hypotheek, luxe en de als zeer bijzonder ervaren zonnige vakantie, waarvoor man en vrouw de kinderen bij opa en oma dumpen. Zo sparen zij de kinderopvang uit en steunen opa en oma het grote levensdoel van hun geliefde kinderen>>LUXE.
Even een uurtje in de zon in de beklinkerde tuin, waar vogels niet meer komen omdat er niets te eten valt, dat is maar zelden weggelegd voor deze slaven van de consumptiemaatschappij.
Gewoon even lekker in de zon in de aarde wroeten van een tuin vol bloesem en bloemen? Vergeet het maar. Te moe, geen tijd, lekker makkelijk.
Alarmerende berichten van hemelwaterdeskundigen, ja, ze zijn er echt, dat wij verstedelijken en door de klimaatverandering met hevige stortbuien het regenwater niet meer weg kan. Asfalt, bebouwing en tuinen die volgestouwd zijn met tegels en klinkers, de aarde kan niet meer ademen.
Insecten vrije tuinen waar heggenmus, roodborst en doortrekkende sijsjes en andere zangvogeltjes geen blad meer vinden waaronder een insect zich verstopt heeft en dat tot maaltijd dienen kan.
De bedreigde honingbijen vinden geen heerlijk ruikende bloesem meer, geen bloemen vol kleurenpracht, geen habitat voor vlinders, die uiterst tere wezentjes waarnaar wij allen, naar ik meen, zo graag uitkijken.
Tuinen zonder al dit levende wonderschone zijn dode tuinen, voor dode geesten, op zoek naar wat?
Luxe, gemakzucht, uiterlijk vertoon, kijk mij eens, ik ben geslaagd!
Empathisch vermogen voor de wereld om hen heen, voor de natuur ( waar zij niet beseffend onderdeel van zijn) nul komma nul.
En ik, ik zit in de zon op mijn balkon en droom over mijn tuinstoel die ik ieder jaar moet oliën.
Dat moeten kost mij moeite, fysiek, maar ik doe het graag. Rustig zonder haast.
En weet u, het mooie van dit alles is, dat ik kan dromen, dromen in de zon terwijl anderen zich haasten op weg naar een einddoel, als dat er al is, zonder toekomst en zeker zonder genieten van het zonnige moment.
Ja, zult u zeggen, maar er moet wel gewerkt worden om u de kans te geven in de zon te zitten en te dromen.
Zeker, daarom ben ik een ieder ook dankbaar die zonder op of om te kijken zich verplicht voelt om deel te nemen aan een samenleving die zichzelf uitzuigt. Die zijn werkbijen en werkmieren, mensen, als moderne slaven opbrandt naar de volgende burn-out. Die stimuleert dat genoeg niet genoeg betekent, dat op is op nooit aan de orde zal zijn, dat wij onszelf in onze westerse noordelijke wereld, die andere helft in zuidelijke streken als voorbeeld stellen. Luxe, gemak, en de daarachter loerende slavernij dáár hebben wij het niet over. Wij? Ja, wij, want de ‘grote’ strategen van de multinationals verkopen luxe en gemak en wij “profiteren’ daarvan mee. De andere kant, die kant van wat je er voor over moet hebben en wat het je kost, wat het ons allemaal kost, natuur en mens, daar hoor je deze geld en luxeverslaafden niet over.
En in het klein, u en ik, wij mogen kiezen: we volgen deze heilloze gevoelsarme natuurloze weg en baden in door slavernij vergaarde luxe met alle gevolgen van dien òf wij onthaasten ons en maken ons vrij met minder luxe, met meer empathie voor onze medemens en de ons nog altijd omringende natuur.
De zon blijft voorlopig nog wel een tijdje schijnen. Maar of wij er dan nog zijn?

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 29 februari 2016

De vingerfoon

Ik zit in de trein en kijk om mij heen, vooral jonge mannen en vrouwen zijn aanwezig en zitten met ingespannen blik achter hun laptop of strijken driftig over hun Phone.
Voor de goede orde ik zit deze keer niet in de stiltecoupé.
Tegenover me zit een jonge vrouw van, schat ik, 28 jaar oud.
Zij gebruikt een Apple, zie ik aan het beroemde logo.
Daarnaast zit nog een jonge vrouw, zij telefoneert op duidelijk verstaanbaar niveau.
Het is een voor mij nogal intiem overkomend gesprek, maar ikzelf en de rest van de reizigers in het overvolle treinstel 8654 kunnen gewoon meeluisteren naar dit opgedrongen gesprek.
“Ik was gisteren nog bij mijn gynaecoloog”, de andere kant van de mobiele telefoon reageerde blijkbaar nogal geschokt, “ja, ik had iets aan mijn baarmoeder”, ging de openhartige juffrouw verder.
Wat, dat kwam nog net niet in de ether. Maar deze uiting van medische aard zette mij aan het denken. Iets aan de baarmoeder? Curettage? Abortus? Zo jong al bij de gynaecoloog?
En het zat haar schijnbaar toch hoog, anders begin je daar niet direct over in de eerste zinnen van een telefoongesprek.
Maar goed, naast deze ongegeneerd pratende telefoniste zat de aanwezige Apple eter en die reageerde totaal niet. Zij bleef in één staar gebiologeerd naar haar veelkleurenscherm staren.
“Er is een paar minuten geleden een atoombom op Schiedam gevallen”, had waarschijnlijk bij haar dezelfde non-reactie opgeleverd. Of de Russen zijn bij Enschede het land binnengevallen, na eerder deze week al Polen en Duitsland verovert te hebben. Geen reactie, staren naar Het Scherm.

Nu kwam er vorige week een onderzoeksrapport in het nieuws over de gevolgen van Phone en computergebruik bij jonge mensen. Dit onderzoek beslaat een periode van de laatste 20 jaar, dat is net de periode van intensiever gebruik van dit soort media. Wat blijkt 40% van deze jonge mensen vertonen een gebrek aan empathisch vermogen. Zij kunnen zich niet meer inleven in dat wat een ander raakt of bezighoudt.

Even terug naar de treincoupé. Niemand maakt contact met zijn of haar medereiziger. Een jonge juffrouw vertelt, voor mij schokkend nieuws, dat zij aan haar baarmoeder is geholpen. De Russen zijn de grens over getrokken. De bom is op Schiedam gevallen. Er is net iemand voor de trein gesprongen.
Het raakt ze niet!
Bijkomend gedrag: niemand maakt contact met een medereiziger. En als je, zeker als oudere man, op zo’n aangenaam mogelijke wijze van A naar B wilt reizen en contact wilt leggen door middel van een plezierig praatje, dan kijken ze je aan of je de vieze man, inclusief smoezelige regenjas, himselve bent. Heel vervelend. Natuurlijk weet ook ik wel, dat opdringerige hitsige geile mannetjes van alle leeftijden en tijden zijn en dat dit gegeven vrouwen op hun hoede doet zijn, maar toch… De wereld wordt er niet aangenamer door. Onze samenleving wordt er killer door. Contact wordt eerder uitzondering dan regel. Kijk maar eens om u heen, ook in uw nabije omgeving.

De openhartige afdeling gynaecologie bezoekster intussen was ook stilgevallen en streek driftig over haar vingerfoon met een soort bezetenheid die grensde aan obsessie.
“Zouden zij al eelt op die rechterwijsvinger hebben”, dacht ik. “Zij” zijn al die jonge meiden en jongens die de hele dag de vingerfoon bespelen. Bespelen, want echt serieus wordt dit verslavende apparaatje niet gebruikt is mijn indruk. Kijk ik stiekem eens mee, zie ik meestal spelletjes.
Hoe het ook zij, de toekomst zal mede bepaald worden door de veranderingen in empathie en onderling gedrag. Dat de vingerfoon en de laptop/computer hier invloed op zullen hebben dat is voor mij duidelijk. Vriendelijker en gezelliger zal het er wel niet op worden. Het woord SAMEN uit SAMENleving krijgt zo wel een heel andere betekenis, want zonder empathisch vermogen geen solidariteit.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 23 februari 2016

Daar gaat ze...

Daar gaat ze en zoveel schoonheid heb ik nooit gezien.
Wat een mooie zin van Clouseau, de Belgische band van de gebroeders Wauters.
Die zin deed mij denken aan een meisje uit mijn jeugd.
We hadden even wat met elkaar.
Toen het “uit” was zocht ze mij op in het woelige nachtcafé van Sammy, de goedlachse ondeugende barkeeper.
Maar ja, uit is uit en daar is dan ook een reden voor.
Maar mooi was ze. Inmiddels ook al overleden aan de grote volksziekte.
In dat nachtcafé kwam alles bij elkaar wat maar enigszins duistere kanten had of op zoek was naar gezelschap, drank of drugs of erger. Alles was voorhanden bij de cliëntèle.
Dat baarde mij zorgen.
‘Zoveel schoonheid heb ik nooit gezien’ verliet alleen het etablissement. Het was nacht. Stil op straat. Fatsoenlijke burgers lagen al dan niet in elkaars armen. De wind had zelfs een stilstaande wolk uitgezocht om uit te rusten.
Vlak nadat ‘zoveel schoonheid’ de tent had verlaten volgde een boom van een neger, die niemand verder kende, haar naar buiten.
Ik heb u net de sfeer geschetst van deze parel uit de wereld van Horeca. “Dat gaat niet goed”, dacht ik, en stond op om ook naar buiten te gaan. Schoonheid keek over haar schouder en zag die grote onbekende man en mijn persoontje daar weer achter. Zij aarzelde geen moment, draaide zich om en liep langs ons beiden terug de kroeg in. De reus liep gewoon door. Maar ik draaide mij om en liep enigszins verwonderd door haar actie achter haar aan.
Het café bevond zich links achterin een lange gang aan de achterzijde van het binnenstadspand.
Zij sloeg echter niet linksaf om weer de toog met zijn illustere gasten op te zoeken, nee ze opende de achterdeur.
Daar was een klein binnenplaatsje volgestouwd met kratten en fusten.
Het was 1971 meisjes droegen bloemetjesbroeken met wijde pijpen, een Afghaanse hippiejas en schoenen met dikke zolen en hoge blokhakken.
Zonder aarzelen beklom zij op die hoge blokhakken de kratten en liep over een twee meter hoog eensteens muurtje, tasje aan de arm, naar de achterzijde van de binnenplaats.
De kippen van de Chinees aan de andere zijde van het muurtje kakelden van opwinding over dit nachtelijke bezoek.
Zonder te verblikken of te verblozen sprong ze aan het eind van het muurtje het steegje in achter de huizen.
Van verbazing viel mijn mond open. Ik had het hele kunststukje met ongeloof bezien.
Een circusact van de bovenste plank.
De verkering was echt uit, dat was duidelijk.
Later is zij getrouwd met een narcistische wat criminele meneer met grootheidswaan.
Of zij daar nu zo gelukkig mee is geworden? God weet het.
Schoonheid is maar een buitenkantje en vergaat meestal met het stijgen der jaren. Wat blijft is de verbondenheid, het geborgen weten, de vertrouwelijkheid en....de herinnering.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 16 februari 2016

De wereld volgens Gnrampfs

Ergens ligt er een wereld open, een wereld vol grappen en vermaak, omdat niemand zorgen heeft, iedereen ’s avonds tevreden gaat slapen met een volle maag. Er is tijd voor gezelligheid in deze wereld.
De wereld volgens Gnrampfs.
Een imaginaire wereld waar liefde heerst, vrede, verdraagzaamheid, welvaart, oprechtheid.
Een wereld waar mannen en vrouwen, bejaarden en kinderen, gekleurd of bleek samen leven in vriendschap.
Continenten, landen, regio’s zijn zonder grenzen en iedereen blijft op zijn plaats omdat de wereld er goed is.
Eten en drinken in overvloed, besmettelijke ziekten zijn vrijwel onder controle, schoon water voor iedereen binnen handbereik, aan alle basisbehoeften is voldaan. Geen kind sterft meer aan ondervoeding. Geen zwangere vrouw vlucht meer voor verkrachting en oorlog. Oude mensen worden liefdevol opgenomen in familieverband. Stad en dorp zijn veilige havens. Mensen leven in harmonie met elkaar en de natuur om zich heen. De aarde wordt zorgvuldig beheerd.
Dit is de wereld volgens Gnrampfs.

Een niet bestaande wereld en utopie gelijktijdig, want de realiteit is anders: ‘De rijkste 62 mensen bezitten evenveel als de armste 3,6 miljard ...
Dit is niet de imaginaire wereld van Gnrampfs , dit is de reële wereld van u en mij en al die anderen vandaag de dag. 62 mensen bezitten evenveel vermogen als de armste 3,6 MILJARD arme sloebers.
En dan betekent arm ook echt arm.
Geen fatsoenlijk huis met een kraan voor helder schoon water, niet weten of je vandaag te eten hebt, geen of volstrekt onvoldoende medische zorg, onderwijs, vervoer. Het rijtje dat begint met geen is lang.
En 62 extreem rijken weten van gekkigheid niet hoe ze de dag in hun weelde moeten doorbrengen. Dagobert Ducks zich rondwentelend in hun zwembaden en pakhuizen vol rijkdom.
Zo kan het toch niet bedoeld zijn op deze prachtige aarde?
Mijn pen stokt.
Wat kun je nog meer zeggen over zoveel ongelijkheid, over zoveel onrechtvaardigheid, over zoveel geluk en goud dat er blinkt en tegelijkertijd zoveel oneindig meer ellende, ziekte , honger en verderf?
Is het dan gek dat er “gelukszoekers” zijn die wegvluchten uit zulke rampgebieden, uit zulke mensonterende omstandigheden, uit verwoesting en niet weten of je er morgen nog bent door oorlog en/of voedseltekort.
En ja, wij kunnen die grote stromen vluchtelingen of zoekers naar beter niet aan. Ieder jaar een aantal nieuwkomers ter grote van een flinke provinciestad die je van inkomen moet voorzien, van huisvesting, van medische zorg, van onderwijs, etc. Dat kan niet, dat houden wij, ook in dit rijke Nederland niet vol.
Tegelijkertijd bezuinigen we op ontwikkelingshulp. Dan is de cirkel rond. Armoede blijft armoede en mensen gaan op zoek naar beter. Het beloofde land, Europa.
Ik geloof nog steeds als enige oplossing in hulp ter plaatse. Niet zomaar geven, nee, met de handen uit de mouwen van de plaatselijke bevolking. Vooral de vrouwen in die gebieden willen wel. Kleine plaatselijke projecten, tegelijkertijd ondersteund met grotere projecten voor schoon drinkwater, onderwijs, wegen.
Als die 62 extreem rijken hun aandacht, kennis en rijkdom eens zouden richten op deze 3,6 miljard medemensen. En als de politiek met zijn oorlogszuchtige generaals die gebieden nou eens zouden beschermen tegen krankzinnige criminelen als IS en Boko Haram. Als die politici en generaals die gebieden nou eens zouden stabiliseren en niet destabiliseren zoals in Noord-Afrika en het Midden-Oosten is gebeurd. Dan maken we een kans om deze grote crisis enigszins in goede banen te leiden.
Anders ben ik bang dat onderstaand gedicht, dat ik schreef in 2009 waarheid wordt.
De wereld volgens Gnrampfs zal er wel nooit komen, het tegengestelde is eerder waar, maar afgeven op zogenaamde “gelukszoekers” ,die evenveel recht hebben op een fatsoenlijk bestaan, lijkt mij naast nutteloos en maatschappelijk voor onrust zorgend helemaal uit den boze.

62 mensen bezitten evenveel vermogen als de armste 3,6 MILJARD

Laat dat nou eens tot u doordringen!

Rik Bronkhorst.

Diep in donkere ogen huist een vuur, dat op zal laaien als de tijd rijp is....
Vanuit de kraters van vulkanen, de hitte van woestijnen, komen golven mensen aan in het avondland....
De nacht zal zinderen onder de aanklacht van de gerechte eisen van hen die komen gaan....
Moeders zullen kinderen omarmen in de angstige dreiging van de nacht die onherroepelijk komt....
De klaagzang van hen die wenen om onrecht dat hen raakt, uiteindelijk, zal hemel schreiend zijn....
Als dan de dag weer aanbreekt, getuige van onnoemelijk leed dat is geschied, dan is de witte vogel gevlogen....
Een raaf zal zijn rauwe kreet laten weerklinken en toch, ergens roept er iemand met nieuwe hoop.

Terug naar boven, geplaatst op 4 februari 2016

Anmenooitniet

“Ach wat nou?”
Dat zei ze van de week tegen mij.
Mijn gezicht was van pijn vertrokken. Een vlammende pijn schoot voor de zoveelste keer door mijn rug. Hernia.
“U heeft een hernia, algehele degeneratie van de gehele wervelkolom, een zenuw zit bekneld en u heeft vocht in het ruggenmerg”. Tja, dan schrik je natuurlijk wel even. Zet nu ook de algehele degeneratie van mijn lijf in? Is dit het dan? The point of no return?
Ouder worden geeft zo zijn gebreken....
Als hartfalen patiënt ken ik zo mijn beperkingen, maar dit was weer eens iets nieuws.
De dokter schreef mij eerst een opiaatachtige voor. Daarmee voelde ik helemaal niets meer. Sterker nog, ik kwam in een gelukzalige sfeer terecht waarin ik de wereld met een roze bril bezag. Ik liep met een allervriendelijkste glimlach over straat. Mijn hoofd bevond zich in een prachtige lieve wereld.
“Kunnen we beter mee stoppen”, zei de arts. “Jammer”, dacht ik.
Dat stoppen met die opiaatachtige kreeg echter best wat voeten in de aarde. Vier dagen cold turkey en ik lag te zweten, te draaien in mijn bed. Afkicken hoor. En niemand die je daarvoor waarschuwt.
“U krijgt van mij een nieuw medicijn”, ging de arts verder. O.K. , knikte ik en liep met het receptje naar de apotheek.
Thuisgekomen keek ik op de bijsluiter: “U kunt hier de eerste dagen verward door raken”. Het stond er echt! Anmenooitniet, dacht ik, die slik ik niet. Ben der daar gek!
Gevolg is, dat ik voor noodgevallen die oude opiaatachtige bij mij draag en dat ik veel rust met warme pittenzakken in mijn rug. Telkens als ik voel dat mijn rug op begint te spelen, vlucht ik naar mijn bed met die warme pittenzakken. Als pensionado kan dat gelukkig, ik heb de vrijheid van eigen tijdsindeling. Maar hinderlijk is die rugpijn wel. Drie, vier keer per dag krijg ik een enorme vlammende scherpe opdonder. Die verbijt ik. Maar oh wee, als dat door zou zetten naar chronische pijn. Niet te harden!
Gelukkig lukt het mij om de constant aanwezige zeurderige pijn te verbijten. Je moet ook niet te kleinzerig door het leven gaan.
Mijn oude moeder woont in een bejaardenhuis vol klagende en piepende oudjes. Zij wordt er beroerd van. “Ben gisteren weer bij de dokter geweest” en dan begint het. Nee, als dit mijn voorland is, dan druk ik mijn snor.
Ondertussen is dat bejaardenhuis ook al toegankelijk voor 55- plussers, pedofielen, bajesklanten en psychiatrische patiënten. Dit als gevolg van overheidsbeleid, waardoor de gemeente moet zorg dragen voor huisvesting van deze groep exoten.
De sfeer in het anders zo vredige bejaardenhuis is er niet beter door geworden. Er vallen zelfs wel eens klappen. Ook heeft de politie het soms druk met deze nieuwkomers. Moeder voelt zich er niet veiliger door.
Overheidsbeleid, de zorgzame samenleving verruilt voor de participatiesamenleving.
Ik hoop, dat ondanks hartfalen, chronische rugklachten en zo nog het een en ander ik vrolijk en vriendelijk door het leven mag blijven gaan.
Ondanks het niet tot mij nemen van opiaatachtigen of andere hallucinerende pillen op doktersadvies.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 27 januari 2016

Tel uw zegeningen en geniet

“Heerlijk”, zei ze, “heerlijk.”
Wat was er nou zo heerlijk?
Ik had vis voor haar gebakken, mijn specialiteit.
Een heerlijke moot kabeljauw van de markt. Gebakken in roomboter en zonnebloemolie.
Ingesmeerd met zwarte peper, zout, citroen en een klein beetje Thaise viskruiden en wat grove mosterd. Niet teveel allemaal, een beetje.
In de grote platte braad/smoorpan even om en om, beetje aanschroeien en dan lekker laten sudderen tot het blanke visvlees uit elkaar dreigt te vallen. Ook weer niet te lang want dan wordt die heerlijke kabeljauw droog en dat is toch zonde.
Natuurlijk ben ik geen glamourkok, ik ben amateur in mijn eigen keukentje, maar leuk om te doen, koken voor anderen.
Een goed glas witte wijn erbij, matig en niet gulzig gedronken, alles in rust en tevredenheid, ondertussen gezellig converserend met aandacht voor elkaar. Ik geniet dan bijzonder van dit complete plaatje. Zeker als de tafeldame in kwestie mij goed gezind is zoals mijn lief.
Wij raken nooit uitgepraat en hebben aandacht en zorg voor elkaar. Zo is het goed.

Tel uw zegeningen, staat er in de Bijbel, tel uw zegeningen. Vaak vergeten wij het goede en richten onze aandacht op dat wat negatief is in ons leven. We vergeten gewoonweg om naar de positieve kanten van ons bestaan te kijken. En echt, dat positieve ligt voor het oprapen. Er moet alleen een knopje om in ons eigen denkpatroon. Je kunt namelijk met niets tevreden zijn. Gewoon niets, even niets in een hectisch bestaan. Rust, even niets doen, even gedachten los laten en laten komen wat er zich aandient.
In moeilijke tijden ben ik letterlijk wel op mijn handen gaan zitten, mezelf aldus dwingend om niets te doen. Gewoon laten komen in dat tobbende hoofd wat er zich aandient. Ook niet vasthouden wat er dan komt, nee, gewoon laten komen en weer laten gaan. Het hielp, soms liepen de tranen over mijn wangen, maar het hielp. Ik liep niet weg voor wat negatief was. Nee, ik zag de narigheid recht in het gezicht en liet het los. Wijs bleek om mij niet meer te verzetten tegen wat ik toch niet kon veranderen. Afstand nemen. Loslaten. Loslaten is tevens het moeilijkste wat ik mij kan bedenken. Loslaten van een geliefde om wat voor reden dan ook, loslaten van werksituaties die niet meer voldoen om wat voor reden dan ook, loslaten van ambities die te hoog gegrepen zijn, loslaten van dat wat fysiek onmogelijk is geworden. Loslaten als het een dag niet meezit, morgen kan heel anders zijn. Loslaten van verlangens. Maar ik realiseer mij, ook uit ervaring, hoe moeilijk dit loslaten kan zijn. De omstandigheden in een mensenleven kunnen zo dramatisch zijn dat loslaten te moeilijk wordt.
Soms, als het leven zo moeilijk wordt en tegenzit, als je het niet meer kunt vinden bij de mensen, dan rest slecht de Hogere Macht. In gesprek gaan met de Hogere macht. “Maar Hij antwoord niet”, zult u zeggen. Luister dan maar eens goed naar uw innerlijk. Daar klinkt geen luide stem, eerder een zacht ruisen van emoties. U bent op weg.
En gaande weg komt er verandering in uw geest, u ervaart momenten van rust, van acceptatie, van non-verzet. Langzaam treedt er heling in. Nee, niet van vergeten, nee, niet van volledige acceptatie van dat wat u bezig hield en houdt, eerder momenten van stilte in een roerig bestaan.
Langzaam maar zeker kruipt u uit het dal der verschrikkingen, waar u eerder ronddoolde.
Er gloort weer hoop. En langzaam, heel langzaam begint u weer uw zegeningen te tellen.

Wat er ook in de Bijbel staat is dat u mag genieten van de tafelen des velds.
Met alle respect voor de geheelonthouders, een goed glas wijn en een heerlijke met zorg bereide, gezonde maaltijd in goed gezelschap valt toch niet te versmaden?
Wees toch niet zo streng voor jezelf, geniet! Want genieten mag, of niet soms?

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 21 januari 2016

Tante To

Het was in de grauwe jaren vijftig, waarnaar wij zo terugverlangen omdat de wereld om ons heen nog overzichtelijk was, dat tante To het huwelijk kreeg waarna zij zo verlangde en bij ons in het buurtje kwam wonen.
Tante To had al een kind, een jongetje, van een getrouwde man die haar had laten zitten.
Dat was niet zo netjes van Tante To en ook een beetje stom, vertelden de buurvrouwen met hun schortje om elkaar ’s middags bij de thee.
Maar voor ons buurtkinderen? Tante To was de liefste tante die jij je als kind maar kon voorstellen.
Altijd vriendelijk, altijd goedlachs, altijd zorgend voor ons als buurtkinderen.
Bij tante To kon je altijd binnen lopen voor een vriendelijk woord en wat te drinken.
Een bakje warme thee in een emaille kroes of aanmaaklimonade met grenadine smaak, groen van kleur, maar wat een lekkernij. Voor mij had die groene kleur van de zoete grenadine iets exotisch. Dat moest wel vanuit een ver land komen, want alle aanmaaklimonade was of oranje of kersenrood.
In die jaren vijftig speelden wij als kind altijd op straat. Het Rozenpleintje en de daarop uitkomende steegjes waren ons speelterrein. We speelden halla of galla, dat weet ik niet meer, maar twee partijen bestreden elkaar in een speelveld van over de straat getrokken lijnen. Je rende je kapot om langs de tegenpartij te komen. Ook landverbeuren was er zo eentje, lijnen op de straatklinkers getrokken met een oude aarden potscherf. In een uit vier delen bestaand landenspel sprintte je om langs je tegenstander uit Rusland of Amerika of Canada te komen. Werd je aangeraakt, getikt, dan mocht de tegenstander in jouw land, Nederland natuurlijk, vanuit de zijlijn een sprong wagen, waarna hij of zij met die oude potscherf een cirkel om de voeten trok. Er was een enclave ontstaan in het land der vijand waar je niet aangetikt kon worden.
Kwam Anneman met zijn grote heupmes in een leren schede met bandje en drukknop aan zijn riem bevestigd, dan was het feest: landjepik. Met dat mes mocht je in de aarde gooien en werden er lijnen getrokken waardoor jij je eigen stukje grond kon uitbreiden met dat van de ander. Anneman zat bij de padvinders en nam ons, voorop lopend, mee de bossen in. Hele dagen waren we onderweg gedurende de zomervakantie, waaraan nooit een einde leek te komen. Soms was het zinderend heet op die dagen en barsten we bijna van de dorst. Anneman had een veldfles met lauw water en deelde zeer spaarzaam met ons. Anneman was streng en autoriteit op zijn gebied, de bossen. Toch was dat aluminium veldflesje met de deuken al snel leeg. Het grijs vilten foedraaltje mocht daarbij niet baten, het water was bijna niet te drinken op die oververhitte zomerdagen. Maar het zou nog erger worden.
Op de terugweg dronken we uit de bosvijver, een mooie plek met een uitkijkheuvel waar we trappen gemaakt van houten boomstammetjes als duivels beklommen om als eerste boven te zijn. In die bosvijver lagen de dode karpers, (botulisme?) tegen de kant op te rijden of ze graag dat water uit wilden. Op anderhalve meter van die dode vissen dronken wij met schephanden gulzig het verontreinigde water. En werd er iemand van ons daarna ziek? Niemand, niemand kreeg maagkrampen, diarree, laat staan hoge koorts. Jongens waren we, maar sterke jongens.
Wie er ook altijd meeging was Clement, oudste uit een orthodox rooms-katholiek groot gezin zoals er zoveel waren in die jaren vijftig. Clement werd door ons Klempie genoemd. En Klempie riep altijd, als uit het niets: “Jongens, ik heb een plan.” Dan had hij weer een fantasie bedacht over wie wij waren, waarnaar wij onderweg waren en wie er als vijand op de loer lag. Wij noemden Klempie dan ook Klempieplen. (Klempie plan). Klempie wist ons telkens op het spoor te krijgen van duivelse figuren uit de omgeving. Zo was er Het Polderwief. “Jongens, het polderwief,”riep Klempie dan opeens als we aan het slootjespringen waren in de weilanden langs de Eem. We renden dan met kramp tussen de benen van de schrik naar huis. Waar, als we weer op ons veilige Rozenpleintje thuis waren, we achterom bij tante To kwamen, bezweet en verhit, om een kroes met grenadine of gewoon haastig koel en helder water uit de koperen kraan boven het granieten aanrecht geserveerd te krijgen. Tante To. Ze leeft niet meer. Al weer enige jaren geleden kwam ik haar tegen, ze was eigenlijk niet veel veranderd, haar man leefde niet meer en ze was met haar oudste dochter waar ik mijn eerste voorzichtige seksuele ervaringen mee had. Spannend. Ik voelde weer de enorme liefde die tante To voor haar medemensen had en zeker voor kinderen. Ik zag en hoorde aan haar woorden, zag de warme blik in haar ogen, de herkenning, ik was nog steeds dat jochie van het Rozenpleintje voor haar.
En ik, ik voelde me thuiskomen, al was het maar voor een ogenblik, het was weer goed.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 11 januari 2016

De waarzegger over 2016

2016 wordt een rampjaar, zegt de voorspeller van kwade boodschappen uit Oldeholtpade.
2016 zal ook in Nederland niet ongemerkt voorbijgaan, zegt de koffiedikkijker uit Zwartebroek.
2016 zal natte zomers en vochtige winters geven, zegt de koffiedikspecialiste uit Laren.
2016 wordt een druk jaar, zegt de piskijker uit Tilburg.
2016? Geen Elfstedentocht, zegt de weerkundige op het landelijke verveelscherm.
2016 er zullen meer baby’s geboren worden, voorspelt het Centraal Plan Bureau.
Of dat laatste waar is weet ik niet, maar het klinkt zo vertrouwd. Net of alle orakelen gelijk gekregen hebben in de voorgaande jaren met het CPB voorop, samen met de Enkhuizer Almanak. Maar de voorspelling klinkt goed. Zo vertrouwen wekkend.
2016? We gaan er bijna allemaal financieel op vooruit, zegt de huidige regering.
Hoera! (Als je er bij hoort).
De miljardairs gaan er flink op vooruit, met de miljonairs gaat het minder, bron Herman Finkers.
Chronisch zieken betalen weer meer eigen risico.
De uitbetaling van het PGB loopt ook in 2016 nog niet overal gesmeerd.
Steeds meer mensen hebben moeite om hun zorgpremie te betalen.
De kloof tussen rijk en arm groeit.

“De wereld gaat aan vlijt ten onder”, schreef Max Dendermonde decennia geleden al en dat is zo, net zoals de Club van Rome in haar rapport “Grenzen aan de groei” uit 1972 aangaf en in 2015 in Parijs nog eens is gebleken. Onheilstijding, maar u zij gerustgesteld:
Wij gaan er financieel op vooruit in 2016 en nog wel met zijn allen. Troost u, er is hoop.
De mens blijkt met zijn gezonde verstand ieder milieuprobleem aan te kunnen pakken.
Voorbeeld: Op de markt in Apeldoorn betaal je nu voor je vervuilende plastic tasje. Hoe slim en hoe gewetenloos kortzichtig en egoïstisch ook, de mens is zeer innovatief denkend.
De mens, de wetenschap, de vrije markt, wetenschap en industrie zullen oplossingen aandragen en uitvoeren.
Waarom? Nee, niet uit zorg voor uw nageslacht. Financieel gewin ligt in het verschiet.
We zullen er met zijn allen beter uit komen, een hele nieuwe industrie in een hele nieuwe samenleving lonkt aan de horizon.
????
En toch....
Ook al gaat de wereld aan onze vlijt ten onder, al zou het de Laatste Dag des Oordeels zijn: ik plant een boompje.
Nee, geen harde stevige Amerikaanse (lees Utrechtse) Eijk, maar een boompje dat vrucht zal dragen!
De slang uit het Paradijs zal het druk krijgen, als wij allemaal een vruchtdragend boompje gaan planten in 2016.
En daar gloort de toekomst, ook in 2016, u en ik, wij!
Wij kunnen gezamenlijk, dagelijks, ons best doen de positieve waarden te laten zien aan hen die het na laten om positief in het leven te staan.
Op ieder terrein kunnen wij laten zien dat het ook anders kan.
Wat uw taak in de samenleving ook inhoudt.
Hoe?
Denk daar nu bij uw goede voornemens maar eens even over na.
Ik ga voor een prachtig 2016.
Het allerbeste toegewenst bij al uw goede voornemens.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 4 januari 2016

Het is weer kerst

De donkere dagen voor kerst worden overal ter wereld verlicht met vele, vele lampjes in kerstbomen, etalages, gevels van gebouwen, winkelstraten en nog zoveel meer.
Dat kost kapitalen aan energie. Maar ik zou het niet willen missen.
Gisteren sprak de plaatselijke junk/zwerver mij aan in de mooi verlichte winkelstraat. Ik schreef wel eens eerder over hem.
“Rik, help je me vandaag weer?” vroeg hij terwijl hij op zijn bekende kortepasloopje op mij afstevende.
Als hij dat loopje heeft moet hij nodig weer scoren. Dan is de wereld binnenin hem verschrikkelijk leeg en onrustig.
Remco is een man van in de veertig, bijzonder aardig, maar totaal overgeleverd aan de drugs.
Bruun, of te wel heroïne is zijn speelgoedje en zijn afgrond, al vele, vele jaren.
Remco verkoopt ook de Straatkrant, maar dat is maar een hulpmiddel, liever heeft hij een aalmoes.
Vaak heb ik in dubio gestaan, moet je hem nu geld geven of niet, steun je zodoende zijn verslaving of help je hem met dat laatste wat hem nog rest, de drugs.
Vele vrienden en vriendinnen van hem zijn al ter ziele gegaan. Voor zover je van vriendschap kunt spreken in die keiharde verslavingswereld. Remco blijft vooralsnog staande, solist als hij is met een bovengemiddeld IQ zoals ik hem inschat. Ook lijkt hij van goede komaf. Hij spreekt algemeen beschaafd Nederlands. Als Remco weer eens goed in zijn vel zit door voldoende dope voorhanden, dan gaat hij onder de douche, wast zijn kleren, verkleedt zich en.... gaat naar de kapper.
Plotseling staat daar dan een stralende man, veertiger, maar eeuwig kind, met een keurige scheiding in zijn kortgeknipt haar.
Vorige week kwam hij ook op mij af. Nu heb ik hem al eens de keuze uit mijn goedgevulde boodschappentas gegeven. Die keuze wees hij af “Daar is het mij niet om te doen,“ was toen zijn botte, maar duidelijke antwoord. Heel eerlijk, maar ik voelde mij enigszins verdrietig en afgewezen door zijn reactie. Zo’n jongen, zo ver weg van de reële belevingswereld van u en mij.
Vorige week kwam ik net bij de visboer vandaan met kibbeling voor mijn oude moeder en een makreel.
“Geld krijg je niet, kies maar uit, warme kibbeling of een gerookte makreel,” bood ik hem aan.
Hij aarzelde even, “Geef mij die makreel maar, een lekkere makreel is nooit weg,”
Ik zag dat hij wat verwonderd was over dit aanbod.
Ik gaf hem de makreel en weg was hij op zoek naar geld voor bruun, dat duidelijk belangrijker voor hem is, dan gezond voedsel.
Gisteren had ik geen boodschappen bij mij, “Vandaag help ik je niet,”antwoordde ik hem op zijn vraag. “Fijne dag, Rik,” spurtte hij verder op zoek naar cashgeld.
Ik voelde de tranen achter mijn ogen opkomen, niet zozeer om hem, eigenlijk om mijzelf. Ik zag mezelf weer als jongeman in de wilde jaren zestig en zeventig, flink aan de spiritualia en drugs.
Het had met mij net zo slecht af kunnen lopen als nu deze aardige Remco restte.
Ik voelde de eenzaamheid van toen weer, zo vlak voor kerst als de horeca haar deuren sloot en ik door de verlaten verlichtte winkelstraat naar mijn evenzeer verlaten braakpand trok met een half broodje, een plakje kaas en een fles melk. Dat was mijn kerst, de muizen over de vloer, kapotte ruiten, geen verwarming, een buitendeur die niet op slot kon.
Gelukkig was er een kantelpunt in mijn leven, mijn vrouw, latere moeder van mijn kinderen, die weer later bij mij introk op mijn zolderkamertje wat ik inmiddels betrokken had. Huur hoefde ik ook daar niet te betalen, een kraakpand dat dreigde afgebroken te worden voor een megalomaan idee van een wethouder en zijn betrokken stedenbouwkundig ingenieur. Het staat er nog en is volledig gerestaureerd als onderdeel van een historisch straatje in de oude binnenstad.
Het is mij en mijn gezinnetje goed gegaan, nee, niet zonder stormen, de verantwoordelijkheid voor een gezin komt je niet zomaar aanwaaien. Ik heb gevochten tegen mezelf, de genen, de omgevingswereld, en ik heb overwonnen. Een medaille? Nee, veel afkeuring, weinig medeleven laat staan goedkeuring. Drank, drugs, psychiatrie zijn geen visitekaartje voor een keurige kantoorbaan.
Eens een smetje, altijd ongeschikt voor volledige deelname in uw en toch ook mijn samenleving.
Remco op zijn manier en ik op de mijne hebben geluk gehad, dat wij in dit sociale Nederland mochten en mogen opgroeien en leven. Ik heb mijn kans gegrepen op een fatsoenlijk bestaan, waardoor mijn kinderen met beide benen in de samenleving staan. Remco kon dat niet en wil dat ook niet meer, kan dat niet.
Een blik in mijn boodschappentas en een greep daaruit, een gerookte makreel, het is toch wel het minste dat ik voor hem als medemens die de dans ontsprongen is kan doen.
Ik wens u en hem fijne kerstdagen toe en wat vooruitgang in goede gezondheid.
Hoewel dat laatste soms onmogelijk is.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 21 december 2015

Ik geef je een zoen

“Ik geef je een zoen!” zei ze lachend.
En voor dat ik het wist had ik hem al te pakken.
Recht op mijn waffelaar en langdurig, smachtend bijna.
Nou ben ik wel wat gewend, maar deze onbevreesde uiting van waardering en genegenheid kwam ook bij mij toch wel onverwacht binnen.
Ik keek haar aan, enigszins verbijsterd.
Een stralende lach en ogen keken mij blij aan.
“Zullen we?”kraaide haar stem mijn richting uit.
“Zullen we?”Wat zullen we, dacht ik, geen idee.
“Zullen we? “vroeg ze nu iets nadrukkelijker.
Ze trok het Toscaneblauwe vestje wat strakker over het witte kanten randje wat daaronder gloorde.
Verbaasd antwoordde ik met omhooggetrokken wenkbrauwen.
Ze zag en begreep mijn vragende blik.
Weer geheel onverwacht had ze mijn pols al te pakken.
Ik werd omhoog gezogen uit mijn stoel vanwaar ik met overzichtelijke blik de dansvloer overzag.
Nu ben ik absoluut geen vrije danser, eerder een wat onhandig haperende danseur.
De energieke dame van 84 jaar oud met een modern kapsel lachte me schalks toe.
“Heerlijke man, kom op jongen, dansen!”
Met heupwiegende bewegingen zette zij de salsa in.
“Oh Heer, schoot het door mijn hoofd, redt me.”
Een beetje ingetogen verlegen lachje kringelde rond mijn mond.
“De 84 jarige vamp ondertussen likte eens langs haar vurig rood aangezette lippen.
Zij danste als Mata Hari in haar beste tijden rond mijn weerbarstige lijf.
“Kom op, jongen, jij kunt er wat van!”, galmde het door de feestzaal.
Ik voelde de dansvloer onder mijn voeten wegzakken.
“Moeder!”knalde de hulpvraag door mijn rood aangelopen hoofd. Ze trok nog eens haar vestje strak en rolde met haar borsten.
“Heerlijk man”, kraaide zij weer.
Ja, dacht ik, vroeger, maar nu niet meer, alsjeblieft...
De bejaarde dame draaide om mij heen, al rollebollend en hotseklotsend gaf zij mij met haar heup een zetje.
“Kom los, jongen, kom los, dans!”gebood zij mij als een sergeant-majoor op leeftijd die op het veteranenbal zijn schoenen alvast had uitgedaan.
Ik danste de dans van mijn leven, maar kon deze bruisende vulkaan niet bijbenen.
Maar toen de band een slowdance inzette besloot ik maar snel een veiliger haven op te zoeken door haar van de dansvloer naar haar tafeltje met spiritualia te leiden.
“Hè, wat jammer nou, we gingen net zo lekker”, teleurgesteld over zoveel gebrek aan energie keek zij mij wat teleurgesteld aan.
Ik schonk haar mijn beminnelijkste glimlach en blik en vluchtte spoorslags naar het toilet om geheel bevrijdt mijn blaas langdurig te ledigen.
Gevolg van de plaspillen, die ik op mijn leeftijd hard nodig heb...

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 14 december 2015

De hunkering

Met het verglijden van de jaren, als het Avondland lonkt, ontstaat de hunkering.
De hunkering naar gezien te worden, warmte, intimiteit, lichamelijkheid, nee, geen zoektocht naar de seksuele hunkering, het verlangen te versmelten in fysiek contact. Eerder een ontmoeting vol tederheid en dichtbijheid. Samen, al is het maar in het moment, een tedere verpozing zoekend waarin opgaan in elkaar, vergeten van tijdelijkheid, geen pose is, maar oprechte verbondenheid met de ander.
Ouder worden geeft prachtige vergezichten, rust, niets hoeft, veel mag, wijsheid telt, gezien te worden in al de groeven in je gezicht, in ogen die rustig beschouwen en liefde uitstralen voor jou en jou en jou. De ander die is, die weet en zoekt, verlangt maar trouw blijft aan zijn of haar queeste in oprechtheid. Wij allen zoeken, hunkeren, verlangen, eisen, vragen of zwijgen. Dat laatste is het ergste: zwijgen, als je behoefte zo duidelijk naar de oppervlakte treedt. Ligt er ergens bevrediging te wachten? Is er meer dan de dierlijke behoefte van het ene ego versmeltend in het andere ego?
Hunkering, wat een prachtig woord, maar ook zo onnoemelijk pijnlijk. Hoeveel tranen zijn er vergoten door de onvervulde hunkering, de onmogelijke liefde, het onbereikbare verlangen naar samen zijn met die ene. Die ene, zo dichtbij en tegelijkertijd zo ver weg. Hunkering, verlangen.
Ten diepste zijn wij alleen, een en tegelijkertijd ook zo alleen op deze prachtige planeet, ronddraaiend in dat immense lege heelal vol rakelings langs elkaar scherende planeten, meteorieten en gruis.
Gelijk de ontmoetingen in een mensenleven, de liefdes in een mensenleven, de vriendschappen, de ontmoetingen: planeten, meteorieten en gruis.
Terugkijkend zie ik enkele planeten in mijn voorbijgegleden leven, mensen die een blijvende plaats hebben verworven in de kamers van mijn hart. Ook zijn er meteorieten geweest, mensen die als een bom insloegen in mijn dagelijks bestaan en even snel weer verder trokken. Wat overbleef is en was gruis, mensen die om een of andere reden voorbijkwamen en wat ruis achterlieten zonder echt een plek te verwerven in dat ruime hart van mij. Soms ging dit gruis gepaard met verdriet, niet begrijpen, frustratie. Ach, achteraf is het sop de kool niet waard gebleken, gruis.
Altijd ontstonden deze ontmoetingen of bijna ontmoetingen door een diep verlangen om wat was, om wat verlangen heet, soms uit pijn, maar altijd uit hunkering, een zoeken naar geborgenheid en vervullen van verlangens.
Nu, met het ouder worden, het bloot leggen van de kern, die het zelf heet, ontstaat als vanzelf het weten. Het weten hoe, waarom, waarom wij altijd op zoek zijn, op zoek naar meer. Meer van hetzelfde, dat niet bestaat want dat is al vervlogen in de tijd. Nee, het moet nieuw zijn, anders, steeds weer boeiend, zolang het duurt. Gelukkig is daar de ouderdom die rust geeft als er goed mee wordt omgesprongen. Andere waarden, normen en verlangens krijgen de bovenhand. Hoewel er altijd geesten zullen zijn die hun rust nooit zullen vinden. Mensen, man of vrouw, altijd op zoek naar meer, naar anders, naar weer een schep kolen op het vuur dat eeuwig branden moet. Hunkering, die niet te vervullen lijkt en misschien ook wel niet is.
Een mensenlevenlang ontmoeten wij elkaar, zoeken wij elkaar, verlangen wij naar elkaar. En soms is daar plotseling, al dan niet tijdelijk, het vervulde verlangen. Maar ook dan is daar de hunkering die blijft. Misschien houdt ons dat wel gaande, een leven lang. Misschien stopt het leven wel als de hunkering gedoofd is. Zo ver ben ik nog niet. Ik geniet van die voeding die hunkering heet. Ik geniet van de ontmoetingen in mijn leven, die gelijk planeten, meteorieten en gruis voorbij komen. Er is in dat ruime hart van mij nog ruimte over. Ik hoop dat dat zo blijft, want zolang drijft de hunkering en nieuwsgierigheid mij voort en leef ik vol verlangen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 2 december 2015

Lieve God, waarom?

Zo begint een prachtig liedje van Herman Van Veen, genaamd God is alles.
Een liedje recht uit mijn hard, zeker nu in deze tijd van terreur, dood en verderf.
Een liedje waar de kern huist van geloven, gelovig zijn, van liefde en van leven.
Hier is de tekst:

God is de wind,
God is de wind, jongen,
Die door je haar,
Die door je haar waait.
God is de zon,
God is de zon, jongen,
Die je gezicht,
Die je gezicht verwarmt.
God is geen pijn.
God is geen wet.
God is geen standbeeld.
God is geen oordeel.
God is een vlok,
God is een sneeuwvolk, jongen,
Die op de hand,
Die op de hand smelt.
God is een woord,
God is een woord, jongen,
Die in je hart,
Die in je hart woont.
God is een traan,
God is een kus.

Hier wil ik het voor nu maar bij laten.

Beluister hier het liedje (helaas soms pas na een reclameboodschap)

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 17 november 2015

Pomperidomperidombombom....

Soms dreunt er zo maar een onbekend wijsje door mijn hoofd. Gewoon een vrolijk deuntje.
Maar soms lijkt de wereld echter grauw en grijs en lijd ik onder de berichtgevingen in het nieuws.
Je wordt er soms misselijk van…Vandaag echter, al regent het dramatisch onder een grijs wolkendek, vandaag echter ben ik best te spreken. Schijnbaar straal ik dat dan ook uit, want met mij totaal onbekende mensen heb ik in de trein en op straat een leuk contact. Ook zie ik, dat mijn inspanningen om slechte zaken van bijvoorbeeld de Farmareuzen aan de kaak te stellen via Twitter en de landelijke pers resultaat hebben. Zo stond er in kwaliteitskrant Trouw afgelopen zaterdag een essay van een Deense hoogleraar over het schrikbarend aantal doden (200.000) per jaar in de Europese Unie door bijwerkingen van medicijnen. Medicijnen die nooit door een onafhankelijke instantie zijn onderzocht op hun werking en bijwerkingen. Nee, het zijn de Farmaboefjes zelf die als slagers hun eigen vlees keuren. Ik sprak hier wel eens over met een paar huisartsen en die beaamden, dat zij wel eens medicijnen voorschrijven, waarvan zij de werking eigenlijk niet goed kennen en bewezen achten. Ja, de bijwerkingen kennen zij maar al te goed, maar soms is er gewoon geen ander alternatief, zijn alle mogelijkheden uitgeput, aldus deze artsen.
Ook heb ik zelf aan den lijve ondervonden hoe gevaarlijk medicijnen kunnen zijn. Zo zelfs, dat mijn leven in gevaar was en ik naderhand de betreffende farmaceut heb opgebeld om dat bedrijf te waarschuwen voor de gevaren van dat betreffende medicijn. Nu staat dat specifieke gevaar dan ook als waarschuwing op de bijsluiter. De slager die zijn eigen vlees keurt en aanprijst, hoe gevaarlijk is dat! Ik kom daartegen in het geweer, hoe klein en beperkt dat dan ook weer is als individu en kleine man.
Het is net als met het Volkswagen schandaal: als je de vrije markt niet een beetje inkadert, dan komt het eigen belang, de goede cijfers in de boekhouding en voor eventuele aandeelhouders op plaats één. De firma leugen en bedrog komt dan in werking. Milieuregels en fiscale wetten zijn er niet voor niets, maar worden op slinkse wijze overtreden om de cijfers rooskleurig te laten schitteren. Bekende politici worden uit naamsgeilheid gevraagd voor de functie van bijvoorbeeld voorzitter van de Raad van Toezicht van een woon- en zorgorganisatie die er tot op dat moment bijzonder goed voorstond. Vele miljoenen op de balans in voorraad en enige jaren later vervlogen die miljoenen en ontstond er diepe, diepe schuld, waardoor deze befaamde politicus af moest treden. Sterker nog, hij komt voor de rechter en wordt voor, een in verhouding tot zijn falen, schijntje hoofdelijk aansprakelijk gesteld. De bestuursvoorzitter van Volkswagen krijgt waarschijnlijk “als dank” voor zijn malversaties ergens tussen de 3 en de 30 miljoen mee bij zijn ontslag. In 2014 kreeg hij een bonus van 14 miljoen en toen wist hij ook vast en zeker van de dieseltruc etc. Begrijpt u dit alles nog? Ik niet!
Elke aanslag op de aarde, de uitputting van grondstoffen, het milieu, is een aanslag op u en mij en op allen die na ons komen. We bewonen met elkaar de planeet aarde, een beperkte planeet aarde, en voor dat huis aarde moeten we als goede bewoners zorg dragen. Ons wordt leven geschonken op aarde, wij mogen gebruikmaken van deze moederaarde en zijn verplicht daar zorgzaamheid en goed beheer tegenover te stellen.
Het is dus goed dat overheden bij wetten vastleggen wat wel en niet kan en mag. Een raamwerk te creëren waarbinnen ieder bedrijf vrijheid van handelen kent, net als ieder individu, maar met sancties bij overschrijding van de grenzen van dat raamwerk. Overheden zijn verplicht de hebzucht en de opgeblazen borstjes van megalomane bestuurders in te perken. Dit uit oogpunt van het algemeen belang.
Maar goed, vandaag dus even niet op de barricaden, ik word trouwens ook wat stram in de benen en onderrug. Vandaag regent het, maar niet in mijn hart en niet in mijn hoofd. Vandaag was ik bij 15 en 16 eeuwse schilders/kunstenaars als Dürer, Breughel en Bosch. Even cultuur opsnuiven. Ik heb genoten, met als toetje die volkomen onbekende mensen waar ik openhartige, politiek getinte gesprekken mee kon voeren en waaruit bleek dat ik niet de enige ben die zijn hoofd zo nu en dan schudt. En ja, ondanks de toestand in de wereld, de regen en het grauwe wolkendek loop ik dan met een vrolijk deuntje in mijn hoofd naar huis. Dat lijkt me trouwens ook een krachtig deuntje, want het zingt: “Ze krijgen mij er niet onder met al die negativiteit”.
Mijn advies aan u is dan ook, neurie eens zomaar een deuntje of beter nog fluit er een. Je zult verbaasd opkijken hoe andere mensen dan op jou reageren...
En als het even kan, laat wat van je horen in de media, in de politiek, in gesprek met een ander over zaken waar je het niet mee eens bent. Alleen blijf wel vriendelijk, verdraagzaam en tolerant.
Al dat geblaat en geblèr verdrijft alleen maar dat aardige deuntje in je hoofd...

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 11 november 2015

Sportschool of terreuropleiding

Met verbijstering zag ik het filmpje over Badr Hari op het nieuws, waarin hij een receptionist een oorvijg geeft.
Zo imponerend zijn gestalte, zo imponerend zijn gedrag, hoe hij op deze kleine terugdeinzende man inloopt, zo imponerend.
Er was geen geluid bij, ik kon dus niet horen wat hij tegen de man gezegd heeft.
Ook niet wat deze hotelmedewerker tegen dhr. Hari gezegd heeft.
Maar ik walgde van dit vertoon van agressie en fysieke macht.
Een uiting van agressie waarin Badr Hari zichzelf boven de ander stelt louter gebaseerd op fysieke kracht.
Ook heb ik de foto gezien van het gezicht van zakenman Koen Everink na een onderonsje met deze heer Badr Hari. Overigens deed de rechter daar pas geleden in hoger beroep uitspraak over: 24 maanden cel, waarvan 10 voorwaardelijk.
Zowel het OM als de heer Hari waren in beroep gegaan. Nog lijkt het niet genoeg, het geweten van deze Prince of Morocco, zoals een van zijn erenamen luidt, is zo groot (in gewetenloosheid) dat hij het ook hier weer niet bij laat zitten. Deze parel uit Marokko gaat naar de Hoge Raad.
Waarschijnlijk hanteert hij zijn eigen wetboek, zijn eigen regels over wat goed en slecht is, zijn eigen moraal.
Over moraal gesproken, sportschoolhouders hoor je vaak verklaren, dat zij op hun sportschool de “leerlingen” opleiden tot sporter of topsporter met een diep besef over de gevaren van hun eigen kracht. Zij “hameren” in de geest van de leerling gevechtsporter de regel: geen onnodig geweld te gebruiken, zich te leren beheersen. Juist dat “zich te leren beheersen” staat hoog in het vaandel van de sportschool, lees opleidingsinstituut tot gebruik maken van lichaam en kracht. Niet alleen om zichzelf en degenen die zij liefhebben te verdedigen, maar, zoals regelmatig blijkt, het geleerde te gebruiken naar eigen gewelddadige willekeur. Erger nog, dat wat zij geleerd hebben, als kickbokser bijvoorbeeld, in dienst te stellen van een criminele carrière vol geweld. De voorbeelden zijn legio. De oprecht goede gevechtsporter krijgt van mij alle lof. Die heeft het begrepen, die heeft echt zijn of haar voordeel van de “gevechtsopleiding” gehad.
Het fanatisme echter gaat zelfs zover, dat bij kickboksers op niveau de teennagels van de tenen geschopt zijn door intensieve training en beoefening van hun “sport”.
Al dat goedbedoelde of tegen beter weten in gezever van sportschoolhouders over “je te leren beheersen” juist door het beoefenen van dè sport, lijken mij praatjes voor de vaak.
Deze opleidingsinstituten voor gevechtshandelingen van het individu dienen beter gecontroleerd te worden door bijvoorbeeld de politie of een andere autoriteit van overheidswege.
Wat gebeurt daar, hoe is het met de mentale staat van de cursisten, nemen we een staatsexamen af ook op deze punten om onszelf als samenleving en de cursist te beschermen tegen zinloos geweld en criminaliteit.
Belachelijk hoor ik nu al vanuit bepaalde hoek opklinken. Maar is het zo belachelijk om plekken waar vooral jonge mensen opgeleid en gevormd worden tot gevechtsporter/specialist onder controle van de overheid te brengen.
Er is ook een staatsexamen nodig voor autorijden etcetera. Ook daar loert het gevaar als er geen overheidscontrole is. En nog gaat het dan vaak mis. Maar hoe mis kan het gaan als er geen enkele controle wordt uitgevoerd?

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 2 november 2015

Voordringen

Vanochtend was ik bij de bakker op het plein.
Ik kwam binnen en er stonden twee mensen, een oudere wat verloosde kleine man en een veertiger geblondeerde mevrouw.
Ik ging met mijn boodschappentrolley wat aan de zijkant staan. Dat moet je dus nooit doen, zoals later bleek.
Kort na mij stopte er een brommertje op het voetpad vlak voor de deur van de bakkerij.
Een dikke mevrouw met een zwarte legging aan, strak om de gezwollen kuiten, kwam de winkel binnen.
Het duurde even voor de mensen voor mij klaar waren met hun bestelling.
Zeker ook omdat de geblondeerde mevrouw voor mij afrekende met stuivers, dubbeltjes en twintigcentstukken terwijl haar bestelling zeker niet klein was.
Waarschijnlijk had zij behoefte om haar kleingeld te lozen, om wat voor reden dan ook.
Ik bleef geduldig wachten, maar zag dat de dikke mevrouw met de gezwollen kuiten mij tot twee keer toe monsterde, van kop tot teen.
Ze had een norse uitdrukking, dus ik dacht die gaat voordringen.
En ja hoor, zij schoof naar voren langs mij heen tot aan de toonbank.
De jonge vrouwelijke bediende vroeg: “Wie is er aan de beurt?”
De dikke mevrouw gaf onmiddellijk gas: “Twee spijsbroodjes, twee gebakjes en twee croissantjes.”
“Wat jammer nou”, zie ik uiterst vriendelijk.
Zij stond inmiddels schuin voor mij, maar als door een adder gebeten snauwde zij mij toe: ‘Wat zei u!”
“Wat jammer nou”, herhaalde ik.
Ze wist direct en precies waar het over ging.
“Die meneer en die mevrouw stonden voor mij in de winkel”, sneerde zij agressief met een kop als een hongerige beer uit op een confrontatie.
De verwaarloosde kleine man boog zich naar haar over en zei: “Pas op hoor, hij is groot”.
Nu ben ik zeker qua postuur niet de allerkleinste, maar ik vond de kool het sop niet waard.
“Ach, laat u maar”, zei ik, “Ik heb geen haast”.
De dikke vrouw liep rood aan, rekende af en stoof de winkel uit prrrtt weg op haar kleine zwarte brommertje.
Niemand zei verder iets, de bediende niet, de mevrouw die ook achter mij als klant was binnengekomen en mij een betekenisvolle blik had toegeworpen niet, geen reactie.
Ik betaalde mijn bestelling en verliet vriendelijk groetend “fijne dag” de bakkerswinkel.
Maar ik denk dat u dit schetsje wel zult herkennen.
Wat ik mij nu later afvroeg: had die mevrouw haast? Ze was op zijn minst begin zestig jaar oud. Moest zij haar kleinkind van school halen? (Ik had geen stoeltje achterop haar brommertje gezien.) Als zij nu echt haast had, dan behoefde zij maar even te vragen: “Meneer, ik heb haast, mag ik even voorgaan?” “Natuurlijk, mevrouw", was dan zeker het antwoord van u en mij geweest, “Gaat uw gang”.
Maar nu dacht ik, zou dat er nu ook zo een zijn, zo een met een dergelijke grote bek over de verloedering van onze samenleving door buitenlanders. Zo een die stemt op een bepaalde ondemocratische, opportunistische politieke partij waar schreeuwen, grote bek en oneliners bon ton zijn? Zo een, die agressief burgemeester Aboutaleb uitkaffert en andere burgemeesters bedreigt met geweld of erger dat ook doet?
De, onze samenleving, wordt er niet beter op door dit simpele agressieve gedrag. Juist dat feit zegt dit soort figuren tegen te willen gaan.
Hun gedrag bewijst het tegendeel.
Nederland, u en ik, let op uw zaak en stem voor verdraagzaamheid. Sterker nog: draag dat zelf uit....

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 27 oktober 2015

Waarom reageert iemand zo?!

Je weet nooit waarom iemand reageert zoals hij of zij reageert op iets wat je zegt of doet.
Wat was er aan de hand?
Ik dronk een kopje koffie in het café waar ik al jaren koffie drink.
Er is daar sinds een paar maanden een vrolijke dienster.
Zij doet haar werk kennelijk met veel plezier, lacht tegen de klanten en heeft een goed woordje voor hen.
Ze is soms ook wat ondeugend. Dat maakt haar leuk. Niet zo afstandelijk en formeel.
Juist in de horeca is het belangrijk dat je contact maakt met je klanten, dat je hen wat aandacht schenkt.
Een kop koffie kan ik thuis ook maken.
Maar goed.
Ik had afgerekend en bij het weggaan, draaide ik mij om en gaf haar een tik(je) op de rug van haar hand.
Terwijl ik zei: “Wat ben je soms ondeugend”.
Ik lachte, zij was wat verbaasd maar lachte ook.
Het was ook een onverwachte spontane uiting van “je doet het goed” van mij.
Ik heb vaker een kort vriendelijk gesprekje met haar en haar collega’s.
Ik schrok van wat daarna kwam.
Als ik eerlijk ben, dan zet ik graag mensen wat onschuldig bedoeld op het verkeerde been met een grapje of een plagerijtje.
Direct kwam een collega ,die aan haar lunch begon en waarmee ik het ook altijd goed kan vinden, fel uit de bocht.
“Dat vind ik agressief, van mij had je een lel terug gekregen, dit is veel te lichamelijk”.
Ze ging helemaal over de rooie en sprak op opgewonden, luide toon.
Ik begreep er niets van. De andere dienster ook niet en het “slachtoffer” al evenmin.
Ik vroeg aan de spontane dienster of zij dit ook zo ervaren had.
“Nee”, zei ze en knikte daar verbaasd bij.
Niemand begreep wat er nu aan de hand was.
Ik heb vriendelijk mijn hand opgestoken en ben weggegaan.
Toch hield het voorvalletje mij bezig.
Met name, hoe iemand zo verschillend kan reageren op iets volstrekt onschuldigs wat een ander zegt of doet.
Het doet mij herinneren aan buren die om de haverklap bij mij aan de deur stonden kort nadat ik verhuisd was naar een nieuwe woning.
Het is al weer even geleden en nu is er niets meer aan de hand.
Telkens ging de voordeurbel en stond daar mijn nieuwe buurvrouw.
“Om zeven uur ’s avonds moet het stil zijn”, eiste ze op luide toon.
Ze kwam telkens terug en gaf aan dat zij en haar man overlast van mij hadden.
Ik begreep er niets van.
“Ik hoor de kraan en boem, boem, kastjes en deuren, ook je vriendin maakt lawaai”.
“Je woont samen”, zei ze op opgewonden toon, “Je vriendin ging om tien voor half negen op de fiets weg, ze had die rugtas en die fiets bij zich, ze heeft er twee en die jas aan”.
Nu gaat dat haar niets aan, maar ik woon zeker niet samen, dat zou ik ook niet kunnen met een vriendin met vier puberzonen.
Gevolg was, dat ik bang werd om zelf geluid te maken in mijn eigen huis.
Ik durfde bijna niet de afgewassen borden in het keukenkastje te plaatsen, liep op wollen sokken door mijn huis en plaatste op alle deuren, kastdeuren en laden geluidwerende viltjes.
Radio en televisie stonden ultra zacht, zodat vriendin bijna niets kon verstaan.
Het werd steeds gekker, daar was ze weer nu met gewelddadige praat over de kracht van haar man en hoe hij met de armen over elkaar om klokslag zeven op een stoel ging zitten of hij geluid en overlast van mij op zou vangen.
Wat bleek nu, meneer heeft in het verleden een ernstig auto ongeluk gehad en is sindsdien extreem gevoelig voor prikkels, geluid- en lichtprikkels.
Mevrouw is soms wat achterdochtig en heeft verder last van psychische klachten die een opname soms noodzakelijk maakte.
Ze doen de hele dag niet veel meer dan twee keer per dag een wandeling maken. Vaak met de zonnebril op, ook als het licht scherp is zonder zon.
Gekscherend heb ik hen wel eens Janssen en Janssen genoemd uit de stripboeken van Kuifje.
Ik bleef vriendelijk, beter een goede buur, dan een slechte vriend.
Maar het werd te gek. Ze spraken meerdere buren aan en op het laatst mijn tante dat ze zo’n overlast van mij hadden en, en nu komt het, dat zij bang voor mij waren.
Ik begreep er werkelijk niets van.
Zo groeten ze mij en zo liepen ze mij straal voorbij.
Wat bleek nu, na de zoveelste keer dat buurvrouw bij mij aan de deur stond te klagen en met dreigende taal haar verhaal deed, heb ik gezegd dat zij niet meer aan de deur hoefde te komen, dat ik dat niet meer wilde.
Tot op vandaag is dat ook zo gebleven.
We spreken niet met elkaar, maar groeten elkaar wel.
We hebben, volgens mij, geen overlast van elkaar.
Wel ben ik mij, in mijn eigen huis, gewoon gaan gedragen.
Ik houd nog steeds rekening met iedereen om mij heen.
De andere buren zijn dan ook verbaasd omdat zij mij nooit horen.
Maar zo zie je, je weet nooit wat een ander beweegt om te reageren zoals hij of zij doen op iets wat jij geheel onschuldig zegt of doet.
Verdraagzaamheid en leef en laat leven, dat is ondermeer een van mijn levensmotto’s.
Net als alle goeds begint bij vriendelijkheid.
Maar al te goed is buurmans gek...

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 25 oktober 2015

De enige ware kerk?

“Hallo vriend.”
Ik keek op, zag een verwaaide langharige man op leeftijd, slordig in de kleren.
“Kunt u mij helpen?”
Ik dacht die moet geld.
Maar nee, hij vroeg de weg naar de èchte kerk.
“De echte kerk?” vroeg ik hem verbaasd.
“Ja, zei hij, de enige echte kerk die er is op aarde.”
Nu ben ik een trouw kerklid en een overtuigde oecumeen, maar de enige echte kerk?
Wie durft dat van haar of zijn eigen kerk te zeggen.
Er zijn er zoveel, kerken bedoel ik en kerkgenootschappen, om over allerlei vormen van geloof en kerkzijn maar te zwijgen.
Ik keek nog eens goed naar deze man, een wat verwaaide vreemde vogel met hele vriendelijke ogen.
“Hoe komt u erbij om aan mij te vragen waar de enige echte kerk staat?”vroeg ik hem om tijd te rekken voor een antwoord en om meer van deze bijzondere mens te weten te komen.
Hij keek mij doordringend aan en zweeg.
Wist hij het zelf ook niet, waarom hij deze vraag aan mij stelde?
Toen lichtten zijn ogen op, “U lijkt mij een zoeker.”
Nu kun je veel van mij zeggen, maar niet dat ik geen zoeker ben.
Een levenlang op zoek naar liefde, waarheid, Jezus van Nazareth, God dat grote mysterie voor ons beperkte denken, en de ware kerk.
Misschien wel de enige ware kerk en daaraan gekoppeld hoe te leven als ware gelovige in de leer van die bijzondere man geboren onder nare omstandigheden in Bethlehem.
Die man, Jezus van Nazareth, die met zijn wonderbaarlijke daden en sterk geloof zieken genas die eigenlijk geen hoop meer hadden, die er revolutionaire ideeën op nahield , die niet aarzelde zijn nek uit te steken tegen onrecht in kerk en samenleving.
Hij is voor mij de ware kerk, maar wie durft te stellen dat zijn of haar eigen kerk tegenwoordig de enige ware kerk is?
Als ik in de Dominicuskerk in Amsterdam ter kerke ga, dan kom ik daar negen van de tien keer gesterkt uit. Dan heb ik de Geest van God ervaren onder de gewelven aldaar, dan staar ik vaak naar Jezus aan het kruis omringd door alle katholieke heiligen. Maar of dat daar aan de Spuistraat de enige ware kerk is….. Ik durf dat niet te stellen en ik denk Mirjam Wolthuis en de andere voorgangers aldaar evenmin.
Zo is het ook in de Evangelische Rafaëlgemeente in Amersfoort, die wel heel ver gaan in het wonder dat zij ervaren en zeggen te beleven. Maar of dat de ware kerk is....
De Christelijk Gereformeerde Gemeente in Spakenburg heeft zeer gelovige kerkgangers, die de Bijbel en het grote mysterie van God letterlijk aanbidden, vol overgave christen zijn. Is dat dan de ware, de enige ware kerk?
De Russisch Orthodoxen, de Oudkatholieken, de Rooms-katholieke Kerk met het diverse gedachtegoed van vele Pausen en Bisschoppen, Arjan Plaisier van de PKN die ook op zoek is, noemt u zelf maar meer voorbeelden op, misschien weet u het zelf wel zeker: mijn kerk is de enige ware kerk.
Ikzelf durf dat niet, en toch ga ik met vertrouwen naar de kerk, ben ik blij met de bekende gezichten van medekerkgangers, ben ik blij met wat daar gebeurd, maar de enige ware kerk....
Als oecumeen geloof ik niet in samenvoeging tot één wereldkerk, die dan de enige ware zou moeten zijn.
Nee, ik geloof in samenwerking met iedereen en allen, gelovig of niet, andersgelovend of andersbelevend, samenwerking in verscheidenheid met als doel: verdraagzaamheid, vrede, omzien naar elkaar. Sociaal-maatschappelijk vanuit een diepe gelovigheid of een diep respect voor de ander, de medemens en de natuur, samenwerken aan dat ene doel: het paradijs op aarde te realiseren waar oorlog, moord en doodslag, geweld wereldwijd beteugeld is. Waar ziekten en grote armoede door eerlijk te delen gereduceerd zijn tot uitzondering. Waar iedereen, de overheid en het bedrijfsleven voorop, tesamen met u en mij, zich realiseren dat zij/wij verantwoordelijkheid dragen voor milieu en natuur, voor medemens en samenleving. Waar Christus, Mohammed, Boeddha, Brahma, JHW, God, en al die buitenaardse krachten waarin wij geloven samen werken doormiddel van hun mensen, hun gelovigen op aarde om de wereld een beetje mooier te maken, rechtvaardiger, leefbaarder voor ieder, mens of dier, plant of vis.
Een droom? “I have a dream”, riep niet alleen Dr. King maar die gedachte hebben en hadden alle groten der aarde, zonder welke zij niet zo tot onze verbeelding zouden spreken. En zonder welke wij niet, ieder op onze eigen wijze, volgelingen zouden zijn van hen die dat grote mysterie levend doet zijn en worden. Zonder droom, zonder zeker weten, zonder de arrogantie van de enige ware leer geloof ik, vol overtuiging in Jezus van Nazareth, en in welke kerk ik dat geloof vier? Zou Hijzelf mij er op aankijken? Ik denk eerder dat Hij mij kwalijk zal nemen dat ik niet open sta voor de ellende van anderen, voor de uitbuiting van Gods schepping, voor protest tegen oorlog en onrecht. Voor het feit dat ik de andere kant op bleef kijken, een levenlang.
“Nee vriend”, zei ik tegen Hem, “de enige echte kerk, de enige ware kerk of andere plek van geloof ken ik niet.””Wel wil ik met je mee op je pad door het leven, samen op zoek naar dat wat waarachtig is, dat telt in een mensenleven.”
Hij knikte. En we gingen samen op pad. Gaat u ook mee?

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 12 oktober 2015

Over de liefde, oer en duurzaamheid

“Daar gaat ze, en zoveel schoonheid heb ik nooit verdiend”, zingt Clouseau, wat een leuk liedje.
“En zelfs de hoeders van de kerk kijken minzaam op haar neer. En zelfs de bisschop van de kerk dankt Gods werk.”
Jah, zoveel schoonheid kom je zelden tegen, hoewel in het buitenland zeggen de mannen dat de Nederlandse vrouwen wel heel mooi zijn. Zelf kijk ik met genoegen naar een spontaan gezicht dat niet uitblinkt door gladde schoonheid, gebotoxte schoonheid of geslepen schoonheid, maar dat vriendelijkheid uitstraalt.
Er zijn van die mannen, die hun p.. achterna lopen bij alle vrouwen die slank, uitdagend en gelijkmatig van gezicht zijn. Jammer, heren, dat blijkt van een hopeloos verlangen. Of het lukt deze heren van stand(jes) de betreffende dame tussen de lakens te krijgen en dat blijkt van korte duur of ze lopen blauwtje na blauwtje bij deze zelfverzekerde, uitgekookte dames. Dames uit op meer dan warme duurzame liefde. De zelfverzekerde uitgekookte heren niet te vergeten. En echt, heren en dames, ik weet dat uit ervaring, zelfs als dat uit een diep verdriet kwam om wat verloren was.
Kijk naar bijvoorbeeld een rijke beroemde voetballer als Rafaël van der Vaart en Sylvie Meijs, wat een hopeloze relaties onderhouden die twee “mooie mensen”.
Is er dan sprake van schoonheid?
Een beroemd lingeriemerk heeft een grote billboard van mevrouw Meijs, moeder van een zoon, langs de spoorbaan bij station Hilversum.
Jah, ik zie ook een gepolijste schoonheid, waarvan je denkt, zo...!
Maar die foto is van voor de inside en outside die RTL-Boulevard en glossy magazines tot ons deed komen. Geef mijn portie maar aan Fikkie.
Dat is een wereld waar ik graag verre van blijf.
Pas geleden was ik in het theater. Ik heb gereageerd op wat mij raakte.

Beste Fernando Lameirinhas, gisteren was ik met mijn aanstaande vrouw in De Lieve Vrouw te Amersfoort. Thijs Borsten, Mathilde en u. Ik wil u wat vertellen: ik reed jaren terug na een bezoek aan de Oostvaardersplassen met een vriendin over de A28 terug naar Amersfoort. Vriendin zette een muziekje op Bluf en een zekere Fernando Lameirinhas, waar ikzelf nog nooit van gehoord had. Embrasse me (Omarm me) kwam voorbij, ik zag de velden van de Arkenheemse polder met de vele ganzen en plotseling liepen de tranen over mijn wangen. Ik huilde onbedaarlijk in stilte en luisterde naar deze bijzondere stem die dit liedje zo gevoelig zong. Plotseling wist ik wat ik mankeerde. Vriendin vroeg geschrokken: "Wat is er, Rik?" "Ik weet nu waar ik een leven lang naar op zoek ben", antwoordde ik, "De liefde die bij mij past". En nu in De Lieve Vrouw terwijl u samen met Mathilde dit liedje zong, huilde ik weer, nu van geluk want ze zit naast mij en we gaan trouwen. Ik ben 65 jaar en de moeder van mijn kinderen is overleden met een auto ongeluk. Zij was de vrouw voor mij op dat moment in mijn leven. God geeft je waar je op dat moment het meeste behoefte aan hebt en de meeste lessen uit kunt trekken om te evalueren tot een beter mens. U weet dat, meneer Lameirinhas, dat hoor ik in uw stem. Dank u wel!

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, maar ’s mensenwegen zijn dat nog meer.
Wat al die mensen, die op zoek zijn, beweegt is voor mij een raadsel of toch niet? Want uiteindelijk zoeken wij allemaal datgene wat ons het beste past.
Voor de een is dat geld of roem, voor de ander seksueel geladen liefde, voor weer een ander duurzaamheid, verbondenheid, zelfs de eenzaamheid wordt gezocht door sommigen.
Maar ik ben op mijn zoektocht door het leven, met vallen en opstaan, er achter gekomen wat zeker voor mij telt: oprechtheid, openheid, liefde, vertrouwen, dat zijn voor mij de basisbenodigdheden voor een duurzame relatie.
Neemt niet weg, dat er ook “oer” is, zoals ik dat noem. De oerdrang die tussen mensen ontstaan kan. Een relatietherapeut zei eens tegen mij: “Al in de eerste halve minuut van de ontmoeting weet je lichaam of er aantrekkingskracht is op het gebied van de seksualiteit.” Als je je daar bewust van bent, weet je ook dat je altijd de keuze hebt: “er op ingaan of niet.”
Als je jong bent, weet je dat allemaal niet. Sommigen zullen dat nooit weten en blijven hollen en op zoek.
Wat vermoeiend en vol teleurstellingen lijkt me dat.
En nu, als God mij tegen de prognoses van doktoren in, het geluk schenkt, dan ga ik opnieuw trouwen, uit volle overtuiging. Niet omdat ik rijk ben, niet omdat ik nog strak in het vel zit, niet omdat ik atletisch gebouwd alles nog kan op sportief gebied, nee, omdat ze van mij houdt, oprecht en duurzaam, al jaren.
Jammer alleen, dat wij voor de kerk niet mogen trouwen. Maar daar vinden wij dan wel een fijne oplossing voor buiten het instituut kerk om.
Wat vrijgezelle bisschoppen ook voorschrijven.
De liefde overwint alles...

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 5 oktober 2015

De bruiloft of het dansavondje

Mevrouw is 74 jaar oud, alleenstaand en manisch-depressief.
“Goh joh, was ik toch op een dansavondje en bleek de muziek verkeerd te zijn,” zo kwam zij binnen.
“Vertel.”
“Nou, ik ben naar een avondje dansen voor alleenstaande vrouwen gegaan omdat er Antilliaanse muziek zou worden gespeeld. “
“Zit ik daar een tijdje, leuk gedanst met een oude ex-militair met een snorretje, lekker gegeten en gedronken, komt de ober langs.”
Ik dacht: “Moet hem toch maar eens vragen, waarom er vanavond geen Antilliaanse muziek is. “
Dus ik zeg: “Ober, alles is hier vanavond pico bello geregeld, maar waarom is er geen Antilliaanse muziek? Dat was toch afgesproken? “
“Mevrouw, vanavond hebben we een besloten trouwerij en volgende week is de Antilliaanse avond voor alleenstaanden. “
“Nou het eten was erg goed, lekkere hapjes en zo, de wijn voortreffelijk, maar de muziek...”
Wat bleek nu, zoals u inmiddels wel hebt begrepen, mevrouw was geheel onvoorzien op een besloten bruiloftsfeest van voor haar totaal onbekende mensen verzeild geraakt.
En niemand had dat in de gaten, zijzelf al in het minst.
Maar genoten dat ze heeft! Alleen die muziek, hè....
Het gekke is, dat niemand bruid en bruidegom, familie, of wie ook maar in de gaten had, dat er een totaal onbekende, niet uitgenodigde mevrouw op leeftijd zich aangenaam tussen de bruiloftsgasten liet vermaken.
Dat opent perspectief voor netjes geklede zwervers en andere minima om ook eens een geheel verzorgde gezellige avond mee te maken.
Misschien hoef je daarvoor zelfs niet alleenstaand of alleengaande te zijn.
Zelf heb ik een tante, die alle begrafenissen naloopt vanuit de kerk, of ze de mensen nu gekend heeft of niet.
Zodra het kerkenblad in de bus ligt, stort zij zich hierop en pluist de overlijdensberichten na.
Het stadse sufferdje, waar alle overlijdensadvertenties vermeld staan, doet de rest.
Zo krijgt zij alle informatie om aan haar behoefte of hobby of hoe ik dat ook mag noemen te voldoen.
Contact, mooie muziek, emotie, koffie met een plak cake toe.
Iets minder uitgebreid dan onze oude vriendin ten geschenke viel op het besloten bruiloftsfeest, maar toch....
Als de muziek maar naar verwachting is!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 1 oktober 2015

De nacht van de maan

Tja, dat is nog eens wat anders een reuze maan, een groot bloedkoraal aan de hemel, ’s morgens om half vijf ben ik mijn bed uitgegaan om te aanschouwen: niets!
Niets te zien! Wel sterren, eentje ook die wel groter leek als anders, maar een knetterende bloedrode gigamaan? Nee hoor, niets gezien. Nu woon ik ook in de stad en niet op de open vlakte van het platteland. Ik vermoed dat die prachtige oude rakker het bloedrood op de kaken stond en hij zich verschuilde achter de huizenrij van de straat. Lief wilde nog even in haar onderbroek de straat op om toch nog een poging te wagen hem te zien, maar gelukkig kon ik haar vanwege eventueel aanstootgevend gedrag hiervan weerhouden.
Een volle maan is trouwens omgeven met allerlei gespuis. Nee, ik bedoel niet de rotzooi die wij achtergelaten hebben met onze interplanetaire ondernemingen, ik bedoel het volgende:
De mythen en sagen variërend van de weerwolf die huilt bij volle maan tot de gekken die dan doorslaan. Ik kan u wel vertellen, dat ikzelf altijd wat meer op mijn hoede ben met volle maan. Je weet maar nooit...
Je hebt het mannetje in de maan, waar je als kind wanhopig naar zocht. De verhalen over “het feit” dat meer vrouwen bevallen met volle maan en natuurlijk het Eerste Concilie van Nicea (dat nu in Iznik,Turkije ligt) en waar bepaald werd door keizer Constantijn en zijn notabelen dat Pasen gevierd moest worden op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente. 21 maart dus.
Daarnaast zijn er nog vele mythen en sagen wereldwijd die bijdragen aan de invloed en importantie van het natuurverschijnsel volle maan.
Wat mij nu boeit is de schoonheid, het wonder, de mystiek van de maan, de hemellichamen, de aarde, de zon en de sterren, de wind die alle lucht telkens weer schoon blaast, wat een wonder!
Een wonder van natuurlijke pracht die er niet zo maar is. Die een samenspel heeft van in elkaar grijpende invloeden die wij nog nauwelijks weten te doorgronden. Een Gods wonder.
Ik zou graag willen, dat wij ons blijven verwonderen over deze mystieke schoonheid zonder teveel te kissebissen over Gods hand in dit alles of The Big Bang theorie met de leer van Darwin in zijn kielzog. Waarom kunnen wij mensen maar zo moeilijk een wonder aanvaarden, waarom missen we de verwondering van een kind en kijken we, beleven we, horen en voelen we, die schoonheid, dat wonder niet dagelijks in ons aardse bestaan? Nee, we zeuren en zaniken over wie “de waarheid” kent. En we vergeten te genieten.
Daarom, beste vrienden en vriendinnen, blijf u verwonderen, blijf u in Godsnaam verwonderen....
Hopelijk doen de dames en heren politici dat ook, zodat op de komende klimaattop spijkers met koppen worden geslagen om dit grote wonder, te midden waarvan wij leven en afhankelijk zijn, te behoeden voor de ondergang.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 29 september 2015

Een visionaire kijk op de vluchtelingenstroom

Onderstaand gedicht heb ik geschreven op 3 november 2009.

Diep in donkere ogen
huist een vuur, dat op
zal laaien als de tijd
rijp is....

Vanuit de kraters van
vulkanen, de hitte van
woestijnen, komen
golven mensen aan
in het avondland....

De nacht zal zinderen
onder de aanklacht van
de gerechte eisen van
hen die komen gaan....

Moeders zullen kinderen
omarmen in de angstige
dreiging van de nacht
die onherroepelijk komt....

De klaagzang van hen
die wenen om onrecht
dat hen raakt, uiteindelijk,
zal hemel schreiend zijn....

Als dan de dag weer
aanbreekt, getuige van
onnoemelijk leed dat
is geschied, dan is de
witte vogel gevlogen....

Een raaf zal zijn rauwe
kreet laten weerklinken
en toch, ergens roept er
iemand met nieuwe hoop.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 18 september 2015

Tatoeages....

Vroeger zag je een eenzame, aan land verdwaalde zeeman met een tatoeage op zijn onderarm "een rood hart met een soort sjerp erdoorheen waarop "MOEDER" stond.
Als je een tatoeage tegenkwam bij iemand dan was dat eigenlijk een grote uitzondering. Ook een beetje voor losgeslagen ruige lui. Tegenwoordig is dat anders. Ik fiets wel eens her en der. Dan word ik soms plotseling ingehaald door een bevallige frêle schoonheid van amper 18 jaren jong. Ze fietst of de duvel haar op de hielen zit. En misschien is dat ook wel zo. Want wat ik zie is het volgende: truitje te kort om buik en onderrug te beschermen tegen wind en kou, broek laag om de heupen, een stukje minuscuul kleine lingerie in het zicht en de enkels bloot. Tussen het omhooggeschoven truitje en de afgezakte broek zie ik dan recht boven de bilspleet een tatoeage...
Kijk ik verder naar beneden dan zie ik boven de linkerenkel nog een tatoeage. En als ik helemaal geluk heb, zie ik op een ontbloot schouderblad er nog een.
Gefascineerd door al deze kunstuitingen blijf ik dan een poosje achter zo’n kunstobject aanfietsen. Rustig, niet te opvallend buiten adem fiets ik dan eventjes in het zicht van twee vleugeltjes, groen en blauw, of een opzij kijkend adelaartje. Alras verzink ik in gepeins. "Wat beweegt een jonge adolescent van vrouwelijke kunne om zich te "versieren" met al die obscure tatoeages? Ik weet het niet. Stoer? Staat het stoer? Het lijkt mij namelijk helemaal geen pretje om een, laat staan, meerdere tatoeages te laten zetten. Zo heet dat, een tatoeage laat je zetten. Hoe doet die tatoeëerder dat op de onderrug van zo’n schoonheid? Legt hij zijn polsen of zijn vlakke hand op haar omhooggestoken billen als hij zijn prikjes geeft. Of blijft hij ergens vlak boven haar welvingen zweven? Is zij zich bewust hoe ze erbij ligt? Om nog maar te zwijgen over tatoeages op de linkerborst… Hoe doet die tatoeboy dat dan? Tja, zo’n meid wil zich laten zien in de publieke ruimte, zal ik maar zeggen. Opvallen, aantrekkelijk zijn. Maar de concurrentie is inmiddels zo groot geworden, dat ook tatoeages boven de bilspleet niet meer als zinnenprikkelend worden ervaren. Eerder als een schilderijtje uit de oude doos.
Alle tatoeages, piercings en stokjes door de neus zijn ouwe koek. We kijken er niet meer van op. Dus meisjes, bespaar je de pijn en de kans op verkoudheid. Doe weer een warme trui aan het wordt winter en trek je broek eens op....

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 15 september 2015

De Snoepjestante

Als je vroeger bij V&D in Amersfoort aan de zijkant het warenhuis betrad, dan was daar direct de snoepjesafdeling. Een groot vierkant glazen snoepjesparadijs met in het midden daarvan mijn stralende tante Cor, die samen met een collega de koek- , snoep- en chocoladeverkoop uitventte.
Altijd als je daar door die draaideuren binnenkwam stond mijn tante daar met een stralende glimlach. Een betere entree kon V&D zich niet wensen. Zij schepte de zoetwaren in puntzakken en had altijd een vriendelijk woord voor de, vaak vaste, klanten. Alleen haar aanwezigheid was al voldoende om de aanwezige clientèle een fijn gevoel te geven. Decennia heeft zij dit volgehouden. Een hartelijke vriendelijke vrouw te midden van al die heerlijkheden.
Deze tante was de oudste van een gezin met acht kinderen. Als eenvoudige boerenmensen trokken mijn grootouders naar de grote stad, Amsterdam. Een cultuurschok van jewelste. Mijn grootmoeder was net achttien jaar oud, kwam uit een klein dorpje op de Veluwe en was zeer gelovig. Mijn grootvader was een paar jaar ouder en al vroeg zijn moeder verloren. Ook hij kwam van de rand van een klein gehucht op de Veluwe. Als zeer jonge knaap werd hij bij een boer ondergebracht als boerenknecht. Een keer per jaar zag hij zijn biologische vader, dat was als hij zijn traktement kreeg dat eens per jaar werd uitbetaald. Het leven was hard voor hem en hij had niets met het geloof. Toch vond hij mijn oma Eibertje, op wie hij smoorverliefd werd. Groot en sterk als hij was keek zij zonder enige ervaring met mannen of zelfs maar met dat wat Het Leven heet, huizenhoog tegen hem op. Een boom van een kerel, hard geworden door het zware werk op het land en het levenspad dat hij al jong moest bewandelen. Een wereld van verschil, die keiharde, grote, atheïstische man en dat kleine, uiterst gelovige vrouwtje dat zelfs nooit haar haren liet knippen omdat dat niet kon volgens haar geloofsovertuiging. En dan naar Amsterdam, midden in de crisis van na de eerste wereldoorlog.
Armoede rondom. Op drie of vierhoog achter in een nauwe straat vol grote gezinnen. Al snel kwam tante Cor in dat schemerige optrekje haar opwachting maken. Mijn tante Cor, een Amsterdamse met een stralende lach, die alras mee verhuisde naar Amersfoort omdat daar bij de Nederlandse Spoorwegen een betere toekomst lag. Nog zeven broers en zussen zouden er volgen die opgroeiden in een klein huisje met een zoldertje waar de jongens lagen. Als opa vond dat er geslapen moest worden, omdat de knapen te rumoerig waren, dan schoof hij een schotje voor het zolderraam.
Duisternis en weinig frisse lucht. 's Winters kregen de kinderen een warme steen mee naar bed met een doek er omheen. Die stenen werden eerst opgewarmd in een met hout gestookt fornuis.
De lange diepe kelder onder het huis door stond vol met Keulse potten vol vlees waar de reuzel en het zout dik op lag. Op de vele planken aan de wand stonden rijen wekpotten vol groenten en fruit.
In oude nylonkousen werden appeltjes gedroogd en bewaard. Worsten en hammen hingen aan spijkers boven de kachel. Een geit stond in het schuurtje achter in de met konijnenhokken en kippen volgepakte achtertuin. Duiven en koerduiven maakten deze stadsboerderij compleet. Ergens vlak voor het achterraam was nog een vierkante meter tuin vol geraniums. Dit alles middenin de stad. En de buren? Niemand klaagde!
Oma Eibertje, trouw in haar kerkgang, ging uit de stad te voet enkele dorpen verder om een dominee wiens faam en Godsvruchtigheid hem vooruit waren gesneld te horen preken. Opa greep dan de speelkaarten en ging met zijn jongste dochters kaart spelen. Maar zodra de klink van de poortdeur naar beneden ging en scherp klonk griste hij de kaarten van tafel en stopte die in zijn geheime opbergplekje achter in het wandmeubel. Als je opa vroeg: "Opa, waar is oma?" Dan antwoordde hij: "Tempelen." Toch ging hij mee naar de kerk bij rouw- en trouwdiensten. Ook werd er altijd gebeden voor en na het eten. Opa de pet op de knie. En er werd voorgelezen uit De Bijbel door een jongere tante, die ik in haar voortrazende geprevel nooit heb kunnen volgen. Toch namen ze mij mee naar de zondagsschool. Waar ik ook kwam met protestante vriendjes. Er huisde een mysterie, dat ik thuis niet had, rondom oma en mijn vriendjes en hun gelovigheid. Er huisde goedheid.
En mijn tante Cor, hoewel niet kerkgaande, was ook gelovig. Zij trouwde, uiteindelijk na veel gekissebis met oma, een rooms-katholieke jongen, die in eerste instantie ruim twee jaar de deur bij oma Eibertje niet binnen mocht. "Waar twee geloven op één kussen liggen, daar kwam de duivel tussen." Hoe dat dan bij haarzelf ging met die grote ongelovige opa, dat ben ik nooit te weten gekomen. Wel dat zij beiden de nodige verbale gevechten hebben moeten voeren om opa in het gareel te krijgen. En ja, mijn tante Cor, die de schakel was tussen kerkleer en wereldse zaken voor oma, die mede opvoedster was van haar broers en zussen, die in de oorlog samen met mijn vader lopend achter Apeldoorn en verder met een handkar aardappelen ging halen bij de boer. Die tante Cor bleef tot aan haar dood toe een stralende vriendelijke lach behouden, een goed woord voor een ieder. Ook toen haar man, met wie zij een fantastisch huwelijk had, plotseling naast haar dood neerviel. Die tante Cor vertelde mij veertien dagen voor haar dood, dat zij en oom plotseling Jezus in de kamer hadden zien staan. "Hoe zag Hij er uit, tante?"vroeg ik verbaasd en nieuwsgierig. Want deze tante was toch echt de nuchterheid zelf. "Nou, zoals jij en ik, gewoon met een pak aan.
En hoe wist u dan dat het Jezus was?" "Dat wist ik gewoon, ik herkende Hem en je oom ook."' "Zei Hij nog wat?” wilde ik weten. "Ja, Hij zei: Ik kom." En weg was Hij.
lk weet zeker dat deze geliefde tante van mij nooit zou liegen. Haar verhaal klopte gewoon. En zelf denk ik dat "ze" in een vorm naar ons toekomen, die wij kunnen begrijpen. Zelf heb ik ook ooit een soortgelijke ervaring gehad die mij nog immer scherp voor de geest staat. De kamer vulde zich met iets bijna tastbaars dat Liefde was en ik wist zeker dat het Jezus van Nazareth was die mij aanraakte, hoewel ik Hem nooit gezien heb. Een vast en zeker weten, dat niemand kan bezoedelen of uit mijn hoofd praten. Net als mijn bijzondere tante, tante Cor.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 1 september 2015

Vakantieliefde....

Onze liefde zo sterk
met ogen die glommen
lippen vochtig warm
woorden vol vuur
bespraken alledaagse dingen
de boodschappen en hoe jij
lekkere kwark kocht voor mij
op die zonovergoten middag
hand in hand naar de supermarkt
wat een feest in die oude wijk
achter de hoge vensters knolbegonia’s
rood opgedoken als blossen
driehoog vogels elkaar beminden
op de dakrand keer op keer
als aangestoken door onze passie
jouw lach in het voorbijgaan
de wereld, onze wereld, was mooi,
wat heet fantastisch, met ogen
die dronken elke lichaamstaal
en de zon bleef schijnen.

Rik bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 15 juli 2015

Vaarwel, Helden uit mijn jeugd

Fons van Wissen overleden, 82 jaar, voetballer, middenvelder bij PSV en het Nederlands Elftal uit mijn jongensjaren, toen ikzelf ook nog een aardig balletje mee kon trappen bij de jeugd.
Vorige week overleed Josef Masopust, Tsjechisch international van Dukla Praag en winnaar van de Gouden Bal in 1962 als beste voetballer van Europa.
Overleden zijn Eusebio da Silva Perreira, de Zwarte Parel van Mozambique, die op het WK van 1966 na de rust de verrassende 3-0 achterstand tegen Noord-Korea goed maakte door vier keer te scoren.
Eerder overleed Ferenc Puskas, Hongaar, die zelfs in zijn nadagen, corpulent en traag en 38 jaar oud, in de Kuip nog verschrikkelijk hard uithaalde, vijf keer scoorde in de twee duels van Feijenoord tegen Real Madrid en zijn klasse nog steeds liet zien, buikje of niet….In heel zijn carrière scoorde Puskas 514 keer in 529 duels, alleen al in de Hongaarse en Spaanse competitie.
Echter mijn grote held was Spakenburger Wout Heijnen, midvoor met een even verwoestend schot, die voor de beker in Amsterdam tijdens de wedstrijd tegen AJAX een achterstand van 2-0 omboog, drie keer na de rust uithaalde en HVC uit Amersfoort aan de overwinning hielp, eindstand 2-3. Als Wout Heijnen een vrije schop of strafschop op Birkhoven moest nemen schreeuwden 3 tot 4 duizend man hun keel schor: “Heijnen, Heijen.” En ik deed mee.
Als jochie van acht ging ik al naar de training kijken om hem te zien. Dat liep een keer bijna verkeerd af. Heijnen moest strafschoppen nemen en schoot een anderhalve meter naast het doel. Daar stond ik, bal recht tegen mijn gezicht, benen onderuit en plat op de grond, bewusteloos.
Toen ik bijkwam keek ik recht in het voorovergebogen, bezorgde gezicht van mijn grote idool: Wout Heijnen. “Jongen,”hoorde ik hem zeggen, “Gaat het een beetje?” Ik glimlachte, want daar was hij, zo vlakbij.
Toen hij terugkwam in Spakenburg beloofde hij zijn oude moeder nooit meer op zondag te zullen voetballen. Kijk, dat waren nog eens tijden!
Ik zou er veel voor over hebben om mijn jeugd over te kunnen doen. Maar dan onder andere omstandigheden. Misschien was alles dan anders gelopen en had ook ik op 38 jarige leeftijd nog verwoestend hard uit kunnen halen, linkspoot als ik was vol talent.
Soms dragen de omstandigheden, andere mensen, ouders, vrienden, leraren en onderwijzers er toe bij dat alles anders loopt. Zeker in die tijd was het gezin heilig, daar greep niemand in. Ook de signalen die je als kind afgaf op school, bij de huisarts werden niet opgepakt. Tegenwoordig is dat anders, nu komen er 17 hulpverleners vanuit verschillende disciplines over de vloer om een gezin, een kind, bij te staan en nog gaat het soms gruwelijk mis. Gelukkig is er een tendens om ook die uitwassen tegen te gaan.
Kinderen hebben recht op de basisbehoeften, maar daar horen veiligheid en steun bij het scheppen van kansen voor hun verdere leven zeker bij. Ik kan dan ook niet uitstaan als ik de veertigers van nu hoor spreken in de politiek, dat iedereen zijn eigen broek moet op houden. Veertigers, die de wind mee hebben gehad in het gezin waaruit ze gekomen zijn, in gezondheid, studie, werk, etc. de Dallasgeneratie noem ik hen. Zij zijn alles wat hen toeviel gewoon gaan vinden en reageren van daaruit op de situaties van anderen, zonder empathie, zonder ook maar even achter de omstandigheden van die ander te kijken. Ik word daar boos en mistroostig van.
Ik behoor sinds kort zelf tot het legertje bejaarden en kijk met heimwee terug toen mr. GBJ.Hiltermann ons vanuit het kastje aan de muur nog toesprak over de toestand in de wereld en wij als gezin vredig aan de sperzieboontje met draadjesvlees zaten.
Vaarwel, helden uit mijn jeugd, ik heb van jullie genoten!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 7 juli 2015

Klasbakkeninterview

“Klasbakkeninterview”, dat stond op Twitter over het gesprek dat Frank Bosman voerde met Christian van der Heijden, internetmanager bij RKK en voor mij een groot theologisch en filosofisch denker. Dit interview, mocht u het gemist hebben, staat nog een jaar lang op internet te beluisteren (onder uitzendingen).
Van der Heijden is auteur van het meest actuele boek over Paus Franciscus. Maar hij is meer dan Pauskenner en Romekenner, van der Heijden gaat in op de vraag wie is God? Zijn stelling is: “Ik heb zelfs al moeite met de stelling God bestaat, want we hebben zelf geen enkel idee wie, wat, waar God is.
Ik heb daar eerder zelf ook over geschreven in een van mijn columns: wij zijn te klein om ons een beeld van God te vormen.
“Mystiek gaat over liefde”, zegt Christian van der Heijden, maar dat er duistere machten bestaan lijkt hem evident.
Naamsgeil als de meeste mensen zijn, luisteren of lezen zij alleen maar wat bekende Nederlanders zeggen of schrijven. Hun beweringen worden serieus genomen. Wie had eerder van Christian van der Heijden gehoord of wie neemt een niet publiciteitsgeile Amersfoorter als Rik Bronkhorst serieus bij de schrijverijen, de uitlatingen op Twitter, de kritische geluiden die hij voortbrengt?
Naamsgeil zijn velen onder u. Zeker in de media op televisie of in de schrijvende pers is dat het geval.
Zit u zich ook avond aan avond te vergapen aan al die, overigens totaal oninteressante, figuren op tv?
Geeft dat u ontspanning of wordt u op juiste wijze geïnformeerd over het wel en wee van problemen die u echt interesseren? Lacht u nog wel eens smakelijk zodat de tranen over uw wangen lopen om humor die er echt toe doet, bij het bekijken van die miljoenen kostende programma’s?
Misschien vindt u deze spiegel die ik u voorhoud niet zo fijn. Maar zit ik ver bezijden de waarheid?
RadioKik draait er geen doekjes om. Bij ons vindt u geen miljoen, tonnen of zelfs maar duizenden euro’s kostende programma’s. Wij draaien vrijwillig op een klein budget waar de collega’s in Hilversum smalend om lachen. Vrijwillig ja, vrijwilligers, allemaal, idealisten die een tegengeluid willen laten horen. Niet voetstoots aannemen wat publiciteitsgeile zogenaamde grote denkers hen voorschotelen. Nee, als het om religie, kerk en samenleving gaat produceren wij een ander geluid dan mainstream is. “U bent zeer innovatief bezig”, gaf de vroegere voorzitter van de NOS professor Eric Jurgens ons mee bij zijn vertrek na een interview met hem. Geen gelikte studio, geen mediasterren, we zitten als enthousiaste intelligente vrijwilligers ons stinkende best te doen om programma’s te maken die er toe doen. De pas gekozen Theoloog des Vaderlands monseigneur bisschop De Korte, een sociaal-maatschappelijk, religieus betrokken man, gaf na zijn uitverkiezing aan, dat hij graag radio doet en vooral interviews die hem ruim de tijd geven om zijn denkbeelden naar voren te brengen. Nou, hij is van harte welkom bij RadioKik, juist ook omdat wij onze gasten ruim de tijd geven. Interviews van een uur met de eigen muziekkeuze is aantrekkelijk voor mensen die echt iets te vertellen hebben. Bij RadioKik vindt u die, zoals het ontroerende, openhartige interview met Jannes, die aan schizofrenie lijdt, en Jeannette zijn moeder, die de kant van de bezorgde ouder uit de doeken deed. Of Geert van der Velde met zijn stelling “dat regels ,wetten en bureaucratie de nieuwe slavernij vormen”, een out of the box denker pur sang. Wie had ooit van deze mensen gehoord? Toch maakten wij mede dankzij deze mensen deze prachtige, soms ontroerende programma’s.
Wat wij ook doen? Publiciteit geven, ondersteuning geven, aan collega-programma’s van andere omroepen, aan andere media geschreven of op radio of televisie, die eraan bijdragen dat de wereld waarin wij leven een stukje beter wordt. Is er sprake van wederkerigheid in deze? Nauwelijks! Ieder zit zijn of haar eigen broek hoog te houden.
Vandaar dit stukje..

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 26 juni 2015

Onder de daken van de huizen vind je vele geloven

Alleen al in het kleine Nederland heb je een lappendeken van allerlei geloofsgemeenschappen en levensovertuigingen. Terwijl eind 2005 in Nederland 53% van de bevolking aangaf geen levensovertuiging of religie na te streven.
Volgens die cijfers uit 2005 van het CBS en de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, zijn er 51 christelijke kerken in Nederland, waarvan alleen al de gereformeerde medegelovigen ondergebracht zijn in 11 verschillende richtingen.
Er zijn minstens zeven moslimrichtingen. Vier Joodse geloofsrichtingen en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Zo vele geloven onder de daken van de huizen. Niet alleen in Nederland, maar zeker ook daarbuiten.
Het overgrote merendeel van die gelovigen zijn overtuigd van voor hen het feit dat hun geloof of levensovertuiging de enig juiste richting is, het enige ware geloof.
Ikzelf ben daar niet zo zeker van. Wie ben ik om op de plaats van God, Allah of al die andere aanbeden grootheden te gaan zitten en te beweren dat ik het enige ware geloof bezit. Wat een arrogantie!
Wij zijn toch veel te kleine mensen om ook maar even te kunnen bevatten of te begrijpen hoe onbegrijpelijk groot die Ander is?
Ik ervaar God als ik om mij heen kijk in het Zijn van alle dingen op aarde en daarbuiten. Verder durf ik niet te gaan. Ik ben te beperkt in mijn begrijpen van dat wat is.
Ben ik daarom een ongelovige, een afvallige? Nee, dat zeker niet. Ik heb , beter gezegd ik ervaar, een heel sterke band met Jezus van Nazareth.
Jezus van Nazareth als intermediair tussen die soms voor ons onbegrijpelijke God en de mens.
Jezus van Nazareth als een geweldige steunpilaar, als een persoonlijke vriend en leermeester, als beschermer in kwade tijden, als lichtend vuur op de duistere levensweg die wij allemaal moeten gaan.
Jezus van Nazareth heeft mij gered uit de duistere diepten van ongeloof. Ben ik overtuigd van dit alles? Ja! En toch zeg ik, dat ik niet het enige ware geloof bezit. Daar ben ik te klein mens voor, te beperkt in mijn denken en weten. Wel weet ik wat ik ervaren heb en wat ik nog steeds ervaar in de manier waarop ik geloof.
En geloof me of niet, daar ben ik dankbaar voor en ga ik graag voor op mijn knieën om daarvan te getuigen. Niet vragend, maar dankend.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 15 juni 2015

Gods grote grap

Vergeef mij Heer, mijn kleine grapje over U, dan vergeef ik U de grote grap die U met mij uithaalt.
Dit schreef Robert Lee Frost, dichter en toneelschrijver uit de Verenigde Staten. Hij overleed in 1963 en ik weet niet of hij ooit antwoord heeft gekregen over de grote grap die God met hem heeft uitgehaald.
Wel weet ik dat hij vier keer een Pulitzer-prijs voor zijn maatschappelijk betrokken en filosofische gedichten heeft gekregen. Dan ben je zo gek nog niet.
Kan dat kleine grapje “Life is a joke” zijn van de kleine mens die het leven niet zo bijster serieus neemt? En kan die grote grap van God het levenspad zijn dat wij mensen te bewandelen krijgen?
In een mensenleven wordt veel gesproken over toeval. De een zegt: “Toeval bestaat niet, het ligt allemaal vast.” De ander zegt: “Het is allemaal toeval.”Weer een ander zegt: “Het valt je allemaal toe.”
Nou lekker hoor om bij die ander te beginnen: “Het valt je allemaal toe!” Mag het een onsje minder of meer zijn? Afhankelijk van de ellende of de hoofdprijs in de loterij... God?!
“Het is allemaal toeval”, zeggen velen, zij geloven in niets, alles komt als toevallig op je pad terecht, geen plan, geen voorbestemming, geen idee waar dat toeval vandaan komt of waaruit het bestaat. Niets!?
Maar dan: “Toeval bestaat niet, het ligt allemaal vast”. Diegenen die dat beweren staan rotsvast in hun overtuiging. Of ze nou in God geloven of in een spiritueel bewustzijn, in een Hogere Macht, of in de duvel of zijn ouwe moer, zij staan pal voor deze bewering.
Kan er echter ook nog een tussenweg zijn?
Zelf denk ik, dat er wel een lijn zit in een mensenleven of het pad dat mensen dienen af te lopen.
Ik geloof echter ook stellig in de vrije keuzemogelijkheid van mensen. Je hebt altijd de keuze, goed of slecht, soms blijven zelfs alleen maar slecht of minder slecht over, al naar gelang de ontstane situatie. Maar een keuze is er.
En het gezin dan waarin je al dan niet gelukkig je eerste levensjaren beleven moet? Ja moet! Want daarin heb je als kind toch geen keuze? Ligt daar dan al het begin van jouw voorbestemd pad op aarde? God? De sturende hand van God?
Er zijn er die zeggen: “Je kiest zelf je eigen ouders uit”. Punt. Punt?!
Vergevorderd stadium van reïncarnatie?! Als je het geluk hebt dat je terecht komt in een gespreid bedje met liefdevolle, zorgzame ouders. Zo niet, dan ben je nog niet zo ver, dan heb je nog veel te leren. Dat beweren mensen met en zonder gezond verstand. Zou het waar zijn?
En al die stakkers dan, die terecht komen onder het dak van ziekelijke alcoholisten of erger? Wat moeten die daar dan nog leren? Wat steken zij daarvan dan op? Waarom moet hun levenspad dan zo moeilijk al aanvangen? De liefdevolle hand van God? Karma?
Ik denk en ik kan mij niet anders voorstellen, dat niets zo maar ons bestaan op aarde bepaalt. Dit alles, deze wonderschone gruwelijke aarde is er ook met een doel, wij mensen zijn hier met een doel.
Hoe tijdelijk wij mensen, maar ook deze aarde is, wij zijn niet vanuit het toeval ontstaan. Vanuit het niets BOEM en daar begon het allemaal in één grote lijn tot en met het IC-tijdperk van nu aan toe. Met uitzicht op nog veel meer technologische wonderbaarlijke uitvindingen en ontwikkelingen toe. Op weg naar het onherroepelijke einde, daar kunnen we echt niet omheen. Versnellen wij dat einde? Sommigen haalden de kalender van de Maya’s erbij om dat te bewijzen. Tja...
Misschien is het wijs om gedurende onze persoonlijke tijd op aarde goed te doen, verstandig om te gaan met mens, dier en milieu. Empathie te betonen. Te geloven in een hoger doel en een levenspad te bewandelen dat uiting geeft aan eenvoud en mededogen. In het boek “Borderline Times” van psychiater-psychotherapeut Dirk De Wachter staat de volgende zin: “Zo maakbaar als de neoliberale mens dacht te zijn, zo volkomen ontmenselijkt kan hij eindigen.” De Wachter analyseert de hedendaagse samenleving in dit boek langs de maatlat van de DSM4, het handboek der psychiatrie voor het stellen van diagnoses, zoals borderline persoonlijkheid. Een interessante boek.
De zin uit dat boek, dat ik aanhaalde is een waarschuwing voor mensen die in niets geloven, niets van belang achten, het samen in het woord samenleving zijn vergeten, voor hen waar alleen “Het Dikke Ik”van belang is, om met premier Rutte te spreken. Voor hen die in niets geloven, waar verleden, heden en toekomst niet telt, alleen de dag van nu, daar is Gods grote grap: “Er is meer tussen Hemel en Aarde!” Geloof me nu maar...

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 9 juni 2015

Waar zijn jullie christenen?

“Waar zijn jullie christenen”, voegde een Somalische vluchteling mij met felle ogen toe vanochtend toen ik terug kwam van de bakker.
Ik gaf hem een hand en zei: “Die zoek ik ook”.
“Ik ken jou/u van de straat”, ging hij verder, “waar zijn christenen”! Boos klonk het opnieuw uit de mond van deze getraumatiseerde man met de wilde ogen.
Hij is duidelijk in de war en ontheemd.
“Goeie dag”, hij stak zijn hand als groet op en ging voorover gebogen verder met zijn zoektocht.
“Waar zijn christenen”, riep hij nog eenmaal.
Er zijn meer van deze zwaar getraumatiseerde vluchtelingen van Somalische of Ethiopische afkomst in de winkelstraat. Een andere man groet en roept dan direct: “Vijftig cent? “
Weer een ander maakt steeds een ingetogen dansje in zichzelf om dan plotseling agressief naar iemand die naar hem kijkt uit te roepen: “Weg jij, weg jij”. Dit terwijl hij afwijkende gebaren maakt.
Deze oorlogsvluchtelingen hebben het zwaar gehad en zijn nog steeds ontheemd. Zij kunnen geen aansluiting maken met ons Nederlanders in onze westerse samenleving.
Nauwelijks tot geen contact in het dagelijks leven. Het lukt ze niet. Triest, om deze vaak nog redelijk jonge mensen te zien afglijden in eenzaamheid en gekte. Alle drie de mensen die ik net benoemd heb maken een psychotische indruk. Twee daarvan zwerven ook rond bij de plaatselijke megacoffeeshop.
Dat lijkt mij niet de ideale plek om van je psychoses en getraumatiseerdheid af te komen, als dat al mogelijk is.
Maar goed, hij liep door en ik liep door, onmachtig als ik mij voelde hem bij te staan, antwoord op zijn vraag te geven. Dat wilde hij ook niet, denk ik, omdat toen ik een poging waagde hij mij de mond snoerde: “Nee, nee”, afwijzende gebaren. Hij was alleen maar boos en gefrustreerd en wilde zeker geen wijs westers antwoord.
Er zijn vele vluchtelingen in Nederland en het Westen. Wat hebben zij voor toekomst? Wat hebben hun kinderen voor toekomst, als deze mensen, hun ouders, zo’n zwaar trauma opgelopen hebben en zo ontheemd zijn?
Wat moet daarvan terecht komen? Hoe lang duurt dat voordat deze mensen en generaties na hen ingeburgerd zijn in onze westerse samenleving?
Ik las in een rapport, dat ongeveer 85% van het geld aan ontwikkelingshulp terecht komt in de regio aldaar. De oplossing ligt dus ook niet dáár in vluchtelingen kampen. Die overigens ook niet altijd veilig zijn gezien de recente geschiedenis.
Minister Ploumen wil nu geld steken in de economische ontwikkeling van Noord-Afrika. We zijn dus nog steeds bezig om een op een onze westerse mentaliteit en levenswijze over te dragen, op te leggen aan niet-westerse culturen. De vraag is of zelfs met de beste bedoelingen, dat lukt.
Een oplossing kan ik echter ook niet zo maar even bedenken. Zelfs na langdurig nadenken over de problemen van oorlog- of economische vluchtelingen kom ik niet verder.
De hele regio in Noord-Afrika en het Midden-Oosten is gedestabiliseerd uit ideologische en of economische motieven. Er zijn er maar weinig beter van geworden. Hoeveel mensen zijn er inmiddels op de vlucht of op zoek naar betere levensomstandigheden? Honderdduizenden? Miljoenen? De boosheid, de haat zal alleen maar toenemen naar ons westerse mensen, die het ogenschijnlijk allemaal zo goed voor elkaar hebben.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 2 juni 2015

Er zit een koekoek in De Schammer

Tja, wat nu weer? Een koekoek in De Schammer? Beiden zeggen u waarschijnlijk niets, maar De Schammer is nieuwe natuur langs de A28 tussen Leusden en Amersfoort. En het werkt! Bij alle teloorgang van natuurlijke habitat is dit nu weer een nieuw project dat aanslaat.
In Amersfoort is er nauwgezet overleg tussen de gemeentelijke ecologe en haar medewerkers, de baas van de groenvoorziening en planologen. Dat was niet zo in het verleden. De chef van de groenvoorziening zei eens tegen mij gedurende een overleg over snoeibeleid (lees kettingzaagbeleid) en aanplant en beheer van struiken en bomen, etc : “Ik weet alles van groenvoorziening maar niets van vogels en andere dieren.” Na dit gesprek is er veel veranderd in Amersfoort. Er wordt bij alle nieuwe aanplant en onderhoud rekening gehouden met het hele ecologisch systeem. Zo ook bij de aanleg van De Schammer. En echt de diversiteit van de soorten, die op zoveel plaatsen terugloopt stijgt daardoor weer in en rondom Amersfoort.
We hebben al broedende slechtvalken op de onze lieve vrouwe toren, de Lange Jan, ijsvogeltjes die broeden midden in een nieuwbouwwijk, een gierzwaluwproject bij nieuw- en verbouw van kantoren en woonhuizen, etc. etc.
Als de mens wil en het economisch belang een beetje verbindt met het ecologisch belang, dan ontstaan er prachtige plannen die de leefwereld van mens en dier veraangenamen.
Hulde voor de harde werkers, vrijwilligers of betaalde krachten, politici en huiseigenaren of zakenmensen die de natuur een handje toesteken en zo bijdragen aan een fijn leefmilieu.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 20 mei 2015

Van oorlog en daarna....

Ik ben geboren op een achterkamertje bij mijn grootouders van moederskant in een straat gelegen vlakbij het spooremplacement van Amersfoort. Een straat waar drie huizen door geallieerde bommen werden weggevaagd. Waar Griet Muis, Griet Muus zoals ze genoemd werd, uit de puinhopen vanonder de trap naar boven de kelder uitkwam met de poes op haar arm. De straat waar razzia’s werden gehouden door de Duitsers en het huis van mijn grootouders werd overgeslagen omdat de voordeur aan de zijkant zat. Terwijl mijn opa en zijn oudste zoon daar min of meer ondergedoken zaten voor de Arbeitseinsatz. Waar na de oorlog Leentje Poep uit haar ouderlijk huis werd gesleurd en kaalgeschoren, ingesmeerd met pek en met de veren uit een kapot gescheurd kussen werd overdekt. Opgejaagd werd door diezelfde straat, uitgescholden, bespuwd, gepord en gesard. Leentje Poep dankte haar bijnaam aan het feit dat zij als kind lang niet zindelijk werd. Leentje was namelijk zwakbegaafd.
Ik ben geboren uit een moeder, die als jonge meid in de huishouding te werk werd gesteld bij de notaris en de groenteboer aan de andere, de toenmalige rijke kant van de arbeiderswijk. Bij die laatste vielen ook drie bommen in de straat. Mijn moeder dekte juist de tafel, een bom gierde en sloeg door de openslaande deuren dwars door de tafel de grond in en ontplofte niet. De twee andere bommen vernielden een schuur waarin het paard van de groenteboer de dood vond. Een overbuurman vond de dood door de andere bom. Die bom die niet ontplofte is zo’n tien jaar geleden pas ontmanteld. Al die jaren hebben diverse bewoners met hun gezinnen letterlijk bovenop een bom geleefd.
Als kind van na de oorlog opgegroeid in deze arbeiderswijk verhuisden wij naar een andere straat aan dezelfde arme kant van de wijk. Schuin tegenover ons woonde een gezin, tegenwoordig zouden wij dat een samengesteld gezin noemen. De vrouw des huizes zagen wij in die ruim tien jaar dat wij daar woonden zelden of nooit buiten. Zij was die moffenhoer die het had gehouden met een hoge Duitse officier waaruit een zoontje geboren was. Niemand viel haar meer lastig, maar zij was getekend voor het leven. Wij als kinderen konden het goed vinden met haar bastaardzoon, zoals sommigen in de buurt hem benoemden. Dit ondanks het feit dat zijn echte achternaam nooit genoemd werd, hij had bij ons de achternaam van zijn stiefvader gekregen. Maar zijn stiefzusje die zagen wij eigenlijk ook nooit buiten. Schaamte? Angst?
Waarom schrijf ik dit?
Het wordt volgens mij tijd om op te gaan voor verdraagzaamheid. Krachtig te zijn en standvastig als het gaat om het verdedigen van vrijheid en tolerantie. Niet te aarzelen om daarvoor op te komen.
Met dreiging vlakbij aan onze westerse grenzen is dat nodig. Expansiedrang van buiten of van binnenuit uit ideologische, religieuze of economische drijfveren dient altijd scherp veroordeeld te worden. Sterker nog bestreden te worden met alle middelen die ons ter beschikking staan.
Daarom eindig ik deze column met de vredeswens die op deze homepage staat: Christen, Jood, Moslim, Boeddhist, Soefi, Atheïst, Humanist, Hindoe, Bahaï en iedereen die hier niet onder valt: Verdraagzaamheid is het sleutelwoord voor ieder van u: ga dus voor vrede, leef en laat leven! Dat mag de sleutel zijn die deuren opent.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 28 april 2015

Eigenlijk vond ik dat wel lekker rustig

Ik zag het leven met beide ogen aan en ik schrok van wat ik zag, het bepaalde ondermeer mijn leven.
De wereld om ons heen komt binnen via televisie en andere media. Veraf, dichtbij, het rauwe nieuws vreet zich in ons denken, ons gevoel, ons mens zijn.
Je kunt je ogen hiervoor sluiten en alleen aan je eigen belang denken en verder gaan. Is dat overleven? Is dat waarom wij op aarde zijn? Eigen belang, eigen ik eerst, eigen volk eerst?
Ik schrik alleen al van dit laatste zinnetje. Hoogsensitief of gewoon gevoelig voor onrecht? Echt, het maakt mij niet uit hoe u mij benoemt, want ik ben blij met die gevoeligheid, die ogen die zien en proberen niet weg te kijken zonder er aan onderdoor te gaan en zonder dat mijn leven daardoor bepaald wordt. Moeilijk? Ja, verrekte moeilijk soms. Het dagelijkse nieuws, maar ook medemensen direct in de buurt maken je het leven soms moeilijk, soms zelfs tot een hel op aarde. Waarom?
Vroeger, ja, daar heb je hem weer, vroeger was de straat, de buurt, de wijk overzichtelijk, dáár kwam het nieuws vandaan. Van de rest van de wereld of zelfs maar van Nederland of van wat er ergens in dat verre Amsterdam, Rotterdam of Den Haag zich afspeelde hoorde je zelden iets. En eigenlijk vond ik dat wel lekker rustig.
Ik schreef er eerder over: wij, u en ik, krijgen in 24 uur per dag hetzelfde aantal prikkels als de mensen 100 jaar geleden in 2 jaar! Dat doet iets met een mens. Burn out, wegvluchten in narcotica verslavingen om stilte in je kop te krijgen, je vredig te voelen, zijn we min of meer normaal gaan vinden. Oh, ja, de wijkagent en waarschijnlijk u en ik schudden ons het hoofd als wij langs een coffeeshop, al of niet met door kogels doorboorde ramen van de criminele concurrent, lopen. Hele volksstammen gaan zich te buiten aan de veel te sterke Nederwiet. Jonge mensen, die zich suf blowen omdat zij het gewone “normale” leven niet aankunnen. En, wij (de overheid en u en ik) hebben dat min of meer gelegaliseerd. Sterker nog, de Nederwiet is een groot exportproduct van ons geworden. Criminelen aan de achterdeur bepalen de sterkte, de kwaliteit, de prijs, en de rekening wordt aan de voordeur legaal afgehandeld, maar veel later door hoge zorgkosten en kosten van levensonderhoud door de verslaafde gebruikers duur betaald door de overheid.
Anderen reageren weer anders op al die stromen negatieve ellende uit de media en de overdaad aan prikkels die ze binnen krijgen. Alcohol, alle vormen van “op de vlucht zijn voor jezelf” in werk, (buitenechtelijke) relaties, passieve sportbeleving met de daaraan gekoppelde agressie (niet te overdadige actieve sportbeoefening is zelfs gezond in dit opzicht), de verslavende laptop, etc, etc.
Noem zelf maar op wat uzelf of uw directe naaste betreft. In ieder geval vluchten “wij” of de meesten onder ons wel ergens in weg om te ontkomen aan wat ik hiervoor omschreef.
Misschien is het zo gek nog niet om te onthaasten, zoals op onze homepage beschreven staat. Uit oogpunt van volksgezondheid, zorgkosten en>>>>uw eigen geluk!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 17 april 2015

Heerlijke lentedag met of zonder vlinders?

Het is dat de dokter mij gewaarschuwd heeft, want anders was ik in korte broek gaan zonnen.
Lekker uit de wind, weldadige zonnestralen op mijn bassie. Echt, ik ben een zonaanbidder, heldere blauwe lucht liefst met wat roomblanke wolken, een zacht briesje en heerlijke temperaturen.
Daarom houd ik ook zo van Italië, het klimaat, het eten, de wijn, de mensen, het gevarieerde landschap. Ik heb in vroeger dagen genoten van dit alles. Nu speelt de moeheid, gevolg van hartfalen, ernstig op. Ik word er soms chagrijnig van en geloof me, dat is tegen mijn normale doen in. Ik leef van het ene moment naar het andere met een groot lek in mijn energiehuishouding. Het koppie wil eigenlijk nog van alles, maar het lijf spreekt dat tegen. Jammer!
Aangezien voor ieder van ons zingeving van eminent belang is om de dagen zinvol door te komen, ben ik blij met mijn bijdrage aan deze oecumenische internet/radiozender. Juist op momenten dat er weer een kleine energievoorraad is opgebouwd schrijf ik een stukkie, regel het een en ander en zo draag ikzelf samen met mijn medewerkers bij aan die druppel begrip en verdraagzaamheid binnen een samenleving die bestaat uit eilandjes vol eigenbelang.
Collega’s in de strijd voor rechtvaardigheid zoals Colet van der Ven met haar prachtige talkshow De Nieuwe Wereld, Greco Idema van Nieuw Wij, Mirjam Wolthuis en medewerkers van de Dominicuskerk, de volgelingen van Huub Oosterhuis met De Nieuwe Liefde, Kerk in Actie, Amnesty International, Artsen zonder grenzen, Solidaridad, UAF die hoogopgeleide vluchtelingen een kans geeft om via studie te integreren, vele journalisten en columnisten van diverse kwaliteitskranten, er zijn zoveel mensen goed bezig voor recht en rechtvaardigheid in een Nieuwe Wereld. Het is bijna niet te geloven dat er nog zoveel geloof is in het goede der mensen middenin een wereld vol krankzinnig geweld en vernieling. Plaatselijk zijn er binnen en buiten deze organisaties mensen bezig zich in te zetten als vrijwilliger om in de straat, de buurt, dorp of stad het verschil te maken tussen onverschilligheid en actief bezig gaan de samenleving leefbaar te houden. Dat botst soms/vaak met de belangen van machthebbers, van politici, economische belangen uit op geld binnenhalen. Buurtbewoners strijden voor de leefbaarheid in hun straat, hun wijk door die lege plek of dat park te behouden voor groen, speelruimte voor de kinderen, een ontmoetingsplaats voor ouderen met een bankje in het groen, zulke initiatieven zijn belangrijk. Maar ja, grond is kostbaar en schijnbaar ook in de openbare ruimte van de stad is stenen stapelen belangrijker dan welzijn van burgers. Neem mij te goede: ik ben absoluut niet tegen geld verdienen of welk economisch belang dan ook, maar laten we wel menswaardig blijven omgaan met de ons beschikbaar gestelde ruimte.
Vandaag stond er in Trouw op de voorpagina een groot artikel over wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat ook vlinders, die hemelse wezentjes, en nog vele andere soorten vliegende medeaardbewoners uitgeroeid worden doordat de kwekers, de telers van bloemen en gewassen die zaden in de grond stoppen die meerdere keren zijn behandeld met een laagje gif, gif dat in de bodem komt, in het oppervlaktewater, in de gewassen, in de bloemen, bestuiving is levensgevaarlijk geworden voor de, ook voor ons, zo nodige insecten.
Ik heb in een veel eerder stadium het gebruik van insecticiden in de land- en tuinbouw, maar ook in uw eigen tuintje ter sprake gesteld. De grote sterfte van honingbijen is een ramp. De sterfte van insecten is een ramp waardoor vele vogelsoorten geen fatsoenlijke overlevingskans meer hebben.
Denk daar over na, als u nu in het voorjaar planten of zaden koopt bij uw Intratuin of andere plantenleverancier. Ook uw tuin verliest haar charme als er geen bij, hommel of vlinder meer komt.
Als uw tuinvogeltjes zich niet meer laten zien, wat een leegte laten zij dan achter in uw belevingswereld. En even op internet googlen om een biologisch tuincentrum in de buurt te vinden, waar wel de kringloop van leven en dood wordt gerespecteerd. Duurder? Nauwelijks tot niet!
Als de vrije markt, gesteund door politici, boefjes uit de farmaceutische en chemische industrie haar geldzucht laat overheersen boven goed rentmeesterschap en mens- en diervriendelijkheid, dan rest ons niet anders dan verstandiger te zijn en er dwars tegenin te gaan>>>tegen die vernietigende hebzucht onder de vlag van economisch belang.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 9 april 2015

Zelfverrijking en macht

De top van de ABN had een plannetje bedacht: we gaan naar de beurs (en vullen onze eigen beurs).
Verontwaardiging alom: de pers die er bovenop dook, vragen in de kamer, minister Dijsselbloem ging niet akkoord. Scheelt in ieder geval een tonnetje baargeld per man. (of er ook vrouwen bij betrokken waren weet ik niet). Het mooie is dat nu eindelijk ook een gedeelte van het personeel verontwaardigt in opstand kwam. En? De vakbonden kwamen in actie! Een breed maatschappelijk front tegen de inhaligheid van enkelingen, die hun huidige positie mede te danken hebben aan u en mij als burger van dit land. De regering/wij hebben de banken gered van de ondergang, met “ons” geld.
Enkele dagen voor dit ABNschandaal las ik in een kwaliteitskrant dat de weledele heer Ralph Hamers, baas van de INGbank, zijn vaste salaris over 2015 laat stijgen van 1,27 miljoen naar 1,63 miljoen. En als hij dan at target presteert komt daar nog eens 261.000 euro aan variabele beloning bij.
Vandaag las ik over de weledele heer Eelco Blok, baas van KPN, die verdiende vorig jaar 1,8 miljoen euro aan salaris incl. variabele bonussen, zoals nog eens een extra bonus van 425.000 euro voor de verkoop van E-Plus. Het jaar daarvoor “verdiende” deze weledele heer het schamele salaris van 1,1 miljoen euro. Tegelijkertijd droeg deze ware gelovige van de Mammon er toe bij dat duizenden werknemers van KPN hun baan verloren.
Gelukkig las ik ook dat de vakbonden FNV en CNV de wapens opgenomen hebben om personeel te mobiliseren tegen dit schandalige gegraai.
Ook las ik dat door de stelling name van de bonden bij de dreigende ontslagen en het failliet van het V&D concern hun ledental gestegen is. Zo blijkt maar weer, dat door je als werknemer te organiseren in groepsverband je een vuist kunt maken tegen stinkende zelfverrijking en andere zaken die niet door de beugel kunnen.
Ikzelf ben niet zo van de “harde actie”, maar vraag me wel steeds meer af of de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw waarin het langharig werkschuw tuig in opstand kwam tegen het establishment, vertaal: “de macht van bestuurders”, zo verkeerd was. En eigenlijk? Wat is er nou veranderd? Macht en zelfverrijking zijn nog immer aan de orde van de dag.

p.s. de actualiteit gaat snel, onder druk van alle negatieve publiciteit en ingrijpen van de politiek zijn enkele in deze column opgevoerde hoofdrolspelers gedeeltelijk teruggekomen op de hen toebedachte bonus en/of salarisverhoging.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 3 april 2015

Afromen

Vandaag stond in Trouw een artikel over jonge tweeverdieners, kindje, goed bezig.
Maar deze beste mensen hebben moeite om aan fatsoenlijke en betaalbare huisvesting te komen.
Ze vallen tussen wal en schip zogezegd. Te rijk om te huren, te arm om te kopen, stond er boven het artikel. Ze vangen bod bij woningbouwcorporaties en bij hypotheekverstrekkers. Particulier huren is vreselijk duur als je in de grijpgrage handjes komt van de makelaars/speculanten op de woningmarkt. Als je geluk hebt kun je van een particuliere verhuurder een woning huren tegen een aanvaardbare prijs. Dat is eigenlijk de enige kans die deze groep hard werkende mensen nog heeft.
In het betreffende artikel (Trouw, 26 maart 2015) staat verder dat Het Rijk, dat zijn de door ons gekozen volksvertegenwoordigers in regering en parlement met een hele batterij ambtenaren daar achter, een verhuurderheffing hebben ingesteld voor woningen onder de 710 euro huur. Ik begrijp hier niets van. Sociale huurwoningen dien je zo goedkoop mogelijk te maken voor de mensen met de kleine beurs. Grondprijzen van gemeenten en speculanten drijven de bouwprijs op. Al in de boekhouding afgeschreven woningen krijgen een relatief klein opknapbeurtje c.q. renovatie en hoep de huurprijzen stijgen schrikbarend. Dit in plaats van redelijk onderhoud en renovatie te plegen in verhouding tot een nieuwe huurprijs voor de kleine beurs. In Amersfoort is een wijkje naoorlogse noodwoningen die er nog steeds staan. Het is een leuk wijkje voor de bewoners. De mensen willen dan ook niet dat de boel wordt afgebroken en herbouwd met dure sociale- en koopwoningen. De gemeente aast op deze grond, de woningbouwcorporaties ook. Zij zien er brood in. De bewoners niet. Zij nemen de mindere luxe voor lief. Betalen liever een lage huur zodat ze geld overhouden om uit te geven. Wat overigens weer ten goede komt aan de winkelier en het daarachter zittende midden- en kleinbedrijf. Zo pomp je geld rond in de binnenlandse besteding en niet met “mensen koop toch een nieuwe auto” waar premier Rutte het over had. Waarvan? 58% van de Nederlandse huishoudens heeft geen geld om uit te geven. De meesten onder hen komen aan het eind van de maand te kort.
Verhuurderheffing?! Hoe verzin je het! De huurprijzen worden hierdoor verhoogd en huurtoeslag is nodig om een en ander nog enigszins dragelijk te houden voor de huurders. Vestzak/broekzakpolitiek, lijkt mij. Rondpompen van geld, wat kost dat allemaal al niet aan administratie, ambtenarij,etc.? Dat moet toch allemaal veel simpeler kunnen? En kom me nou niet aan met de hypotheekrenteaftrek, dat is toch ook een vorm van gesubsidieerd eigen woningbezit? Hele batterijen werknemers zijn nodig om dat allemaal in stand te houden.
We barsten in dit land van de regelingen en subsidies die niets anders doen dan geld rondpompen. Nogmaals, dat moet toch veel simpeler kunnen? Dragelijker en minder mensonterend dan nu voor mensen laag op de inkomensladder? Werkt nog kostenbesparend ook voor iedereen.
En dan die middengroepen die niet bij de bank terecht kunnen en niet bij de corporaties. Hard werken, samen, al dan niet met kinderen een toekomst opbouwen wordt zo wel heel moeilijk.
Verhuurderheffing? Hoe bedenk je het? Net als in de jaren tachtig van de vorige eeuw toen premier Ruud Lubbers en kornuiten de pensioenverzekeraars afroomde met miljarden. Zij hadden zogenaamd te veel reserve in kas. Moet je nu om komen, nu zou dat geld zeker van pas zijn gekomen, gevolg is dat al vele jaren de pensioenen achter blijven doordat er geen prijscompensatie wordt gegeven. Dat verlies van inkomen loopt op tot boven de 10%. Afromen, het klinkt lekker, alsof je vroeger de melk in de melkfles van zijn romige laagje afroomde. Afromen, dat gebeurt er nu ook bij de woningbouwcorporaties door die verhuurderheffing. Afromen gebeurt nog niet bij de zorgverzekeraars, die vorig jaar ruim 9 miljard in kas hadden als zogenaamde broodnodige reserve. Ja, dat dachten de pensioenverzekeraars in de jaren tachtig ook, de woningbouwcorporaties nu ook.
En wat die zorgverzekeraars betreft, die gooien er ieder jaar miljoenen tegenaan om u en mij te bewegen over te stappen naar een ander. Ondertussen zijn chronisch zieken en bejaarden die aan gewezen zijn op medicijnen en andere ondersteuning om hun leven in stand te houden de dupe door de 375 euro eigen risico. Bijna een miljoen mensen kunnen dat niet betalen en worden zo over de rand gegooid. “U krijgt toch zorgpremie? Daarvan moet u geld voor dit eigen risico reserveren!”, zeggen de medewerkers van de zorgverzekeraars. Maar die subsidies zijn nodig om mensen aan het eten te houden, te laten leven, rond te laten komen. Als je netjes verzekerd wilt zijn tegen zorgkosten heb ik wel eens uitgerekend en vergeleken, dan ben je inclusief maandelijkse premie, tandartsverzekering en eigen risico omgerekend 195,10 euro per maand kwijt. Dat is 2341,20 euro per jaar. En de zorgverzekeraars hebben miljarden in kas! Wordt het niet eens tijd voor loslaten van de marktwerking in die sectoren die ten algemenen nutte zijn? Lijkt mij een stuk goedkoper.
Afromen? Ik word er misselijk van....

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 27 maart 2015

Ergens langs de hemelranden

Ergens langs de hemelranden vliegt een vogel, eenzaam hoog als een steppearend, speurend naar leven. Op thermiek draaiend is er niets dan stilte. De wereld, het verkeer, de mensen, hij hoort ze niet. Wat heerlijk lijkt mij dat.
Overal waar ik kom in de commerciële wereld, die de onze is, hoor ik lawaai, muziek geheten die mijn en uw oren moeten veraangenamen, maar daar geloof ik allang niets meer van. Het is de muziek uit een andere tijd, zo lijkt het mij. Het is in ieder geval niet de muziek die ik aangenaam vind. En zeker ongevraagd.
Kom ik in een winkel of zelfs als ik door de winkelstraat loop is daar die opdringerigheid van “muziek”. Pas las ik een artikel dat wij nu per dag meer prikkels ervaren dan honderd jaar geleden in twee jaar. Geluid is daar een sterke prikkel van, maar ook bewegende beelden, etc.
Niet zo moeilijk om daar de conclusie aan te verbinden, dat zoiets gevolgen heeft voor de mens. Stress is er daar een van. Wanneer kunnen mensen nog tot rust komen als zij buiten de slaap constant overspoeld worden met prikkels? Wat voor gevolgen heeft dat voor de mens?
Geluid, beeld, Phone, tablets, laptops, games, is er nog een moment waarop de mens, en zeker de jonge mens, achterover leunt, rust en stilte ervaart ontdaan van prikkels? Wat doet dat met een mens (en zijn omgeving)?
We zijn een dichtbevolkt land en stilte is moeilijk te vinden. Het zou mooi zijn als stilte meer gewaardeerd zou worden. Maar misschien zijn velen wel bang voor de stilte. Waarom? Omdat zij dan wel eens die stilte in zichzelf kunnen ervaren, die zij zien als leegte, bang worden van hun eigen zijn.
Misschien ervaren zij dan wel verdriet, alleen zijn, leegte in zichzelf omdat zij het contact met zichzelf, de mensen en de wereld om hen heen verloren zijn. Schrikken zij van wie zij eigenlijk zijn.
Is er daarom die onderdompeling in prikkels? Misschien kan iemand mij daarover eens informeren?
Zelf word ik, als stadsmens, wel eens midden in de nacht wakker van het gezang van een klein vogeltje. Ik lig dan enorm te genieten, de stad slaapt, stilte en dan dat vogeltje. Of die prachtige roodfluwelen zonsondergangen die ik zo goed vanuit mijn woonkamerraam kan ervaren. Pas geleden nog meldde ik drie vermoeide traag vliegende ooievaars die van zuidwest naar noordoost de oude binnenstad overtrokken op weg naar een nieuw broedsel. Kijk daar geniet ik nou van. Rust en stilte vanuit de natuur, de wereld waarin wij leven. Of is de wereld waarin wij leven die van prikkels vol geluid en beeld en zijn hele volksstammen het contact met die schoonheid, die stilte, die beelden allang kwijtgeraakt. Het is namelijk geen kwestie van zien, maar van ervaren. En dat te kunnen ervaren is van een hele andere orde dan al die prikkels binnen krijgen op een dag waar honderd jaar geleden twee jaar voor nodig was. In het jaar des Heren 2100 zullen er een dikke 17 miljard mensen op aarde zijn is de prognose. Wat een heksenketel zal dat geven!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 23 maart 2015

De geest werkt grensoverschrijdend

Wat bepaalt onze identiteit? Waar horen we bij? Waar willen we bij horen? Welke cultuur., godsdienst, groep? Willen we nog solidair zijn en met wie? Waar sta je voor? Dit zijn zo ongeveer de titel als de beginregels van een overweging op 1 februari j.l. in de Dominicuskerk te Amsterdam, de oecumenische basisgemeente die al 50 jaar bestaat.
Ik moest daaraan denken in verband met de perikelen binnen de Rooms-katholieke kerk onder leiding van kardinaal Willem Eijk die ons vandaag de dag raken als geloofsgemeenschap.
Wat is er in die 50 jaar veranderd, dacht ik>>>niets binnen de hiërarchie van die kerk. Sterker nog, er waait een conservatieve wind vanaf de Maliebaan te Utrecht die velen de adem beneemt. Angst en beven voor de toekomst van de eigen parochie, bang om het eigene van de eigen geloofsgemeenschap te verliezen. Terwijl wij allen toch in Zijn naam bij elkaar komen en zelfs onze levens delen op weg naar de Goedheid die Hij predikte.
Wat bepaalt onze identiteit? Dat is niet alleen maar onze maatschappelijke status, nee, dat is zeker hoe wij ons gedragen, hoe wij al dan niet omkijken, de hand reiken aan de ander.
Waar horen wij bij? Mensen, daar horen wij bij. Mensen in gezinsverband of binnen de familie, buren, werk, clubverband, politieke partij, vakbeweging, kerk of geloofsgemeenschap, studiehuis, zelfs in het café (al lijkt mij dat nu niet de uitgelezen plek om diep zielsgeestelijke verbintenissen aan te gaan).
Waar willen we bij horen? Daar waar wij gelijkgestemde mensen ontmoeten, die ons de vrijheid gunnen onszelf te zijn, onze eigen gedachten en gevoelens zonder negatieve tegenwerpingen te kunnen ventileren. Mensen, die ons in hun kring opnemen met een fijne blik in hun ogen, een open hart, die willen delen. Denk ook eens aan uw werksituatie, uw inkomen, de erkenning voor u aldaar. Wilt u er nog wel bij horen? Hoort u er wel bij?
Welke waardering krijgt u nog? Ik hoor zoveel over het grenzeloos egoïsme tegenwoordig, over netwerken, over uitbuiting, over afdanken na gedane arbeid. Allemaal ten gunste van de een en tot schade van de ander.
Welke cultuur, godsdienst, groep? Dat is geheel aan u. Gelukkig kunnen wij nog kiezen!
Willen we solidair zijn en met wie? Onze samenleving is opgebouwd uit onderlinge solidariteit, in werk, in inkomen, in de gezondheidszorg, ja in alles. Het ergste wat je kunt overkomen als kind of als ouder, als familielid, of als lid van een geloofsgemeenschap is dat je buitengesloten wordt, niet geaccepteerd wordt voor wie je bent of erger. Ook buitengesloten worden door de samenleving omdat je ziek bent of ergens er iets aan je mankeert dat anderen niet aanstaat of de “norm”niet is, daar waar voor jou de onderlinge solidariteit niet geldt, daar ontstaat pijn, frustratie. De gevolgen zien we nu bij de jihadisten en de Volkert van der Graafs, die hun eigen leven en de opgelopen frustraties niet meer in de hand hebben of hadden. Want mensen sterven door dit gebrek aan onderlinge solidariteit en understanding. Hoeveel mensen komen per dag om door zelfdoding? Zaten zij niet in een groep, werden zij niet begrepen, leden zij onder eenzaamheid, onbegrip? Natuurlijk buiten de pijn die sommigen fysiek lijden of geestelijk. Het is de grote zorg van alledag voor velen.
Als christen heb ik gelukkig mijn gevoel van verbintenis, mijn gebeden met Jezus van Nazareth. Voor velen, zelfs voor sommige dominees een nooit levende figuur. Maar voor mij wel, tot op de dag van vandaag, ik ben er gelukkig mee. Dus laat me. En als die moslim gelukkig is met Mohammed, laat hem of zij dan, gun ze dat geluk. Maar denk ook aan de regels hierboven geschreven. Het boek geschreven in Mekka en het boek geschreven in Medina is totaal verschillend, net als ons Oude en ons Nieuwe testament: het is maar net waar je voor kiest!
Dus waar sta je voor? Oorlog of vrede. Solidariteit of egoïsme. Liefde of haat?

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 18 maart 2015

Wie groot wil zijn, moet de dienstknecht worden van allen

Wie groot wil zijn, moet de dienstknecht worden van allen. Dit is een uitspraak van Jezus van Nazareth.
Juist in deze dagen waar de rechtstaat op haar grondvesten trilde, door onverkwikkelijke leugens, achterhouden van informatie en uiteindelijk het aftreden van bewindslieden, zijn deze woorden zo waar. Hoe groter jouw ego, hoe onmogelijker mens je wordt. En de valkuil lokt je om ten gunste van macht, geld of roem de dienstbaarheid en de waarheid daaraan gekoppeld te veronachtzamen. Ook uit onderlinge solidariteit kun je in een valkuil belanden die je tot de ondergang drijft. Minister Opstelten is tot het einde toe solidair gebleven met zijn mensen. Staatsrechtelijk moest hij wel aftreden, maar niet hij is de oorzaak, die ligt bij zijn rechterhand Teeven, het toenmalige College van Procureurs –Generaal en de betrokken ambtenaren van het OM die de bewuste zaken hebben verzwegen en/of achtergehouden.
De minister was als burgemeester een prima bestuurder, als minister niet meer van deze tijd. Toch bewonder ik hem om zijn integriteit, want die staat, wat mij betreft, niet ter discussie. Wat er achter de deal zit? Wat er achter het laakbare gedrag van Fred Teeven zit? Wie zal het zeggen? U en ik weten vaak niet wat de drijfveren zijn van mensen. Misschien zijn er wel heel gewichtige argumenten waarom deze voormalige crimefighter zich zo heeft kunnen “vergissen en vergeten”. Daarom, oordeel niet te hard.
Maar wie groot wil zijn, moet de dienstknecht worden ( en blijven) van allen. En daar ontbrak het aan, lijkt mij. Andere belangen hadden de overhand. Dat lijkt me duidelijk. Wie weet komen we ooit nog de waarheid te weten. Ik heb daar echter een zwaar hoofd in. Eerlijkheid duurt het langst, luidt het gezegde, maar soms zit er een oceaan van duistere belangen tussen waarheid en leugen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 10 maart 2015

Tussen de twijfel en de robot

Vandaag had ik een interessant gesprek met een sociologe van 75 jaar oud. Zij is een vrouw die altijd op zoek is naar de zin der dingen. “Hoe kan het dat ik met het ouder worden steeds sneller boos wordt?” vroeg zij mij. We gingen samen op zoek. “Vroeger liet ik maar over mij lopen en als het mij niet aanstond verbrak ik het contact”, begon deze eeuwige twijfelaarster. Twijfelaarster? Ja, een ongelooflijk lief mens, intelligent en sociaal bewogen, maar ook kwetsbaar, altijd geneigd “de fout” bij haarzelf te zoeken. Altijd aan het twijfelen “heb ik dat wel goed gedaan?” Vroeger, vertelde zij mij, liep ik altijd letterlijk weg uit een conflict. Ik kon de strijd niet aangaan. Niet uit angst, zoals ik opperde, maar omdat ik niet wist hoe met een conflict om te gaan. Deze sociaal vaardige mevrouw, die gedurende haar leven deelnam en nog steeds actief deelneemt aan allerlei maatschappelijke clubjes (zoals zij dat benoemt), voelt dat zij aan het veranderen is met het klimmen der jaren.
“Hoe kan dat toch, dat ik steeds weer boos wordt, bij het minste of geringste wijs ik met de vinger naar de ander, boos.” Zij is zo aardig, dat zij hier echt mee zit. “Ik vind deze emotie zo vervelend, zo oneerlijk ook tegenover de ander”, ging zij verder terwijl zij mij met grote vragende ogen aankeek.
Ze kwam met enige voorbeelden. Kleine zaken voor mij, nauwelijks de moeite waard om zolang ( al enige weken) over te blijven peinzen. Ondertussen bleek ook dat zij met alle betrokkenen uitgebreid in gesprek gaat over het vermeende feit(je). Mooi is, dat zij dan zeker bereid is om de hand in eigen boezem te steken. Soms bleek de ander boos op haar, soms ook kreeg ze vragende blikken omdat men niets aan haar gedrag had op te merken. Maar altijd werden door haar initiatief zaken uitgepraat.
Een sterke vrouw dus, die de confrontatie niet schuwt als er iets niet gaat zoals zij meent dat het had moeten gaan. Ik heb daar respect voor. Zij is eerlijk, eerlijk tegenover de ander en tegenover zichzelf.
“Je bent nu 75 voel je je misschien moe?” probeerde ik. “Met het ouder worden stijgt de vermoeidheid, ook al wil je dat niet.” En met de vermoeidheid wordt het lontje ook steeds korter. Dit trouwens bij oud en jong!
Ze woont in een woongroep met leeftijdgenoten. Ook daar zal wel eens irritatie zijn. Zij woont in de oude binnenstad met al haar drukte en verscheidenheid aan mensen. Zij is alleen, heeft al decennia geen relatie meer. En, zij heeft veel tijd om na te denken.
Moet je daarom aan jezelf gaan twijfelen? Ga je automatisch dieper op de zaken in met het ouder worden? Vooral als je tot de wat intellectueler uitgeruste mensen behoort? Leef je misschien bewuster als je meer tijd hebt om na te denken? En is dat dan wel zo prettig?
Gisteravond na het avondeten bleek een der puberzonen van Lief het moeilijk met zichzelf te hebben. Ook hij is een nadenkertje, een diepgraver, ook hij twijfelde aan zijn eigen functioneren. Daar is voor ons als directe buitenwereld niets op aan te merken. Alles loopt zo te zien op rolletjes voor hem. En toch...
We raakten in een langdurig open gesprek waar ook zijn puberbroers aan deelnamen en herkenning in vonden. Ook wijzelf zagen de twijfel, de onderdrukte tranen, de zwaarte van dat moment. Want hij was zelf al tot de conclusie gekomen dat zijn stemming en negatieve gedachtebrij plotseling kon omslaan in vrolijkheid en niets meer aan de hand. Ondertussen hadden wij met elkaar in groot vertrouwen een open en volstrekt heldere discussie na de maaltijd met rode rijst. Ook wijzelf herkenden de twijfels aan het eigen functioneren, de stemmingwisselingen, de onderdrukte tranen. Geloof me nou maar, we zijn heel gelukkig met elkaar ook al is er sprake van leeftijdverschil en een latrelatie omdat de omstandigheden daarom vragen. Volgens mij, ik ben geen psycholoog, is bovenstaande een bekend herkenbaar gegeven voor mensen, oud en jong. Iemand beweerde eens tegen mij dat “leven is beweging, toppen en dalen, stilstand is dood” en hij tekende een golvende lijn en daarna een platte streep. Beiden moet je aanvaarden, anders ga je tobben en dan wordt leven moeilijk. Aanvaarden dus, aanvaarden van dat wat er zich aandient in een mensenleven, in jezelf, in relatie tot de ander. Maar is dat zo? Kan dat als het leven, mensen, want het leven zijn meestal andere mensen die ellende en emotionele spanningen aanrichten binnen het leven van fatsoenlijke mensen.
En nu ben ik nog voorzichtig met mijn uitspraken, want ik heb het niet eens over de wanhoop die mensen over de rand duwt. En ik heb het niet eens over de pijn die jij aan anderen bewust of onbewust veroorzaken kan. Nu spreek ik over de grote zaken in een mensenleven. De aanhef van mijn stukje valt in de categorie gewoon dagelijks leven, gewone dagelijkse twijfel, gevoelens, emoties, zorgen, vragen. Wat maakt toch dat wij als redelijk normale mensen ook die wisselende stemmingen kennen? De golvende beweging van het leven en die in onszelf? De wisselwerking daarvan? Nogmaals, ik ben geen psycholoog, en ik ben man, dus ik wil graag antwoorden/oplossingen bieden. Maar dat is nou net niet waar het om gaat. Een luisterend oor is voldoende. Soms een knuffel of een arm om iemand heen, zwijgend, dat is voldoende.
Ieder beloopt zijn of haar eigen pad in het leven. Je kunt niemand bij de hand nemen en zeggen “kom maar ik loods jou wel door het leven.” Dat werkt niet. Hoewel soms in uitzonderlijke omstandigheden kan dat nodig zijn. Maar een ieder mag zich een buil vallen, verdriet leren kennen, twijfelen aan zichzelf. Diegenen die dat nooit doen hebben dicht de status van robot bereikt. En dan wordt het eng...

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 4 maart 2015

Bent u mens, een Barmhartige Samaritaan?

Soms, eigenlijk best vaak, vertellen mensen mij geheel onverwacht een stuk(je) van hun levensverhaal. Waarom dat is? Ik denk dat ik door wie ik ben en wat ik uitstraal hiertoe uitnodig. Wij, mijn kinderen en ik, lijden aan het Pieterburensyndroom: zodra iemand ‘hoog’ zit en ons met die zeehondjesblik wanhopig vragend aankijkt, dan staan wij al met open armen en blik, open hart en open geest klaar om die ander in grote of kleine nood te helpen of open oor te zijn.
Prima, denk ik dan, prima, fijn dat u of jij mij vertrouwen schenkt. Dat is een cadeautje op zich in een wereld die van angst, wantrouwen, leugen en bedrog aan elkaar hangt. Veel mensen zijn niet zo geïnteresseerd in de beweegredenen van anderen. Bij hen komt zelfs de vraag niet op waarom iemand reageert zoals hij of zij reageert in het leven van alledag. Afwijzing volgt. Die is gek of die deugt niet, van die kan ik financieel niet beter worden of noem maar wat op, zoals mensen op elkaar reageren en elkaar al op voorhand afwijzen.

Vandaag sprak ik een vader, een toevallige passant in mijn leven. Hij vertelde mij over zijn alcoholverslaafde zoon. Die zoon is geen puber meer, maar gedraagt zich zo nu en dan heel vreemd.
Hij is echt zwaar alcohol verslaafd. Volgens mij een van de grootste problemen binnen onze samenleving: alcoholmisbruik.
Maar goed, deze vader vertelde mij over zijn zoon die in de buurt voor overlast zorgt. Bij doorvragen van mij blijkt dat deze man stemmen hoort die een ander niet waarneemt. Zo erg, dat hij soms naakt voor het raam staat te zwaaien naar de overburen. Die vinden dat niet echt getuigen van vriendelijkheid en goed noaberschap. Soms ook rent hij naakt de straat op of de duvel hem achterna zit. Psychose. Psychose en schizofrenie in ernstige mate. Deze patiënt heeft zelf geen enkel inzicht in zijn ziektebeeld: hij ontkent alles van dat wat er met hem aan de hand zou kunnen zijn. Alleen zijn vader weet hem soms rustig te krijgen, hoewel het vaak hoog oploopt. Agressie. Agressie door de psychose die wordt gevoed door drankmisbruik. ( Even ter zijde: De aandelen van producenten van alcoholische versnaperingen stijgen nog steeds, hun aandeelhouders vieren het leven. De Nederlandse Staat haalt kapitalen aan accijns binnen over de ellende die alcoholmisbruik veroorzaakt.) Zieke mensen, eenzame mensen, gefrustreerde mensen, verslavingsgevoelige mensen en ook een mens als deze zoon die geestesziek is en niet tot nauwelijks weet heeft van wat hij doet en teweeg brengt. Zij zijn de peperdure rekening binnen de privélevens van ontelbaren, zowel de patiënten (wat het zijn volgens mij) als hun directe omgeving, partners, kinderen, familieleden, buren, etc. Maar ook de geestelijke gezondheidszorg puilt uit met cliënten die ten onder gaan aan deze problematiek. Daarbij kun je optellen de drugsgerelateerde problemen door een te hoog THCgehalte in cannabis. Ook hier psychoses versterkt door misbruik.
Ik wijs u ook maar even op de dodelijke ongelukken veroorzaakt onder invloed van. Het verzuim op werk door. De echtscheidingen vol ellende door alcoholmisbruik met vernietiging van kansen voor kinderen om hun leven de gewenste richting te geven. Wat een ellende en de overheid vreet daar van mee en draagt ook ruim de gevolgen van dit alcoholmisbruik.

Terug naar deze vader. Langzaamaan heeft hij geleerd en ingezien, dat zijn zoon niet gebaad is bij de softe aanpak, het ondersteunende begripvolle gesprek, de financiële injecties. Nee, pa is streng voor de zieke zoon. Hij stelt grenzen, duidelijk en keihard, confronteert de zoon met zijn gedrag. Die wil dat natuurlijk niet horen, maar ondertussen drinkt hij door de week niet. Waarom in het weekend wel? Te weinig inzicht in zijn eigen ziektebeeld. Hij zou eigenlijk een totaal niet-alcoholgebruik voor zichzelf moeten instellen. Maar goed. Hij heeft nu ook een vriendin die bij hem woont, dat scheelt tegen de eenzaamheid. Moeilijke mensen, geesteszwakke zieke mensen lijden vaak nog meer door eenzaamheid. Er mag in deze egoïstische samenleving niets aan je mankeren, anders staat de deur wagenwijd open voor eenzaamheid. Participeren wordt dan moeilijk. Gelukkig heeft deze zoon een vader die ook een arm om hem heen doet, hem beschermen wil tegen zichzelf en anderen. Omdat het zijn kind is en hij van hem houdt, hem door de jaren heen ook beter is gaan begrijpen. Dat is een moeilijke, pijnlijke, soms wanhopige weg geweest en nog. Maar pa laat zijn zoon niet vallen. Hij vecht en lijdt en slaat ook een arm om zijn huilende vrouw, die het gedrag van het door haar gebaarde kind maar moeilijk kan verwerken. Ik heb respect voor deze meneer, een gewone arbeider die een zwaar kruis te dragen heeft en er niet onder bezwijkt.
Waarom vertelde hij mij dit stukje levensverhaal? Ik denk, omdat er momenten zijn, dat “het leven” en wat je meemaakt je zo barstensvol doet zitten, dat je lippen daardoor overlopen. Je moet je verhaal kwijt. Je kan niet naders meer, anders zou je knettergek worden. Waar je op mag hopen is een luisterend integer oor. Iemand, die even in de geest een arm om je heen doet. Geen goedbedoelde adviezen, en zeker geen non-interesse voor de nood van de ander. En zeker geen roddel en achterklap over de rug van de persoon die jou uitkoos in een moment van openhartigheid.
Christen toch? U bent toch christen? Laat dat dan ook zien in uw daden. En bent u humanist, moslim, Jood? Er is geen enkele reden waarom u niet de Barmhartige Samaritaan zou kunnen en willen zijn.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 23 februari 2015

Heeft u dat nou ook?

Heeft u dat nou ook, dat u zich verwondert over de strakke gezichten van mensen op straat. We durven elkaar niet eens meer aan te kijken, bang voor een verkeerde blik of een negatieve reactie van de ander. Het kan ook anders. Een aantal columns terug schreef ik over een bijzondere ontmoeting met een junk/ex-zwerver die zijn leven met gratis verstrekte methadon weer aardig op de rails heeft gekregen. Ik kwam hem van de week weer tegen, ’s morgens op weg naar zijn dagelijkse dosis.
“Goedemorgen”, groette hij vriendelijk. “Goedemorgen”, antwoordde ik, “Gaat u uw dagelijkse dosis vitaminen weer halen?”
Hij schoot in de lach en herhaalde mijn woorden. We liepen beiden door, niet nodig om elkaar verder te verstaan. Maar het mooie vind ik, dat wij, die junk en ik, samen contact maken en genoegen beleven aan elkaars vriendelijkheid. Zo kan het dus ook. Iets anders is de dochter van een oude bekende van mij, zij is ergens in de veertig, maar ziet er uit als een oud afgeleefd vrouwtje van dik in de zeventig. Zwaar verslaafd aan alles wat maar met drugs te maken heeft, al sinds haar jeugd. Ik ken haar uit een therapeutische groep, waar ikzelf voor traumatische ervaringen werd behandeld. Haar ouders kende ik goed uit de flowerpowertijd, aardige mensen maar ook wat drank- en lolzoekers toen deze dochter klein was. Ik kom haar regelmatig tegen voorover gebogen op de fiets om met haar laatste krachten, of er windkracht 9 tegenstaat, ergens naar op weg te zijn. Altijd ziet zij mij en altijd is daar die vermoeide glimlach, die herkenning, dat beetje geluk van de ontmoeting. Ik groet haar ook altijd aller vriendelijks met haar naam en een brede glimlach. Junk, maar een goed mens, die al vroeg de weg in haar leven is kwijtgeraakt. Haar vader spreekt mij in het voorbijgaan wel eens aan. Hij herkent mij, maar is mijn naam vergeten. Stapt van zijn fiets, schudt me de hand, en vertelt zijn recente levenservaringen aan mij, waaronder die van zijn wekelijkse contacten met deze dochter.
Hij, en zijn inmiddels overleden vrouw, hebben tegen beter weten in altijd geprobeerd deze lieve meid, zoals hij mij steeds bezweert, te helpen. “Had ze net een huisje hebben wij haar geholpen met de inrichting, komen we twee weken later, heeft zij alles verpatst. De nieuwe koelkast, de wasmachine, de televisie, alles. Hij vroeg mij om raad: “Wat moet ik er mee?”vroeg hij mij.
“Stop ermee haar te willen redden, zij is al te ver heen. Zij is in staat je koekoeksklok erfstuk van oma te verpatsen. “ “Ja”, ging hij verder, “Ik mis ook regelmatig dingen als mijn trouwringen en zo, dan denk ik waar heb ik die nou gelaten?”
Ik vind het moeilijk om hem te wijzen op zijn onmacht haar te helpen, te redden. En ik begrijp zijn vaderliefde voor haar maar al te goed. De waarheid is soms hard. Maar hoe moet je anders reageren op zoveel leed. Ik luister keer op keer naar zijn verhaal en probeer hem zo wat op te beuren. Hij heeft het zwaar, ik begrijp dat, de liefde voor je kind is onvoorwaardelijk. Ook zij zit nu aan de methadon. Dat helpt. Zo goed en zo kwaad als dat gaat, komt ze een keer per week bij haar weduwnaarvader om de boel wat schoon te houden. Haar werkzaamheden zijn bij lange na niet die van een thuishulp. Mantelzorger kun je haar ook niet noemen. Maar zowel hij als vader, als zij als dochter, hebben zo het gevoel dat ze goed doen, er zijn voor elkaar. Een soort contact waaruit medemenselijkheid spreekt, een soort contact dat van waarde is voor beiden. Hij betaalt haar ook een kleine vergoeding voor haar werkzaamheden, maar vaak mist hij daarna weer iets van waarde uit zijn huis.
Zij heeft ook een tijd opgetrokken met een bekende straatkrantverkoper/junk, ook een aller vriendelijkste jongen, eigenlijk ook een man van in de veertig. Heel zwaar verslaaft en niet voldoende aan de methadon, hij moet steeds meer drugs, dagelijks. Of de duvel hem op de hielen zit rent hij van de ene winkelende mens naar de andere, totdat hij genoeg geld heeft vergaard om “bruun” te scoren, heroïne.
Een uitzichtloos bestaan, waarvan ik denk hoe lang nog, jongen, voordat je hart het begeeft.
Ik geef hem nooit geld, omdat ik hem niet wil steunen in zijn verslaafdheid. Wel heb ik eens, toen ik de supermarkt uitkwam en hij daar mij aansprak, mijn tas open gedaan: “Pak maar wat je nodig hebt” bood ik hem aan. Hij weigerde. “Daar is het mij niet om te doen”, zei hij met een meewarig glimlachje.
Met een goede vriendin, die zich een tijdlang om zwervers en drugs- en/of alkoholverslaafden heeft bekommerd kreeg ik een discussie over hoe je omgaat met deze mensen. Zij is van mening, dat je hen toch geld moet geven, want de drugs is alles wat ze nog hebben. Ik betwijfel zelf of ik daaraan mee moet werken. Wat wel telt is hoe dan ook je medemens in moeilijkheden als mens te blijven zien. Ik sprak pas een pastor met emeritaat die jarenlang pastor is geweest in een grote psychiatrische inrichting. Hij zei: “Daar ontmoette ik zoveel bijzondere mensen, die ontmoet ik zelden in de gewone maatschappij.”
Daar wil ik het voor nu maar even bij laten.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 12 februari 2015

Jezus heeft bestaan, dat is een feit

Ik kan er niet omheen: de ophef over de uitspaken van dominee Edward van der Kaaij in Trouw over de historische Jezus die niet bestaan zou hebben. Daarom mijn historisch juiste weerwoord in deze kwestie:
Tussen de historische Jezus van Nazareth en die uit de evangeliën bestaat een groot verschil.
Dominee Edward van der Kaaij heeft het mis: de historische Jezus heeft echt bestaan.
De Romeinse historicus Tacitus, tijdgenoot van Jezus, schreef over Felix, gouverneur van Judea in die dagen. In Handelingen 24 staat dat Felix sympathiseerde met de volgelingen en de leer van Jezus. Hij wisselde van gedachten over de leer met Paulus. Paulus werd door de opvolger van Felix, Porcius Festus, ter berechting naar Rome gestuurd. We zitten nu enkele decennia na Jezus gruwelijke dood. Dus zeer kort op zijn historische leven. Tacitus beschrijft ook de eerste christenvervolging door een Romeinse keizer, Nero, die de schuld kregen in een politiek spel van de aangestoken brand in het jaar 64 van Rome.
Dit zijn allemaal historische feiten waarin sprake is van christenen, volgelingen van Jezus van Nazareth, en dus historisch juist en niet uit de lucht gegrepen.
Iets anders zijn de beschrijvingen van de wonderen en zekere uitspraken gedaan door Jezus in de evangeliën. De voorspelling van de verwoesting van de tempel te Jeruzalem is opgeschreven rond het jaar 70 na Christus door Marcus. Dus nadat de tempel is verwoest door de Romeinen.
Zo zijn er meerdere discutabele voorbeelden aan te dragen over de wonderbaarlijke gedragingen van deze bijzondere mens, kind van God zoals wij allemaal kinderen van God zijn, die waardoor alles is en die waarvoor wij mensen in ons beperkte denken een naam en beeld hebben verzonnen.
Er is dus een duidelijk verschil tussen de historische Jezus van Nazareth en die uit de evangeliën. Maar dat Jezus bestaan heeft is een feit.
En ik ben daar erg blij mee, want zonder zijn liefdevolle leer zou de wereld een nog groter tranendal zijn. Ook dat is een feit, omdat er door Hem en zijn leer er zoveel mensen op aarde zijn geweest en nog zijn die van Het Goede uitgaan in hun eigen leven van alle dag, iedere dag weer.
Ook dat is een feit. Sluit u daarom aan bij die wereldwijde groep mensen met ruimte voor velerlei gezichten en geloofsbelevingen van hen die zichzelf christenen noemen omdat zij geloven in de kracht van Liefde, Verdraagzaamheid en Zorg voor elkaar uit naam van die ene bijzondere mens Jezus van Nazareth, die echt heeft bestaan en dat is een feit.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 9 februari 2015

Vrede met jou?

Hoe moeilijk is dat, als de ander of anderen geen belang hebben bij de vrede met jou.
Moet je dan toch, als christen, je hand uitsteken, je andere wang toekeren, vriendelijk blijven, begrip tonen. Soms weet ik dat niet meer, dan zijn er omstandigheden dat vrede vanuit één kant er schijnbaar niet toe doet. Sterker nog, dat wordt dan als zwak gezien. De tegenpartij, om dat maar even zo te benoemen, is zo boosaardig, zo gestoord, of gewoon zo vol eigen belang, dat de vredehand, de goedwillendheid, de waarheid, er niet toe doet. Frustrerend, soms zelfs beangstigend, je dreigt de grip op je eigen leven te verliezen door de schade, de repressie, die de ander, de anderen, jou moedwillig toebrengen. Dat kan kleine schade zijn, kortdurend, maar ook ernstige schade financieel of erger in gezondheid. Sta je langdurig onder de druk van boosaardigheid, moedwillige pesterijen of ontkenning van wie jij ten diepste bent, dan brengt dat ook geestelijk het een en ander te weeg. Soms zijn mensen in jouw directe omgeving zichzelf niet bewust van de negatieve inbreng in jouw leven die zij veroorzaken. Dat kan zijn door ziekte, lichamelijk of geestelijk, zonder inzicht in het eigen ziektebeeld. Hoe begripvol en vriendelijk jouw uitstraling naar die mens ook is, het helpt niets: de uitgestoken hand wordt agressief weggeslagen. Moet je dan jouw andere wang maar blijven toekeren? Er is toch voor iedereen een punt, een streep, tot hier en niet verder? Zo ontstaan ruzies, overlast, naar gedrag, het wederzijds begrip is weg, de eenzijdige onvriendelijkheid heeft nu ook de ander in zijn of haar greep. Leiden is in last, de samenleving wordt er niet beter op. De betrokken mensen trouwens ook niet. Erger nog dan de hierboven benoemde ellende die mensen elkaar aandoen is de moedwillige ontkenning en de daaraan gekoppelde repressie door mensen en instanties die jouw belangen zouden moeten beschermen. Dat duurt soms jarenlang. Heel bewust regeert de vereniging Leugen en Bedrog. Voorbeeld: In mijn nabije omgeving werd het huis opgeleverd na het overlijden van ouders. De erven konden geen kant op, het huis moest verkocht. Volgens de betrokken ambtenaar was het niet mogelijk om op de beschikbare grond drie woningen voor de erven te bouwen. Sterker nog het bestemmingsplan bla, bla. Nu het huis tegen een absolute bodemprijs is verkocht aan een aannemer blijkt plotseling, dat na enige pauze, deze aannemer wel drie huizen mag bouwen op dezelfde eerder verboden grond.
Geen officiële zwart op wit bewijzen, maar alleen in alle vriendelijkheid aangegane gesprekken met de betrokken ambtenaar en zijn dito mondelinge afwijzing. Waarom is integriteit zo ver te zoeken?
Waarom is meedenken, openbaarheid van bestuurszaken, uitgaan van het goede voor de ander zo moeilijk? Waarom is samenwerken zonder er zelf beter van te worden zo moeilijk? Waarom gaan sommige officiële instanties uit van kwade wil? Waarom gaan mensen, partners, buren, familie, instanties niet op fatsoenlijke open wijze in gesprek met de ander? Ik begrijp daar niets van, al die achterdocht, dat boosaardig denken, die agressie, die repressie. Ik leg mijn wil op aan jou en wat ook voor jou de gevolgen zijn kan mij niet deren. Daar lijden goedwillende mensen onder, daar lijden de mensen die zacht van hart zijn onder, daar kunnen zij vaak niets tegen ondernemen omdat de slinkse wegen, de boosaardigheid, eerder overwinnen dan fatsoen en open overleg. De voorbeelden zijn legio, ook in uw omgeving. Mocht dat niet zo zijn, dan verkeert u in onbevlekte gezegende omstandigheden. Maar zelf geloof ik daar niets van. Op kleine schaal regeert het kleine leed. Op grote schaal het grote. Met natuurlijk alles daartussenin. En ja, die andere wang toekeren, hè, ik kom daar soms niet uit. Ook nu niet na deze overpeinzing. Er zijn momenten in uw en mijn leven en op wereldschaal dat stevig ingrijpen nodig is, omdat de andere wang toekeren als zwak gezien wordt en mensen of instanties dan grenzen overschrijden die ze nooit zouden mogen overschrijden, gewoon doorgaan met hun repressie, hun agressie, hun vereniging Leugen en Bedrog.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 27 januari 2015

Heb jij ze al gehad?

In de jaren tachtig, ten tijde van het kabinet Lubbers met De Koning als minister van sociale zaken, heerste er crisis, ernstige werkloosheid, niet rond kunnen komen met hun huishoudboekje voor velen. Het was een sombere tijd. Plotseling doken er berichten op: we krijgen van de regering een extraatje!
400 gulden voor een alleenstaande, 525 gulden voor een alleenstaande met een of meerdere kinderen en 575 gulden voor een gehuwd of samenwonend echtpaar.
Op straat spraken de mensen elkaar er op aan: “Heb jij ze al gehad? Wat? De 400 gulden!”
Dit naargelang de burgerlijke staat van de betreffende persoon.
Mensen waren blij, opgetogen gezichten, eindelijk in donkere tijden wat licht aan de horizon.
Een extraatje dat hard nodig was om even de zorgen te vergeten en om de economie een impuls te geven.
Want juist de mensen aan de onderkant van de samenleving zijn de mensen die geld dat binnenkomt ook weer snel uitgeven. Noodgedwongen natuurlijk, dat wel, maar goed voor de economie.
En daar draait het toch om volgens bepaalde politieke parijen. Het is het nieuw-zakelijk denken van een generatie dertigers en veertigers in de politiek zonder idealen met maar een doel voor ogen rijk worden. Dat luxe en rijkdom niet eerlijk worden verdeeld? Nou en? Eigen schuld, dikke bult. Dat chronisch gehandicapten zonder eigen schuld een bult in hun leven zien groeien die hen steeds verder naar de rand van de afgrond trekt, dat zien deze politici onwaardige volksvertegenwoordigers niet. Het lijkt hen ook niet te interesseren.
Ruim achthonderdduizend mensen kunnen het ingevoerde eigen risico van 375 euro niet betalen. Zij moeten hiervoor een regeling treffen met de zorgverzekeraars die zelf vele miljarden (ruim 9 miljard euro) in kas hebben, zogenaamd als buffer, of deze vaak chronisch zieke mensen kloppen aan voor ondersteuning bij familie, vrienden of bijvoorbeeld de kerk. Verborgen armoede. Verborgen armoede, schrijnend door asociale maatregelen van een regering en parlement (vergeet dat niet) over de ruggen van mensen die zichzelf niet kunnen verdedigen. Mensen die door hun ziekte of handicap al zeer snel in het jaar hun eigen risico “verbruikt” hebben. Deze groep mensen vind je statistisch gezien vaak aan de onderkant van de inkomensladder. Ook daar kunnen zij niets aan doen. Voldoende eigen inkomen vergaren is voor hen onmogelijk. “Iedereen is in de eerste plaats verantwoordelijk voor zijn of haar eigen inkomen”, toeteren veel huidige politici. Makkelijke populistische taal van wat ik noem “De Dallasgeneratie” opgegroeid in veiligheid en welvaart. Opgegroeid met de wind mee in studie, carrière en goede gezondheid. Oh ja, er is een staatssecretaris, gehandicapt maar met een enorme dosis doorzettingsvermogen en dadendrang.
Zij blijkt in staat haar eigen leven, ondanks haar handicap, vorm te geven. Maar is zij de norm?
Wat ik bemerk bij veel mensen is een versluierd denken, een beperkt inlevingsvermogen als het gaat om hun meningsvorming. Dat gaat vaak ten koste van solidariteit. Solidariteit in de samenleving met andersdenkenden, andersgelovigen ook, en mensen die zonder de steun van onze bestuurders het gewoon niet redden.
Oh ja, en wat beloofde Rutte ons ook alweer voor de verkiezingen? Alle werkenden zouden 1000 euro ontvangen als hij gekozen zou worden. Heeft u dat geld ontvangen? En hoe zat en zit het dan met al die mensen die ik hierboven omschreven heb?
Liberté, égalité en fraternité. Vrijheid, gelijkheid en broederschap. Dáár draait het om in een samenleving.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 16 januari 2015

Miljoenen de straat op voor verdraagzaamheid

Zondag j.l. gingen miljoenen de straat op in Parijs en andere steden in Frankrijk, plus elders in de wereld, om hun afschuw, verbijstering te uiten vanwege de gepleegde moorden en tevens hun zorg om de vrijheid van meningsuiting te tonen.
Ik was zelf zeer aangeslagen door de executies in Parijs van goedwillende en onschuldige mensen.
Daarom kwam dat massale protest vanuit de bevolking en de wijze waarop dat geschiedde mij als een geschenk uit de hemel over. Overal, ook in Nederland, stonden mensen op om geraaktheid te uiten, soms stil, soms de leus roepend “Je suis Charlie”.
Alle ellende van fanatici die moord en verderf zaaien kwam nu wel heel dichtbij.
Ondertussen slachtte Boko Haram in NoordoostNigeria ongeveer, zij kijken niet op een paar dode kinderen, oude van dagen, vrouwen, 2000 mensen af in een dag. Ik hoorde daar niemand over op Twitter, pas toen ik daarover een paar tweets geplaatst had, gingen ook anderen zich daarover buigen. “Tja, zei mijn zwager, de ver van mijn bed show.” Ik moest denken aan de Hutu’s en de Tutsi’s met hun massale slachtingen, verminkingen en verkrachtingen. Waar bleef het Westen? Waar bleef de verontwaardiging? Waar bleef het internationaal ingrijpen? Toen al waren er bijna één miljoen slachtoffers. Maar ja, Rwanda Afrika, de ver van mijn bed show...
Nu Frankrijk, Parijs, het nabije Westen...
Fanatici die onder het mom van hun geloof moordenaars zijn, gewetenloze moordenaars op zoek naar bevrediging van hun frustraties over hun eigen mislukte miserabele leventje. Zij geven de westerse samenleving en anderen de schuld van hun eigen maatschappelijk economisch falen.
Ze verbinden zich in hun eigen ellende met woorden uit hun Heilig Boek opgeschreven in een ver verleden, in een geheel andere tijd vol oorlogen en struikroverij, armoede en vertrapping van rechten van vrouwen en anders gelovigen. Zo ondemocratisch als de rond 1350 woedende pest, die ook zonder aanzien des persoons rondwaarde.
De Zwarte Dood, ik moet er aan denken door de zwarte vlaggen van IS en Boko Haram hoog in de lucht terwijl zij dood en verderf zaaien als de pest.
Onze democratische waarden staan op het spel, zeiden regeringsleiders na Parijs. En hoe zit het dan met het destabiliseren van het Midden-Oosten waaruit nu dood en verderf zijn ontstaan en die krankzinnigen hun gang kunnen gaan? Ja, een handjevol verdrukte Koerden mag de vuile was weer schoon zien te krijgen met een beetje steun van ons Westen.
Vietnam was een leugen. De expansiedrift van de Navo en het Vrije Westen is niet waar volgens de haviken. Gevolgen waren en zijn Screbrenica, de destabilisering van voormalig Joegoslavië, de strijd in en om Oekraïne. Wilt u nog meer voorbeelden?
Generaals worden opgeleid om oorlogje te spelen, geproduceerde wapens te gebruiken, hoe dan ook. Soms denk ik wel eens dat ze staan te trappelen vol ongeduld, hier, in de USA, in Rusland, overal. En er zijn politici of politiek getinte idioten die aan die lust tot moorden redenen geven om ze uit te voeren. Nu zijn er religieuze fanatici en mislukte idioten die hen volgen die al moordend door de straten gaan waar brave burgers wonen. Gewone mensen op zoek naar een dak boven hun hoofd, te eten en een vreedzaam bestaan. Zij zijn de slachtoffers van vandaag, van gisteren en van de toekomst. En Boko Haram? Waar blijft de internationale gemeenschap met een georganiseerde klopjacht op hun krankzinnige leiders?!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 13 januari 2015

De vrolijke Frans

Het is zes uur in de ochtend, Frans neemt ontbijt in het wegrestaurant bij stadion Galgenwaard te Utrecht. Het is al jaren terug echt gebeurd, zes uur ’s ochtends Frans neemt ontbijt: 2 warme vette ballen gehakt en een beker karnemelk. Frans is ongeveer een half uur wakker. Lunch: Frans neemt een paardenbiefstuk met brood. Diner: de vrouw van Frans maakt warme karnemelk met aardappelen voor hem. Groente of fruit eet Frans nooit of hooguit als het echt niet anders kan.
En nu? Frans is dood hoorde ik, ook al jaren geleden overleden. Hartaanval. Sterke Frans nam het leven niet zo nauw, stevig biertje, vet eten als omschreven, rookte zware shag (altijd bungelde een peukje in zijn mondhoek en als hij sprak verplaatste dat peukje zich van links naar rechts, maar verliet nooit zijn lippen).
Wat wel zijn lippen verliet waren moppen en een rochelende lach onderuit die schuddende buikvette buik van hem. Frans was zeker geen kwaaie. Altijd gul, altijd in voor een geintje, altijd op zoek. Naar wat? Geen idee, maar Frans was altijd onrustig, altijd onderweg. Zodoende kreeg zijn vrouw een ondeugende relatie met een Marokkaanse slager. Die wist wat een vrouw nodig had: aandacht en een heerlijk sexleven. Ze is gescheiden van Frans en heeft bij haar exotische lover nog een flink aantal kinderen gekregen. En Frans? Hij zocht onrustig verder op zijn pad vol zaken die niet goed voor hem waren, altijd onderweg, altijd slecht voor zichzelf zorgend, terwijl hij dacht dat hij dat nu juist wel deed. Frans kreeg ook een nieuwe liefde. Maar ook deze vlam doofde al snel haar warme gevoelens voor Frans toen zij doorkreeg dat hij altijd op zoek zou blijven. Op zoek naar wat? Ook zij is dat nooit te weten gekomen. Frans was niet zo’n prater. Een binnenvetter, letterlijk en figuurlijk. Hij is er aan gestorven. Frans was gul, schreef ik, te gul, altijd onverantwoord gul. En velen profiteerden daarvan. Zoals een vast kringetje profiteurs. Frans is gecremeerd, er waren nauwelijks mensen om hem voorgoed uit te zwaaien de kruik in. En waar vroeger met hem menige kruik geheven werd, was er nu niemand van die profiteurs aanwezig. Frans stierf eenzaam is mij verteld.
En zijn eerste vrouw? Ook zij is verlaten, verlaten door haar Marokkaanse slager, die nog wel zo nu en dan eens langs komt. Ook voor hem bleek het gezinsleven met een inmiddels invalide vrouw te zwaar.
Een triest verhaal? Een verhaal vol verkeerde keuzes? Een verhaal vol onverantwoordelijke lust, verlangens en behoeftebevrediging? Een verhaal hoe mensen elkaar tijdelijk of alleszins jammerlijk ontmoeten en verlaten? Ik heb er geen mening over, want ik heb deze mensen allemaal gekend en het bleken allemaal aardige mensen te zijn. Aardige, hartelijke mensen, vol onvermogen om hun leven die richting te geven die nodig was voor henzelf, hun partners en hun kinderen. Het lijkt er op, dat er veel mensen zo rondlopen, altijd op zoek naar wàt? Hoe kan het dat zo velen zó ontevreden zijn met het leven dat zij leiden? We leren om te gaan met onszelf en de anderen gedurende een heel mensenleven. Maar sommigen of velen, vult u dat zelf maar in, leren het nooit. Het blijven dolende zielen met of zonder goede voornemens voor 2015. Jammer, want het kan anders, als je maar leert de juiste keuzes te maken.
Ik wens u alle goeds voor dit nieuwe jaar.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 6 januari 2015

De kracht van Kerstmis

Of hoe zo’n klein hoopje mens, geboren zonder zekerheden in een woeste tijd, het startpunt was van een wereldwijde organisatie op zoek naar vrede.
Op zoek naar vrede? Ja, want deze vredesvorst gaf zijn leven volledig aan de wens tot verdraagzaamheid en vrede onder de mensen. Het is mijn stellige overtuiging, dat zonder Jezus van Nazareth de wereld een nog bloeddorstiger aanzien gegeven zou hebben dan nu en eerder al het geval is en was. Tijdens zijn leven en goede werken werd hij het symbool van verzet tegen overheersing, tegen uitsluiting, tegen hebzucht en macht. Hij bood troost aan rechtelozen. Hij zag de verstotenen. Hij omarmde de uitgeworpenen die door ziekte buiten de poorten van de toenmalige beschaving, de stad, moesten bivakkeren. Hij vocht, letterlijk, tegen uitbuiting en ontering van normen en waarden. Hij predikte liefde. Hij omarmde Maria Magdalena als een van zijn dierbaarste discipelen.
En de kerk? De kerk is wereldwijd verdeeld. De kerk vecht met geloofsgenoten en durft te stellen dat dat gebeurt uit zijn naam. Is het geen schande?! Mensenwerk, puur mensenwerk. Jezus omarmde Maria Magdalena als misschien wel zijn dierbaarste volgeling, een vrouw! En wat doet de grootste kerk op aarde? Zij maakte en maakt er een mannenbolwerk van! Waarom? Omdat zo geschreven staat in de Bijbel. Geschreven in een patriarchale tijd, ja, vergeet dat niet. Of spelen hier andere, minder verheven motieven een rol...
Hoe kunnen kerken, gesticht uit zijn kracht, gesticht uit zijn naam, zich volgelingen noemen als zij elkaar de tent uit vechten. Daarom is oecumene zo van belang, daarom alleen al!
Oecumene staat voor samenwerking en geen samenvoeging. Iedereen mag zijn of haar geloof belijden in de kerk van zijn of haar keuze uit Jezus naam. Waarom? Omdat al die kerken mensenwerk zijn. Mensenwerk vanuit de stellige overtuiging van het eigen gelijk. Bedoelde Jezus Christus dat ook zo? Ik denk van niet. Maar wie ben ik? Ook ik ben mensenwerk. Wie het weet waar de ware kerk staat in Jezus naam, mag mij nu aan de hand nemen en ik ga met hem of haar mee, eventueel tot aan de randen van de beschaving.
Daarom roep ik op tot “De kracht van Kerstmis” >>>liefde, verdraagzaamheid, samenwerking, vrede!
Ga samen op weg op het pad van de vrede. En waar die vrede met voeten en moordwapentuig wordt platgetreden? Verzet u met kracht>>>De kracht van Kerstmis.

Vrede zij met u allen naar welke kerk, moskee of synagoge u ook gaat. En gaat u helemaal niet, ook dan wens ik u vrede.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 19 december 2014

De MultiCulti winkelstraat

Een van de leukste winkelstraten in Amersfoort vind ik De Kamp. Waarom? Je treft er allerlei winkeltjes van niet-westerse aard en assortiment en het straatbeeld is echt heel MultiCulti.
De Turkse bakker, de supermarkt annex groenteboer, de vriendelijke allochtone meneer die altijd heeft wat je zoekt op het gebied van mobiele telefonie, het naaiatelier, de nieuwe fietsenmaker/winkel, eettentjes en een mooie koffieshop in de juiste betekenis van het woord met eersteklas koffie, etc. en daartussen Nederlanders die hun handel aan de man of vrouw proberen te brengen en al tientallen jaren in deze winkelstraat aanwezig zijn. Maar ook een nieuwe Boulangerie waarvan de geur van exquis brood je toe walmt en natuurlijk de gescheiden schoenlapper met kind, waarvoor hij op dinsdag zijn winkeltje dicht laat.
Verdwenen zijn groenteboer Smink wegens ouderdom, verdwenen is ook het oude feestwinkeltje met de beide gebroeders op leeftijd en samenwonend boven hun nering: “En dan heb ik hier nog een kunstdrol, voor u. Altijd leuk natuurlijk om op de stoel van de jubilaris te leggen als hij zijn speech beëindigd heeft.” Dat kwam vast voor in hun beider verkooppraatje. Het uiterst kleine bakkerijtje annex winkeltje met grote glazen potten koekjes en snoep, door vergaande ouderdom van de bakker verdwenen. Maar wat waren zijn gevulde koeken heerlijk! Niet met spijs van suiker en witte bonen, maar nog echt met amandelspijs.
Nostalgie, maar evenzeer een veel levendiger straatbeeld dan ooit tevoren.
Vandaag schrok ik echter op, omdat aan de overkant van de straat een Marokkaanse Nederlander met baard het hevig op een schreeuwen zette. Hij balde vuist en riep woedend: “Ik sla je in elkaar, jongen”, tegen een Stadswacht, ambtenaar van Handhaving. Zijn vrouwelijk blonde collega werd uitgescholden voor hoer en jou trap ik ook in mekaar. Ik (hopelijk wij) zijn zoveel heftigheid niet gewend. Een vrouwelijk familielid van de boze man stormde al krijsend vanuit een winkel op hen af: “Wat doen jullie met mijn zoon?! Verder krijste ze dat ze een ziek kind heeft. Het klonk allemaal erg opgewonden en was zeer dreigend. “Ik ben het zat met jullie”, schreeuwde de man.
“Moeten we hem aan laten houden?” vroeg de Handhaver aan zijn vrouwelijke partner. “Zeker”, antwoordde zij, terwijl ze verdacht veel op afstand van de nog immer te keer gaande man bleef.
“Zo laat ik mij niet behandelen," zei de Handhaver, u wordt aangehouden, als u wegrijdt heeft u een probleem”. Hij belde de politie.
Ik liep ondertussen rustig door met mijn boodschappen, waarbij ik net nog een aardige Marokkaanse moeder voor had laten gaan bij het uitgestalde fruit in het stalletje in de aanpalende winkelstraat.
Zij lachte vriendelijk om zoveel hoffelijkheid en ik dacht; wie goed doet, goed ontmoet en was blij dat zij zo openlijk contact met mij maakte.
Maar goed, terug naar het escalerende onderwerp in de MultiCultistraat.
Toen de voorbij razende politieauto’s voorbij kwamen, met sirenes en zwaailichten, dacht ik: “Wat een cultuurverschil, zouden wij dat ooit kunnen overbruggen?”
En waarom was nu dit luidruchtige probleem ontstaan? Een fout geparkeerde auto, waar net een bon voor was uitgeschreven. Ik dacht: “In Marokko heb je waarschijnlijk geen parkeerproblemen en Handhavers daarvan. Je plaatst daar waarschijnlijk je auto waar je maar wilt vlak voor de deur van de winkel of waar je ook maar moet zijn op dat moment. Ik kan het mis hebben, ben nog nooit in Marokko geweest. Maar hier ligt dat anders. In die dichtbevolkte binnensteden, die niet gebouwd zijn om zoveel auto’s te ontvangen, moeten er wel regels zijn. De chaos is nu al groot met geparkeerde auto’s die laden en lossen en de vele fietsen her en der op de stoep. Als gehandicapten daarlangs willen dan lukt dat dus niet. Als ikzelf met mijn boodschappentrolley naar huis wil, kost mij dat moeite door die blokkades op het trottoir. Los nog van de vele mensen die weigeren iets opzij te gaan.
Cultuurverschil alleen? Neen, van de week schreeuwde en bedreigde op gelijke wijze een jonge Nederlander een Handhaver, ook omdat hij (bij de coffeeshop met wiet) fout geparkeerd stond. Dit was in een andere wijk, maar toch. Bedreigingen als: “Ik krijg jou nog wel en ik maak je dood”, zijn tegenwoordig schijnbaar normaal bij een gedeelte jonge mensen binnen de hele bevolkingsgroep.
Ik ben nog van de oude stempel en wil me er mee gaan bemoeien door te roepen: “Hij bedreigt je!”
Dat doe ik ook, maar pas als de geweldprediker weg is gescheurd in zijn auto en de Handhavers er beiden op de mountainbike achteraan gaan. Ook hier werd de politie gebeld. Ik vind dat goed.
Want als een ieder, waar hij of zij ook vandaan komt, zijn eigen regels gaat maken in het verkeer en in de omgang met wetshandhavers, dan zijn we ver van huis en ver van het padje dat fatsoen heet.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 10 december 2014

Zwarte Piet ingeruild voor suikerfee

In Paramaribo hebben ze geen enkel probleem met Zwarte Piet volgens Trouw van 2 december.
Publiekelijk wordt er amper geprotesteerd tegen het uiterlijk van Zwarte Piet.
Sterker nog Zwarte Piet had er gewoon bij mogen zijn.
“Ik zette als kind gewoon mijn schoentje”, vertelt Gregory Zeeuw, “nu wil ik dat mijn zoontje hetzelfde feest kan vieren.” Een Surinaamse mevrouw zegt: “Het is een leuk feestje voor de kinderen, verder hoef je er niets achter te zoeken.”
Toch hebben onze vrienden in Suriname een creatieve oplossing gevonden voor het probleem waarmee in Nederland een kleine minderheid worstelt: De Suikerfee!! Of te wel: er zijn nu Candy Queens in plaats van Pieten.
Hoge hakken, netkousen, roze rokjes en reuzenlolly’s, fluorescerende geverfde gezichten van schaars geklede jongedames, de Candy Queens , toverfeeën uit Suikerland!!
Sinterklaas was zijn Pieten vergeten en heeft onderweg deze breed glimlachende sensueel geklede vriendelijke dames opgehaald. Ze strooien met snoepgoed, nemen kindertjes op schoot en maken er een dolle boel van.
Op deze creatieve manier van omgaan met het eeuwenoude Sinterklaaskinderfeest valt voor het midden- en kleinbedrijf weinig te mopperen, want de middenstand viert er haar eigen feestje door. Natuurlijk scheelt het een (winter)jas daar in Suriname en de humor straalt er van af. Iedereen blij?
Ik weet het niet…
Sommige Surinamers zijn fel, aldus dagblad Trouw, zij zeggen dat sommigen in Nederland duidelijk nog niet over hun slavernij verleden heen zijn. Het zette mij aan het denken.
Rond de Middellandse Zee werden in het verre verleden op slavenmarkten door Arabieren heel wat gevangen genomen blanke slavinnen aan harems geleverd. Ook zijn de plaatjes en praatjes bekend van gevangen genomen Moren, die als huisslaaf verhandeld werden. Zo zijn er nog wel wat argumenten aan te dragen over slavernij, bijvoorbeeld hoe Afrikaanse handelaren gevangen slaven rekruteerden voor de blanke handelaren.
Denk nou niet, dat ik de transporten en het te werk stellen plus alle martelingen en verkrachtingen van generaties slaven probeer goed te praten, nee, dat zeker niet!!
Wel bemerk ik zelf, dat ik door deze hele discussie zelf anders ben gaan kijken naar mijn donker gekleurde medemens en dat is zeer verwonderlijk aangezien ik in mijn jeugd en nu ook vele donkere mensen ken. Hartstikke aardige fijne mensen, waarmee ik toen en nu prima op kan schieten. Ik heb nog nooit een racistische gedachte gehad: ik kijk naar de hele mens en niet naar zijn bleekscheterige of donkere kleurtje. En toch…..
Wat gebeurde er in mijn hoofd, gisteren. Ik zat in de bus en zag voor het stoplicht bij het zebrapad een blanke mevrouw van in de veertig arm in arm met een prachtig, ongeveer zestienjarig donker meisje. Ze had een heel open gezicht en blikte met grote donkere ogen vrolijk de wereld in. Op haar hoofd een grote bos zwarte krulletjes. En wat dacht ik in een flits: “Het is net een Zwarte Pietje”.
Ik schrok van mijn eigen gedachte!! Nooit eerder zo iets gedacht, nooit!! Het was ook niet racistisch bedoeld, ik vond haar prachtig om te zien en ze straalde zoveel vrolijkheid en geluk uit, gewoon een heerlijk mens!!
Ik weet zeker, dat deze gedachte bij mij nooit was opgekomen, als die verrekte Zwarte Pietendiscussie niet gevoerd was en breed uitgemeten in de media. Ben ik nu opeens een racist? Nee toch. Maar ik schrok wel erg van mijn eigen vluchtige gedachte.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 3 december 2014

Zo de wind waait staat mijn petje

Soms hebben mensen gelukkige tijden met elkaar en soms gaat dat over, soms sluipend, soms abrupt. De huwelijken en relaties die 60 jaar duren zijn schaars. Ook dan kun je daarbij afvragen of die langdurige feestelijke gebeurtenissen wel zo feestelijk zijn. Vroeger bleven mensen bij elkaar omdat kerk of geloofsovertuiging dat opgelegd had of omdat dat nu eenmaal zo hoorde en beloofd was voor de kerk en de burgerlijke stand. Tegenwoordig is scheiden van wegen schering en inslag. Niet alleen in huwelijken en relaties, maar ook in netwerken. Zo behoor je tot een netwerk en zo sta je er weer buiten. Zo de wind waait staat mijn petje. Medianetwerken zijn daar het meest duidelijke voorbeeld van. Maar ook zogenaamde vriendschappelijke contacten lopen zo maar op de klippen door desinteresse of omdat een ander netwerk beter past bij de carrière of de privésituatie.
Mijn leven verloopt in cirkels, plotseling na decennia nooit meer iets gehoord of gezien te hebben staat er een vroeger vriendinnetje op de stoep, aan de telefoon of via email. Dat is nu al verscheidene keren gebeurd. Leuk, denk je dan, benieuwd naar hoe een en ander verlopen is in het leven van dat hernieuwde contact. Soms drink je een kopje koffie samen, soms blijft het bij telefonisch contact. Maar altijd, zodra deze oude vlammen horen dat ik in het heden naar tevredenheid een wel zeer prettige relatie heb, wordt het contact snel weer verbroken. En geloof me of niet, maar of deze vroegere hippe deerns nu alleenstaand, weer alleenstaand, zijn of ook een relatie onderhouden, dat maakt niets uit in het zoeken naar contact met mij. Het lijkt Memories wel.
Tranen heb ik nooit gezien bij de hernieuwde ontmoeting, maar wel veel zoete woorden streelden mijn oren. “Ik ben altijd van je blijven houden”, is er zo een van. Maar zegt u nu maar wat dat waard is, hoeveel dat betekenen mag als het contact snel verbroken wordt als je verteld dat je een gelukkige relatie hebt....
Daden zeggen mij meer dan woorden. Eerst geloven dan zien. Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht. Verzint u er zelf ook nog maar een paar, er zijn er genoeg, net zo als oude liefdes die voorbij gingen en nooit meer terugkomen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 19 november 2014

De kennismaking

Hallo.
Hallo.
Ik dacht: “Wie is toch die man? Laat ik eens kennismaken.”
Een mevrouw van in de zestig met roodgeverfd krulletjeshaar op een lichtblauwe omafiets, voorop een plastic krat versierd met roze plastic bloemen, sprak mij aan in de winkelstraat.
“Dag mevrouw, wat spontaan van u,” reageerde ik enigszins verbaasd.
“Ja, ik dacht, dat is toch die man die ik tegenkwam in het Singer Museum in Laren?”
“Ik zou het echt niet weten, mevrouw, maar ik kom inderdaad regelmatig in musea en ook in Singer.”
“Dan bent u het toch!”zei ze met een stelligheid die geen tegenspraak duldde.
“Ik heb u gezien bij Raoul Dufy, mooi hè en zo kleurrijk gezellig!”
Ik kon mij gezien haar uiterlijke straatbepalende outfit wel voorstellen, dat zij, de inderdaad kleurrijke tentoonstelling van Raoul Dufy in het SingerMuseum in Laren, als een fantastische emotionele ervaring had beleefd.
“Wat fijn, mevrouw, dat u zo genoten heeft.”
“Bent u altijd zo geïnteresseerd in kunst, maakt u zelf ook wat?” vroeg ze mij blij aankijkend met de ogen van een 60jarig kind.
“Ja, ik heb periodes dat ik schilder of etsen maak, of pentekeningen, maar het liefste schrijf ik.”
“Oh ja, wat leuk, dat dacht ik trouwens al, u bent vast een aparte man, een beetje anders zal ik maar zeggen.”
“Een beetje anders? Zegt u, gelukkig wel, maar ik zie dat u ook een beetje anders bent.”
“Bent u kunstenares?”
“Nee, nou ja, nee ik ben kunstenmaker”
Dit palet van kleur en openheid werd met de seconde interessanter voor mij. Zij onderscheidde zich in alles van wat wij als normaal en aangepast kwalificeren.
“Hoe bedoelt u kunstenmaker, wat doet u dan?”
“Ik dans!”
“Spirituele dans met mimiek.”
“Hoe bedoelt u dat met mimiek, trekt u gekke bekken terwijl u in trans met armen en benen beweegt?”
“Nee, een beetje zoals ze dat op Bali doen, maar dan anders.”
Ik trok mijn wenkbrauwen op, vragend naar een helder beeld wat en hoe zij dan danst.
“Nou, soms als ik opeens zin heb kleed ik mij mooi aan, ga met een gettoblaster de straat op en begin gewoon ergens te dansen.”
“Voorbijgangers kijken wel eens vreemd op, nou dan trek ik een gekke bek of juist heel verwaand als ze mij niet aanstaan of onvriendelijk uitlachen.”
“Soms zoek ik de natuur op en dans dan daar, omdat ik mij op dat moment een voel met de natuur.”
“Voelt u zich dan gelukkig?”vroeg ik haar, “een met het Grote Geheel?”
“Zie je wel, ik ken u vast uit een eerder leven, u begrijpt mij, u kent mij vast,”glunderde ze.
“Denkt u dat? , oprecht geïnteresseerd in wat zij dacht, ervoer en voor waarheid aannam.
“Ja, ik weet bijna zeker, dat ik u ken uit de tijd van het oude Rome.”
“Wij zijn geen geliefden geweest, maar wel heel close.” Haar blik werd donkerder, bijna omfloers.
“Ik wist, dat ik u vandaag zou tegenkomen, daarom heb ik deze Italiaanse turquoise steen omgehangen.”
Het was mij niet geheel duidelijk waarom zij juist die steen had omgehangen.
“Heeft u enig idee wat wij daar deden in het oude Rome?”vroeg ik zonder een spier te vertrekken, want het gesprek werd voor mij steeds wonderbaarlijker.
“Wij waren volgelingen van Jezus en gevangen genomen. We zaten opgesloten in het Colosseum.”
“Hoe zijn we daaruit ontsnapt?”vroeg ik naïef.
“Nee, ze hebben ons beiden samen met andere christenen vermoord, voor de leeuwen geworpen.”
Ze keek nu zeer treurig.
“Wat verschrikkelijk, mevrouw, wat verschrikkelijk.”
“Nou doei!”
Ze hupte met een klein aanloopje op haar lichtblauwe omafiets met versierselen.
Verbaasd keek ik haar na.
Ze keek niet meer om.
Of ik haar na deze ontmoeting weer eeuwenlang niet zal herkennen, weet ik niet.
Maar bijzonder was het wel...

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 14 november 2014

De verslaafde ex-zwerver

Hah, ik ken u, ik weet zeker dat wij elkaar kennen, van vroeger!
Ja, dat klopt, dat is lang geleden.
Mijn antwoord aan de ex-zwerver/psychiatrisch patiënt,die mij op straat aansprak. Een aan harddrugs verslaafde oudere man, die door gemeentelijke GGZ-opvang en verstrekking zijn leven weer aardig op de rails heeft gekregen.
Waar was dat ook alweer en wanneer, ging hij verder.
Daar, toen, in die vroegere jeugdkroeg, die allang niet meer bestaat.
Oh ja, wat hebben we toen gelachen, hè! Wat een tijd was dat!
By the way, ging hij verder, en keek mij schalks aan, ik was achter de Hema om een broodje te halen (voor u als lezer, daar is een coffeeshop) parkeerde mijn motor (die hij zeker niet heeft) kwam terug en weg, gestolen! Vindt u dat niet erg?
Heeft u hem misschien gezien, een zwarte motor met veel zilver.
Ik speelde het spel mee. Gestolen? Wat erg! Ja, ik heb wel een dikke dame in tuinbroek met een pakje zware shag in haar kontzak op een rode Jawa-motor gezien, ze reed net nog voorbij. Maar iemand op een zwarte motor met heel veel zilver, nee, daar kan ik u geen informatie over geven.
Dat is nou ook jammer, ging hij verder, maar die dikke dame met die tuinbroek, die ken ik wel.
Dat is Ans, ook een oude kennis van mij, waarmee ik vroeger nog wel geschuifeld heb in die rare danstent een eindje verderop, weet u nog wel?
Jazeker, weet ik dat nog wel en zal ik u eens wat zeggen, nu herinner ik het mij ook weer: ik heb ook nog eens met Ans geschuifeld. Alleen rookte ze toen nog geen geen zware shag, weet u wel?
Zou ik nog aangifte moeten doen tegen mijn tuinman? Hij keek mij zeer serieus aan.
Nou u het zegt, ik zag wel een tuinman met een hark over zijn schouder op een motor voorbij flitsen, maar of dat uw motor was, dat weet ik niet.
En ik had hem nog wel een paar ATVdagen gegeven, de schoft!
Ondank is ’s werelds loon, vindt u ook niet? Maar ik ben bang dat u die ATVdagen wel moet betalen.
Denkt u dat? Dat zou toch helemaal van de ratten besnuffeld zijn?
Nou, ik wens u succes met het terugvinden van uw motor. En als het de tuinman is die uw motor gestolen heeft, spreek hem dan maar eens hartig aan over zijn ondankbare gedrag.
Goedemiddag!
Goedemiddag!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 31 oktober 2014

Dè dag, deze dag, die ene speciale dag...

Als je, zoals ikzelf, weet dat leven op aarde kostbaar is, begrijp je ook dat elke dag telt.
Als dat besef diep is doorgedrongen, weet je ook dat een heleboel zaken en dingen er eigenlijk niet toe doen.
Voor een ieder ligt de lat hoger of lager, ieder kiest zijn of haar eigen bestaan.
Natuurlijk, en ik weet dat als geen ander, zijn er soms (of vaak) omstandigheden buiten jou zelf om, die je af doen dwalen van de kern, jouw eigen kern en dat wat ècht belangrijk is in een/jouw mensenleven. Ontslag, ziekte, sterven, verdriet, pech, onvermogen, anderen, jezelf, etc. etc. zoveel redenen kunnen er zijn, die jou van je eigen kern doen wegraken. Je wordt dan als een blad op de wind, omdat je niet meer weet hoe het verder moet. Anderen of de omstandigheden bepalen hoe jouw leven er voor korte of langere tijd uit gaat zien. Kortom, je bent niet meer in staat om je eigen leven vorm te geven. Je voelt je niet meer jezelf en je handelt ook niet meer zoals bij jou past. Soms is verdriet bijvoorbeeld zo verschrikkelijk op de voorgrond in je leven, dat alle energie en alle sturing wegvalt, je voelt je stuurloos. Iedereen loopt en rent om je heen maar door, de mensen zijn op weg (waar naartoe?) en jij bent stil gevallen door dat allesomvattende verdriet dat er in je huist. En dan ben je kwetsbaar, zo kwetsbaar, voor de invloed van anderen. Heb je geluk, dan komen er fijne mensen (gestuurde engelen?) op je pad. Maar heb je pech, dan komen er saters en/of maenaden op je pad, zij zijn uit op misbruik van jou, je have en je goed. Omdat je zo kwetsbaar bent, kun je jezelf niet verdedigen of afschermen voor dit gespuis in mensengedaante. Sterker nog, je kunt ten prooi gevallen zelf meegaan in gedrag dat je eigenlijk niet wilt. Je bent volkomen stuurloos. Verdriet, om wat voor reden dan ook, schrijnend verdriet, is als een uitgeblazen kaars die nog steeds verder drupt, opraakt, uitgeblust verder krimpt.

Als je dat hebt ervaren, dan weet je hoe kostbaar leven is, hoe elke dag telt. Dat je iedere dag opnieuw om je heen kunt kijken en ervaren wat ècht belangrijk is voor jou. Wil je nou ècht zo graag die SuperMercedes of strakke BMWsportwagen of omhangen worden met blingbling? Moet je nou ècht drie/vier keer per jaar op vakantie, met alle vervuiling die dat geeft? Heb je dat ècht nodig om weer bij te tanken? Maar lieve lezer, als dat zo is, dan is er toch iets goed mis in het leven dat je leidt? U kunt nog terug hoor. Het is een kwestie van keuzes maken. Nee? Ja! Alleen daar hangt een prijskaartje aan en daar bent u bang voor. Met bewondering lees ik soms artikelen over mensen die vrijwel van de een op de andere dag hun leven hebben omgegooid, van hebbers, halers en helers naar bewust duurzaam en ecologisch verantwoord levende, (voor ons soms wat zonderlinge figuren), maar toch met een duidelijke visie levende rentmeesters. Weg van overdadige consumptie. Ik heb er bewondering voor, voor deze mensen, maar zelf durf ik niet. Bang om mijn, naar hedendaagse maatstaven, eenvoudige, dat wel, leventje radicaal om te gooien. Toch ben ook ik geen consumptieslaaf, sterker nog ook door omstandigheden gedwongen leef ik sober. Maar geloof me nou maar, ik heb het gevoel dat ik niets te kort kom. Ik ben dankbaar dat ik in Nederland mag leven, een van de meest sociale en welvarendste landen ter wereld. Als je dat allemaal realiseert, ja, dan kijk je verwonderd naar de steeds wisselende wolkenluchten, dan zie je de trek van de vogels, dan geniet je van de herfstkleuren, ja, zelfs van onstuimig weer. En de mensen? Ja, stel je open voor de “engelen” die op je pad komen, omhels ze met heel je hart. Iedere dag telt met ontmoetingen die bijdragen aan een gevoel van vrede in jezelf. Wees er zuinig op door zelf, ook deze dag, te beginnen en te doorleven met vriendelijkheid, een open blik met zachte ogen…..ook dit is een dag uit jouw leven op aarde: een speciale dag.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 24 oktober 2014

Van liefde en leugen...

De eerste noten van een niet bestaand deuntje in mijn hoofd gaan over de liefde.
Hoe kostbaar is de liefde en wat vraagt zij? Tja, wat vraagt zij? Of had daar moeten staan: je kunt nog zoveel geven, als die ander anders in de relatie staat, en dan??
Dramatisch? Ja, uiteindelijk wel, want jij geeft en vult de relatie met positieve duurzame energie. Die ander echter kan vanuit zijn of haar onvermogen, ik zeg het voorzichtig, alleen de krenten uit de pap die jij er instopt consumeren.
Soms duurt zo’n onevenwichtige relatie jaren en jaren. Gewoon omdat jijzelf niet in de gaten hebt wat er aan de hand is. Soms ook uit angst om economische redenen of erger nog uit angst om alleen te zijn, verder te moeten, maar hoe?
Van liefde en leugen....zeg het maar.
Zelf kijk ik terug op een jarenlange liefde, ik zag haar en wist gelijk>>>dat is er! Het werd de moeder van mijn kinderen. Een turbulente relatie , niet omdat wij ruzie maakten, nee, we (ik) waren op zoek naar stabiliteit en het opbouwen van een toekomst voor onszelf en de kinderen. Dat laatste is zeker gelukt, omdat er altijd sprake is geweest van liefde en soms van leugen om de liefde.
Uiteindelijk groeiden we uit elkaar en kort daarna is zij verongelukt. Vreselijk, omdat wij beiden van elkaar hielden en geleerd hadden, geleerd van dat wat er ontbrak: elkaar ruimte en geestelijke ontwikkeling gunnen. Jarenlang leefden wij samen zonder elkaar echt heel bewust die beide belangrijke zielenvrijheid te gunnen. Niet omdat we dat niet wilden of de ander dat wilden ontzeggen, nee, gewoon omdat wij beiden jong waren en niet beter wisten. Beiden hadden wij niet het voorbeeld vanuit de ouderlijke sfeer die ons die weg wezen. We wisten wel hoe het niet moest, maar hoe wel??
Toch kijken ook onze kinderen terug op een goede jeugd, de een wat stormachtiger dan de ander, ook zij ontvingen slagen uit het leven (mensen) waarop zij niet bedacht waren.
Vooral in de relationele sfeer, de ene dochter werd al jong weduwe door kanker, de ander moest teleurgesteld nee zeggen tegen een relatie waarin die ander er andere ideeën op nahield. Verdriet en zoeken naar nieuw perspectief. Uiteindelijk wisten we allemaal ons leven op te bouwen tot wat het nu is, ieder op zijn of haar eigen wijze leven nu het leven dat bij hen past.
Wat ik duidelijk probeer te krijgen is dat er altijd hoop is hoop op nieuw geluk.
Zelf heb ik al jaren de liefde die bij mij past. Ik (we) zijn gelukkig. Maar daarvoor zijn wij beiden op ontdekkingstocht geweest, een lange periode in ons leven was dat nodig. En soms hielp de liefde of zelfs de leugen een handje.
En echt, zoals nu bij levenswijsheid op deze site staat: The future belongs to those who believe in the beauty of their dreams.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 15 oktober 2014

Soms loop ik zomaar wat verloren...

Soms loop ik zomaar wat verloren door de straten van de grote stad, doelloos naar het schijnt. Ik voel me dan wel eens wat verlaten, eenzaam is een groot woord, eerder wat allenig zo onder de mensen.
Ik kijk dan om me heen op zoek naar herkenning, herkenning van wat? Een blik? Een glimlach? Een vriendelijk woord? Er loert dan een gevoel wat schemert tussen verdriet, verlangen en volstrekte eenzaamheid. Toch duurt dit maar even, want het opgezochte praatje bij de bakker, de toevallig passerende bekende, het tot een jubelende merel gerichte kinderlijke zinnetje, dat alles draagt ertoe bij dat ik al snel weer mijn draai heb gevonden. Alles draait dus om contact in welke vorm dan ook en het gemis hiervan. Franciscus praatte met de dieren, naar verluid, en ik doe dat ook: ik praat tegen een vogel in de tuin, een paar koeien in het weiland, de hond van de buren en de kanarie van mijn moeder. Pietje heet hij (waarschijnlijk een hij, maar dat weten wij nog niet, want hij is jong) Pietje, niet zo origineel, maar wel familiair. Moeder praat in haar appartementje in het bejaardenhuis bijna de hele dag tegen deze constant etende en rommel makende huisgenoot. Zo lost zij haar eenzaamheidsgevoelens op naar het lijkt. Vraag je haar naar de paar vierkante meter waar haar wereld zich op begeeft en of dat nou niet een klein wereldje geeft, dan antwoord zij: Ik heb Pietje toch en jullie komen toch regelmatig. Gauw tevreden, die moeder van mij. De hele dag kijkt zij uit het raam naar de wereld buiten. Zij herkent oude bekenden, die zijn er niet zoveel meer, of kinderen van oude bekenden uit de wijk waar zij een levenlang heeft gewoond. Sterven, ziekenhuisopnames, zij weet het. Hoe? Dat weet ik niet, maar zij weet alles wat er zich afspeelt binnen en buiten haar gezichtsveld. Ook het nieuws op tv volgt zij, plus alle ellende en roddel uit commerciële hoek. Dat ik geen tot nauwelijks televisie kijk verwondert haar. Wat doe je dan zo de hele avond, jongen, vraagt zij mij met enig ongeloof. Tja, ik leg haar dat wel uit, maar of dat ook bij haar binnenkomt betwijfel ik. Er is namelijk sprake van enig cultuurverschil, van een wat andere kijk op het leven en de wereld om ons heen. Dat geeft niets, want mijn moeder lacht. Zij lacht vrijwel onophoudelijk om de dingen van een ander, de tvpersoonlijkheden of om haar eigen gezegdes. In het bejaardenhuis, waar velen zwijgend aanwezig zijn, is zij de vrolijke noot en staat ze bekend als die mevrouw die altijd zo kan lachen. Zo lost mijn moeder haar alleen zijn op, vriendelijk en goedlachs samen met Pietje.
Zelf heb ik behoefte aan zielvoer, mijn ziel roept en vraagt om gevoed te worden. Niet constant, maar regelmatig. Ik heb dan behoefte aan een goed ouderwets boek, mooie klassieke of ontspanning gevende moderne muziek, wat schrijven en zo nog het een en ander. Maar waar ik het meeste behoefte aan heb zijn gesprekken van mens tot mens zonder taboes of dogma’s waarin we de bodem van onze ziel verkennen. Oer en verlangen, baviaan of mens, de menselijke rede als het centrum van alle werkelijkheid en de oor- sprong der waarheid of God, zo filosofeer ik graag in alle oprechtheid en openheid zonder het taboe van de opgelegde moraal. Maar dat is moeilijk, daar heb je een min of meer gelijkgezinde gesprekspartner voor nodig, die niet oordelend of zelfs veroordelend is in het gesprek. Wederzijds respect is daarbij van direct belang, wars van beperktheid door vooringenomenheid. Het gaat in die gesprekken niet om het grote gelijk. Nee, misschien gaat het wel om groei, heel voorzichtig wijsheid, ontwikkeling en gezichtsuitbreiding naar het leven en de wereld om ons heen. Zo kom je vanzelf op verrassende gezichtspunten over velerlei onderwerpen, vaak tegen de heersende modus in. Dat roept soms weerstand op: wat zegt ie nou? Ik noem mezelf dan ook vrijzinnig. Niet in de religieuze stroming met die naam, maar gewoon vrijzinnig denkend. En ja, dan word je door velen of sommigen (dat weet ik eigenlijk niet) met niet begrijpende ogen aangekeken, ze vinden je wat vreemd, begrijpen je niet zo goed. Zeker niet als je vol vuur en heftigheid je standpunt naar voor brengt. En ja, dan is het gevolg wel eens, dat je wat verloren door de grote mensenstad loopt. Maar daar waar de echte ontmoeting zich voordoet met een blik van herkenning, ja daar huist het geluk……

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 2 oktober 2014

The healing goes on with the dreaming...

Deze dichtregel van Van Morrison schonk een gast van radiokik mij na afloop van het interview met hem. Ik was er blij mee, want het bevestigde waar ik heilig in geloof>>goedheid gevoed door hoop, hoop op een betere wereld, een beter mens, vrede, zorgvuldig omgaan met de natuur, eerlijker verdeling van geld en goed.
In een wereld vol geweld en egoïsme, machtswellust, grote ego’s en hebzucht is de droom op beter, de hoop op goedheid een houvast voor mensen van goede wil. Soms tegen beter weten in blijft de droom op beter, de wil om te strijden voor verandering mensen van goede wil staande houden. Pater Frans van der Lugt, die we niet mogen vergeten, ging op zijn fietsje brood halen voor moslims en christenen middenin een veld van verwoesting, dreiging, moord en doodslag. En toch, hij ging, omdat hij geloofde in een droom: medemenselijkheid. Hij zich dienstbaar op wilde stellen vanuit het gedachtegoed van die man uit Nazareth lang geleden wiens geest nog steeds mensen laat dromen van een betere wereld. Ik geloof dat ook, en ja, ook ik geloof dat tegen beter weten in. En toch, ik kan niet anders. The healing goes on with the dreaming.
Daarom reageer ik op misstanden in de samenleving, in de politiek, in het vertrappen van rechten, in ongelijkheid schrijnend en onrechtvaardig. Waarom? Omdat ik ooit Martin Luther King bevlogen hoorde uitroepen “I have a dream” en omdat ik mijzelf christen noem, een man van Het Boek, zoals vredelievende moslims zeggen. Daarom! En omdat het mijn stellige overtuiging is dat als je jezelf christen noemt, je bereid moet zijn om je nek uit te steken tegen onrechtvaardigheid. Jezus van Nazareth, Christus, ontstak in woede in de tempel toen hij zag hoe geld corrumpeert zelfs op heilige plaatsen, hij stond open voor inzichten die indruisten tegen de gevestigde orde van de schriftgeleerden en de politieke machthebbers in, hij deed goed over de grenzen van zijn eigen volk.
Wat is daar op tegen? Christelijke en moslimfanaten, of je nu Jood bent of Arabier, Hindoe of atheïst wat is daar op tegen?
I have a dream en the healing goes on with the dreaming!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 21 september 2014

De Islamitische Staat

Je hoort wel veel mensen hun zorg uitspreken over Irak, Syrië en omgeving waar de Islamitische Staat zijn terreur uitoefent, maar hoe komt dit nu, historisch gezien? Is het de schuld van verkeerde uitleg van de Koran van een groep fanatici of is het de schuld van de leer van Mohammed zelf?
Thirsa de Vries, Irakkenner bij uitstek en Wim Jurg, historicus met grote kennis van de Islam, zijn in twee uitzendingen te beluisteren waarin het nu, het verleden en de toekomst worden uitgelegd over wat heet een der grootste bedreigingen voor de westerse wereld te zijn.
Ik volg al langere tijd de wereldwijde vervolging van christenen, het platbranden van kerken, het verjagen en uitmoorden van onschuldige burgers alleen om hun anders geloven. Als overtuigde oecumeen kan ik keer op keer mijn ogen en oren niet geloven wat in de naam van een Profeet aan verschrikkingen gedaan wordt. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken, dat de westerse politici door in te grijpen in de dictatoriale structuur van die landen de zaak hebben gedestabiliseerd.
Misschien is het wel waar, wat ik eerder schreef, dat deze landen en volkeren gebaad zijn bij een verlichte dictatuur. Dat het onmogelijk is om ons westerse democratiemodel een op een te leggen en in te voeren in die landen. De expansiedrift, het economisch belang, de missionaire visie van “Het Westen” dat wordt uitgevoerd door politici met zeer beperkte empathische vermogens is blijkbaar ook als voedingsbodem van welvaartshaters grond van overweging om onder het mom van hun verwrongen ideologie ten strijde te trekken.
Wilt u nu eindelijk wel eens een duidelijk antwoord op het hoe en waarom van deze geweldspiraal? Beluister dan eerder genoemde twee programma’s die u vindt onder uitzendingen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 8 september 2014


Kerken in Keistad is een programma van de Raad van Kerken Amersfoort.

Klik hier om terug te gaan naar de hoofdpagina.